"Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een schat..."
1983-01-14
"Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap er over, gaat hij heen, verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker."- Jaargang 27
- nummer 2
(Mattheüs 13: 14)
Op het grondgebied van Israël zijn heel wat grote en kleine oorlogen uitgevochten.
Dikwijls deed zich de situatie voor dat mensen moesten vluchten om het vege lijf te redden.
Voor de welgestelden was het gevaarlijk om geld en kostbaarheden mee te nemen op hun vlucht.
Goud en zilver waren een begeerde buit.
Het kwam daarom vaak voor dat de rijken hun kostbaarheden in een aarden kruik deden en die begroeven in de aarde.
Keerden zij behouden terug, dan stelden zij zich weer in het bezit van hun schat, maar kwamen zij om in het oorlogsgeweld dan lag hun rijkdom ergens te wachten op een "gelukkige vinder".
In onze gelijkenis vertelt de Heiland van een arbeider, die waarschijnlijk bij het ploegen ergens op stuitte.
Hij ging op die plaats graven en vond een verborgen schat.
We kunnen ons de blijdschap van zo'n eenvoudig man, bij wie de droom van duizenden mensen werkelijkheid werd, goed voorstellen.
De akker behoorde aan een ander, mogelijk aan zijn werkgever.
De man denkt er niet aan zijn baas van zijn ontdekking te spreken, want hij wil de rijkdom, die in de akker verscholen ligt zelf in bezit krijgen.
We lezen dat de man naar huis gaat en alles verkoopt wat hij heeft.
In de dagen waarin deze gelijkenis werd uitgesproken konden de mensen perioden van verschrikkelijke armoede doormaken.
Was een oogst mislukt, dan wisten de armen vaak niet aan voedsel voor het gezin te komen.
Men was daarom wel gewend van het weinige dat men had een deel te verkopen. Maar dat was een bittere zaak; een arm mens is erg gesteld op het weinige dat hij heeft.
Dit maal is het anders: we lezen dat de man in blijdschap alles verkoopt wat hij bezit, om die akker te kopen.
Bijna ieder mens droomt wel eens over wat hij gaat doen, wanneer hij bij het spitten en graven in zijn tuin een grote schat zou vinden.
Het komt er dan op neer dat hij gaat fantaseren over al de dingen die hij dank zij die schat kan kopen.
Er zijn ook talloze verhalen uit de oude wereld over de avonturen van de gelukkigen die een grote schat hadden gevonden.
In de gelijkenis wordt daarover niet gesproken.
Wanneer het voor ons besef interessant wordt, is het verhaal uit.
Alle aandacht wordt gericht op het feit dat de man in blijdschap alles wat hij had verkocht voor die schat.
En wanneer de Heiland ons dit beeld voor ogen tekent, zegt Hij: "Zo is nu het koninkrijk der hemelen".
Hij geeft daarin geen beoordeling van het gedrag van de man in de gelijkenis, maar richt er alle aandacht op dat de man alles prijs gaf.
In de gelijkenis gaat het over een andere wereld, van genade, gerechtigheid, vrede en eeuwig leven.
Er wordt niet 'gezegd: Zo moet het gaan in het koninkrijk!
Er staat dat het koninkrijk zo is.
De geschiedenis van onze wereld heeft de waarheid van deze woorden uitgewezen.
Hoevelen hebben niet "alles" verkocht voor deze verborgen schat.
Ze hebben huizen en akkers verkocht, vijandschap, haat en vervolging niet geacht, ja hun leven gegeven voor Jezus Christus in wie al de rijkdom , van het koninkrijk ligt opgetast.
Het is een beschamende boodschap in een tijd waarin de schat van het koninkrijk bedolven dreigt te geraken onder de vermeende welvaart van deze wereld.