De vierde wijze

1983-01-07
  • Jaargang 27
  • nummer 1
Er is een oude Keltische legende, die zegt dat er na de (veronderstelde drie) wijzen uit het Oosten nog een vierde is uitgetrokken. Hij heette Artaban en ging op reis om zijn drie vrienden te zoeken, die de ster van Bethlehem waren gevolgd. Als geschenk nam hij een saffier, een robijn en een parel mee.

Onderweg hield hij stil om een reiziger te helpen, die door rovers was overvallen. Na twee dagen voor hem gezorgd te hebben vond hij iemand, die bereid was zijn zorg over te nemen tot de reiziger hersteld zou zijn.
Hij betaalde met een saffier.

Toen hij te Bethlehem in de stal kwam was deze leeg. Treurig ging hij verder - maar in het halfduister ontwaarde hij een moeder, die haar kind verborg. Ze vertelde hem van Herodes' soldaten, die alle kinderen doodden.
Zonder zich te bedenken gaf hij haar de middelen om te vluchten, zoals de heilige familie gedaan hard. Het kosttte hem de robijn.

Na jaren zoeken hoorde Artaban, dat zijn koning te Jerusalem was. Toen hij in Jerusalem aangekomen was en zich door de drukke straten worstelde, hoorde hij een meisje klagen, dat als slavin verkocht werd. In een ogenblik had hij haar losgekocht: hij betaalde met een parel .

Toen hij zijn laatste geschenk kwijt was vond Artaban met een bedroefd hart zijn koning ... op Golgotha. Maar hij kon zijn verdriet kwijt aan een oude vrouw, die dichtbij stond. Haar vertelde hij, hoe hij zijn geschenken had gebruikt, die voor het Kind van Bethlehem bedoeld waren.

"Hij was mijn zoon", zei ze. "Zeg niet dat je niets hebt om Hem te geven, want hij zei. .. "

-O-

Tot zover de legende. U zou willen weten, wat Hij gezegd heeft? Ja, maar dat vertelt de legende niet. Hier houdt tenminste het geïllustreerde verhaal op, dat in het kerkelijk verenigingsgebouw aan de muur hangt, hier in Dalmally.

Artaban is een oude man, die gebruikt werd al eeuwen voor het kind van Bethlehem geboren werd. De eerste Artabanus was een broer van de Perzische koning Darius I. Toen diens opvolger, de jonge Xerxes, tegen Griekenland ging vechten (485 vC) werd Artabanus regent. En de tweede Artabanus was in 465 commandant van de Perzische lijfwacht. Hij was een hofintrigant, die het zwaard trok om door het zwaard te vallen.

De naam Artaban(us) was dus in Perzië al eeuwen bekend. Het is best mogelijk, dat er een "wijze" onder deze naam naar Bethlehem is getrokken. Maar dat is niet de hoofdzaak. De inhoud van de legende is belangrijker dan de historiciteit.

Want wat is een legende? Een verhaal. Een verhaal, waarin een heilige voorkomt, waarin wonderen kunnen gebeuren, maar een verhaal dat duidelijk een historische oorsprong heeft. Het is geen geschiedschrijving maar doet de geschiedenis geen geweld aan. Het is geen sprookje, waarin stomme dieren en voorwerpen spreken - maar het 'berust evenzeer op overlevering. Het is altijd een serieus verhaal en draagt iets bij tot de kennis van de heilige geschiedenis.

Het woord legende houdt ook verband met lezen. Het kan een leesbare toegift zijn op een munt of penning; een randschrift bijvoorbeeld. Het kan een toegevoegde spreuk zijn op een historische prent. Ook kan de legende een voorleesverhaal betekenen. In de tijd, waarin de gewone man nog niet kon lezen, speelden de vertellers, de barden, een grote rol: zij onderhielden het volk op winteravonden. Gaven het iets degelijks mee, om over na te denken. Boden naast het nuttige ook het aangename: .ballades over liefden, over vorsten, avonturen, kruisvaart en oorlog. Zoals de Keltische ceilidh nog altijd mensen van heinde en verre trekt, in de donkere winteravonden.

-O-

Terug naar onze legende. Het eerste voordeel is, dat de willekeurige 1) kring van drie wijzen doorbroken is. De Bijbel geeft immers dat aantal niet aan. En - zoals de dichter-componist Peter Cornelius al zei - iéder moest maar eens "naar Bethlehem gaan", om het Kindeke zijn hart aan te bieden.

Dan. Buiten het geordende drietal bestond dus ook een ongeordende vierde reiziger. Niet tot het officiële gezantschap behorend, maar op eigen kompas op zoek naar de Redder der wereld. Ook mensen buiten een staatskerk kunnen levende stenen van Christus' tempel zijn: zo dachten de afgescheidenen in Nederland erover, ook de dissenters in Schotland. En avonturieren voor eigen rekening is altijd boeiender dan deel te zijn van een reisgezelschap.

Dat deze wijze man drie geschenken op reis meenam, komt overeen met het aantal offergaven van de bekende wijzen: wierook, mirre en goud hadden die. Drie is een volmaakt getal, een getal van heilige volkomenheid.
Edelstenen, de parel meegeteld, symboliseren adel, geschenken van hoog gehalte.

De saffier, die meestal blauw of kleurloos is, werd in het Oosten beschouwd als de steen van oprechtheid, trouw, kalmte, gemoedrust en jeugd. De robijn, die in enkele tinten rood voorkomt en uit hetzelfde mineraal korund is gevormd, "geeft" aanzien, gezag, macht, moed en levensvreugde. Beide behoren, na diamant, tot de hardste en kostbaarste edelstenen. De parel, die geen edelsteen maar een dierlijk product is, heeft aparte eigenschappen.
De parellééft en kan geschonden worden: als men bijvoorbeeld een pas gedragen parelsnoer op een koude marmeren toilettafel legt, kan een parel sterven. De parel is ook, meer nog dan edelstenen, gevoelig voor de stemming en de gezondheid van de drager.

Genoeg over deze geschenken. Zulk een nuchtere informatie zou u van het à propos afbrengen: dat de vierde wijze op zoek is gegaan naar het Kind van Bethlehem, aangekondigd door de sterren.

-O-

Nu, dat is de kern. De vierde wijze schijnt altijd de boot te hebben gemist. Hij was te laat om mee op reis te gaan. Hij heeft zijn vrienden niet gevonden. Zijn geschenken raakte hij stuk voor stuk kwijt aan zaken, waar hij vanwege zijn geweten niet omheen kon. Jaren zocht hij tevergeefs naar de nieuwgeboren koning. En toen hij Hem eindelijk aantrof was hij alweer te laat: kon hij geen geschenken, zelfs geen hulp, geen troost bieden. Stond met lege handen.

Maar hij liep tegen moeder Maria aan! Aan haar vertelde hij zijn verdriet. En zij verstond hem. Iemand, die zelf veel verdriet heeft gehad, kan het verdriet van anderen zo maar begrijpen. Denk aan Naomi 2), die zich Mara (Bitterheid) noemde: ze begreep wat Ruth bezielde, toen die haar schoonmoeder volgde naar de vreemde.

Zo ook Maria, door wier hart een zwaard was gegaan. En het is een verrukkelijke vondst van de legendevertellers, dat ze Maria tekenden als de bedroefde vrouw, die de droefheid van anderen wist weg te nemen. Anderen met je verdriet lastig vallen kan iedereen. Maar anderen in hun verdriet troosten, ondanks eigen droefheid - dat is alleen door Goddelijke kracht mogelijk. Maria troostte hem.

Hoe? Door hem op de Schriften te wijzen. Die troosten altijd en in alle omstandigheden. Toen Johannes de Doper in de gevangenis 3) twijfelde aan de authenticiteit van het lam Gods, dat de zonden der wereld zou wegnemen, wees de Heiland hem op de Schriften: die gaven immers nauwkeurig het signalement van de Heiland? Toen de discipelen treurden over de miserabele afloop van hun heilsverwachting, onderwees de Heiland ook hen in de Schriften 4): moesten deze dingen niet zo gebeuren?

Zo deed Maria. Ze herinnerde zich het onderwijs van haar Zoon. Zeg niet, dat je niets hebt om Hem te geven. Want Hij zei: "In zoverre 5) je dit aan een van mijn minste broeders hebt gedaan, heb je het aan Mij gedaan".

En daar kunnen wijzen het mee doen.

I) Matt. 2 : 1
2) Ruth 1
3) Matt. 11 : 2-6
4) Luc. 24: 13-27
5) Matt. 25: 40.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief