Het C.D.A.
1983-01-21
Ik heb met interesse kennis genomen van de reacties op mijn artikelen in dit blad over het C.D.A. Om te beginnen wil ik dan ook een woord van dank uitspreken voor de ontvangen bijdragen.- Jaargang 27
- nummer 3
Zoals bij zoveel andere artikelen dringt zich ook hier bij de schrijver de vraag op, of de ontvangen reacties wezenlijk iets aan diens mening veranderen. Naar eer en geweten moet ik in dit geval deze vraag ontkennend beantwoorden. Het was naar mijn mening ook voorspelbaar, wat de reacties zouden zijn. Ook zij die geen aktieve rol in de politiek vervullen, maar behoren tot de categorie van aandachtige krantenlezers, zullen ongetwijfeld bij het lezen van mijn artikelen aangevoeld hebben, tot wat voor commentaar deze aanleiding zouden geven. Ben ik dan aan mijn bijdragen begonnen, om allerlei open deuren in te trappen of (in het ergste geval) om mensen te kwetsen in hun politieke overtuiging.
Het antwoord hierop is ondubbelzinnig: nee!
Evenmin was het mijn bedoeling, om door kritiek op andere partijen te spuien, het C.D.A. buiten schot te kunnen houden. Bij nauwkeurige lezing van mijn artikelen zal een ieder dit overigens ook wel moeten erkennen. Mijn bedoeling was met name, om op de positie van het C.D.A. in te gaan, nu deze partij nogal wat kiezers heeft verloren aan de R.P.F. en de V.V.D.
Het voert uiteraard te ver, om op allerlei onderdelen van bovenstaande brieven thans uitvoerig in te gaan. Ik zal dan ook volstaan met een vrij beknopt commentaar.
In de eerste plaats wil ik er op wijzen, dat mijn verhaal aan de ene kant bestond uit een aantal meningen mijnerzijds en verder een weergave was van standpunten en visies van derden. Wat dit laatste betreft wil ik er nogmaals met nadruk op wijzen, dat de term "parasitaire partij" niet van mij afkomstig is. Ik voel er zelf helemaal geen behoefte aan dergelijke woorden te gebruiken. Ik meen evenwel geen struisvogelpolitiek te moeten bedrijven, door vrij scherpe formuleringen van anderen onvermeld te laten.
Er zijn twee punten die mij met name worden verweten. In de eerste plaats gebrek aan informatie omtrent doelstellingen en programma van de R.P.F. Wat dit aangaat kan ik slechts opmerken, dat ik naar mijn bescheiden mening wel voldoende feitenkennis bezit. Het tweede punt is, dat ik onvoldoende aandacht zou hebben voor de toch wel brede gerichtheid van de R.P.F. Ook wat dit betreft moet ik signaleren, dat het doen en laten van deze partij, zoals dat onder meer aan mij overkomt uit het 'lezen van de Kamerstukken en het gebruik dat deze partij maakt van de publiciteitsmedia, niet alleen bij mij maar blijkbaar ook bij anderen het beeld ontstaat van een beperkte politieke gerichtheid. Hier speelt naar ik aanneem ook de presentatie een rol bij. Zonder hier verder uitgebreid op in te gaan, meen ik er toch op te moeten wijzen, dat het G.P.V. bijvoorbeeld op dit punt duidelijk positiever uit de bus komt. Het is in elk geval zo, dart daar over een groot aantal politieke zaken een visie wordt ontwikkeld. Die visie wordt zodanig uitgedragen, m.n. in de Tweede Kamer, dat bij niet-partijleden daarvoor op z'n minst sympathie gaat ontstaan. Ter illustratie van dit laatste mag ik wijzen op de uitslag van de jongste enquête "politicus van het jaar", gehouden onder parlementaire journalisten van diverse pluimage, in opdracht van het weekblad De Tijd, waarbij de heer Schutte opvallend positief wist te scoren.
Ik denk dat het hoofdzaak is, dat christenen uit de diverse partijen de krachten bundelen. In versnippering ligt per se niet onze kracht. Ook moeten wij het naast elkaar bestaan van verschillende christelijke politieke partijen niet als een nu eenmaal vaststaand gegeven gaan beschouwen. Naar mijn mening moet op basis van het Program van Uitgangspunten van het C.D.A. bundeling van krachten mogelijk zijn.
Binnen die partij bestaat de mogelijkheid om er desgewenst standpunten op na te houden, die afwijken van de meerderheidsopvatting binnen de partij. Er zijn wat dit betreft voorbeelden genoeg. Denk maar aan de Kamerdebatten over abortus, de kernwapenproblematiek en sociale zekerheid. Verschil van opvatting is beslist niet erg, zolang een ieder maar op de Uitgangspunten aanspreekbaar blijft. Ik mag er in dit verband overigens ook nog op wijzen, dat vleugelvorming net zo goed bij de kleine partijen voorkomt.
Wat ik tenslotte nog wil beklemtonen is, dat een partij als het C.D.A.een behoorlijke machtsfactor is. Het woord macht moet hier beslist niet worden gezien als een vies woord. Macht houdt in de mogelijkheid om een beslissende rol te spelen in de totale besluitvorming. Zoals bekend hebben velen binnen de V.V.D.en de P.v.d.A. moeite met de sleutelpositie van het C.D.A. in de Nederlandse politiek. Zij zouden graag zien, dat deze partij (hetzij voor een tijdje hetzij helemaal) werd uitgeschakeld. Dan zou met andere woorden een links-rechtsschema ontstaan. Ik hoop van harte, dat de christelijke kiezers dit (hetzij op korte hetzij op langere) termijn dreigende gevaar tijdig inzien