"Maar omdat gij moogt weten..."
1983-01-21
"Maar opdat gij moogt weten dat de Zoon van des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven... sta op, neem uw matras op en ga naarhuis".- Jaargang 27
- nummer 3
Marcus 2 vers 10
De vier mannen, die met hun verlamde vriend naar Jezus wilden, waren echte doorzetters.
Het huis, waarin de Heiland de belangstellende onderwees, was zo vol gelopen dat er geen mens meer bij kon.
Het was eenvoudig onmogelijk om tot Hem door te dringen.
Toen gebeurde er iets sensationeels.
Terwijl Jezus de mensen leerde, werd de dakbedekking van het huis boven Hem weggebroken en terwijl allen in verbazing toezagen, Heten de vier mannen hun vriend op zijn matras door de opening in het dak naar beneden zakken. In die consternatie, kwam de man met zijn verlamde benen vlak voor de Here Jezus te liggen.
De nood van dit mensenleven was voor ieder duidelijk.
Een toelichting op het gedrag van de vrienden was niet nodig, omdat iedereen begreep wat zij van Jezus verwachten.
Deze man moest genezen worden, zodat hij kon gaan en staan waar hij wilde.
De nood was hem op het lijf geschreven.
Terwijl voor ieder de ellende, waarin de verlamde verkeerde, duidelijk was, sprak Jezus het woord: "Kind, uw zonden worden vergeven".
Wie had dat nu verwacht.
Natuurlijk, we zijn allen ervan overtuigd dat de vergeving van zonden een groot goed is en zeggen daarom niet: “Wat heeft die man daaraan.”
Maar in deze situatie verwachten we toch iets anders. Hier moet een daad van naastenliefde worden gesteld. Maar Jezus spreekt van de vergeving van zonden.
Hij gaat, terwijl de man aan zijn voeten ligt, met de aanwezige, critische schriftgeleerden een debat aan over zijn bevoegdheid.
Intussen ligt de verlamde daar als het "lijdende voorwerp".
Is dat niet schokkend.
Inderdaad, het heeft iets uitdagends.
Tegenover de schriftgeleerden die denken: Dat is makkelijker gezegd, laat hij de man beter maken…
Tegenover allen die denken dat een bodschap van vergeving maar goedkoop is. Dat er belangrijker dingen zijn te doen in een wereld boordevol leed van zieken, invaliden, van honger stervende kinderen en zo veel meer.
Jezus Christus is gekomen om ons uit de macht van de zonde te verlossen.
Hij leert ons mensen wat de werkelijke nood van de wereld is.
Dit onderstreept hij door zijn woorden tot de verlamde, maar nog meer in wat hij zegt tegen zijn critici, die hem waarnemen.
Opdat gij moogt weten dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven: dat is zijn bevoegdheid, zijn taak, daarvoor verricht Hij straks het zware werk.
"Sta op, neem uw matras op en ga naar huis", dat is het teken, het mindere.
We leven in een tijd waarin het zondebesef tot een minimum is gesleten.
De rechten van de mens hebben de genade verdrongen.
De gevolgen blijven niet.
Mensen die weten dat vergeving van zonden een grote schat is, zullen anderen ontzien, maar in een wereld waarin men "niets heeft" aan vergeving wordt het leven kil en hard en vol bedreiging.
Hoe eenvoudig en gelijk diep is de boodschap van Jezus.