Kerklied - Op goede gronden
1983-01-21
De schrijver van het ingezonden artikel van vorige week - de heer C. Goor te Almelo - heeft gepoogd de dubbele bodem onder de kerkelijke hymn "Jerusalem" weg te slaan. Hij heeft even op plaatsing moeten wachten daar ik (wat hij niet kon weten) met een serie van zes was begonnen. Dankbaar voor zijn bijdrage en geduld kan ik nu aan een wederwoord beginnen.- Jaargang 27
- nummer 3
De heer Goor levert veel wetenswaardige en historische achtergrond, die vermoedelijk niet aan onze gemiddelde lezer, zomin als mij, geheel bekend was. In de beoordeling en het gebruik van die achtergrond zullen hij en ik het niet geheel eens zijn.
-o-
De Romantiek, waarin Wm Blake leefde, was inderdaad een tijd van onrust en omwentelingen - denk maar aan de Franse Revolutie. Maar wie de wereldgeschiedenis leest ziet, dat God de Heere zijn heilsgeschiedenis altijd inpaste in het raam van de wereldgeschiedenis. Babels torenbouw gaf de verstrooiing van de mensheid over de aarde. De Romeinse en Joodse christenvervolgingen spreidden het evangelie over de bewoonde wereld. De uitvinding van de boekdrukkunst bracht de Bijbel in alle huizen. De dode staatskerk van de vorige eeuw luidde in Nederland de Afscheiding in. En zo gaf de Romantiek een open deur voor kerkelijke hongerlijders: om gratis te eten en te drinken, brood, wijn en melk.
Zeer juist tekent de heer Goor de situatie van omstreeks 1800 binnen wat kerk heette. Het rationalisme, de godin van de rede, had Gods volk nagenoeg doodgepreekt. Het deïsme (dat ons leven ziet als een stelsel van oorzaken en gevolgen, zonder Gods goede hand, waarvan God alleen de startmotor mocht zijn geweest) had de christenen uitgemergeld. Wie hongerde en dorstte naar gerechtigheid werd als overspannen gebrandmerkt. Wie zijn zonden voelde drukken werd overgevoelig genoemd. Voor dergelijke kwalen bood de kerk een dogmatisch panacee, lang niet zo onschuldig als Haarlemmer Olie. De kerk bood stenen voor brood en verzocht haar leden, een braaf en fatsoenlijk leven te leiden en daarmee tevreden te zijn. De wereld búiten de kerk zag het goed. De dramaturg Henric Ibsen heeft de christenheid gegeseld. En de dichter Heinrich Reine zei, overeenkomstig de religieuze sfeer van zijn tijd: God zal mij vergeven, daar is Hij voor. (Dieu me pardonnera, c'est son métier.)
In zulke tijden van-diep verval grijpt Gods barmhartigheid in. Hij gaf mensen als SamuëI, toen het Woord schaars was; Noach, toen de wereld verwerpelijk was geworden; Simson, toen de Filistijnen Gods volk verdrukten; Jesaja, die dorstigen tot brood en wijn riep; Elia, die Gods volk van de afgoderij terugriep. En God gaf zijn eigen Zoon.
En als de Heere ingrijpt in het wereldleven gaat dat door mensen, die niet feilloos zijn. Noach bedronk zich. Samuël, Jesaja en Elia zagen het niet altijd zitten. Simson liet zich door een knappe vrouw verleiden. Alleen onze Heiland vergiste zich niet.
-o-
Geen wonder dat aan zulk een reformatie door zondige mensen bijverschijnselen zijn op te merken. Achteraf kunnen we allemaal precies zeggen wat er fout was. Je kreeg namelijk een slingerbeweging, die zich afzette tegen de dode orthodoxie en gevaar liep in onbeheerste emotionaliteit te belanden. De heer Goor geeft een kleine stalenkaart.
Je kreeg het piëtisme: "een streven om ons geloof in duidelijke lijnen te zien uitgedrukt"; ook een streven naar heiligheid en dan als protest tegen de kerkelijke oppervlakkigheid.1) Daar is niet ieder van gediend, maar mensen als de graaf von Zinzendorf, de beide Wesly's en andere gezegende namen hebben onberekenbare zegen gebracht over een land, dat dor en mat van droogte brandde, daar niemand lafenis kon krijgen. Is dat eigenlijk niet een kostelijke zaak?
Ook het methodisme is een zondebok geworden, gelegd naast onze rekenliniaal. In een dissertatie werd vastgesteld, dat "het methodisme principieel verschilt van de heilsleer in de gereformeerde dogmatiek" 2) en dat schijnt niet best te wezen. Natuurlijk kleefden er fouten aan, evenals aan het Reveil, dat ermee samenhing. Maar intussen was ditzelfde methodisme "een machtige opwekkingsbeweging in het Engeland van de 18e eeuw, een reactie op dode orthodoxie en versteende vormen".3) Het plaatste namelijk onze zondebelijdenis en bekering tegenover het officieel-kerkelijke fatsoenlijke leven. Wie als Nederlands christenmens vandaag een Engelse kerkdienst wil bijwonen kan, meen ik, niet beter dan bij de Methodist Church terecht. En het Reveil heeft in ons land tal van christelijk-sociale instellingen gevestigd: heeft iets gedáán aan ongehuwde moeders en drankzuchtigen.
Daarbij werden onvermijdelijk mystiek en mysticisme genoemd. Vraag mij niet wat dat is. Het zijn geheimzinnige woorden, die als spookbeelden argeloze mensen schrik aanjagen. In werkelijkheid behoren deze, daar ze door ieder met een persoonlijke inhoud worden geladen, "tot de onbruikbaarste termen van ons kerkelijk-wetenschappelijk woordenboek", die "beter afgeschaft konden worden".4) Want "een geloof met warmte, diepte en breedte vraagt niet naar mystiek, doch is wel mystiek", zegt dezelfde.
-o-
Intussen hebben piëtisme, romantiek, methodisme, mystiek en mysticisme het christendom bedreigd in de richting van een kerk zonder dogma: die nog meer verwoesting zou aanrichten dan het deïsme van de 18e eeuw.5)
Wat is eigenlijk een kerk zonder dogma? Dat is een kerk, die het "slechts" met het Woord moet doen: vuur op de aarde werpen, de wereld verlichten, de aarde met zout doortrekken, een stap op een berg zijn, een energiecentrale van liefde betekenen, voorhoede van Gods vredesrijk zijn. En bij dat alles zou het dogma, de menselijke geloofsuitspraak, moeten redden wat met het Woord niet te redden is? Kom nu.
Laten we nuchter blijven, ook in ons geloof, in onze liefde, onze hoop.
Het woord dogma was aanvankelijk een vakterm van Griekse filosofen, die de wereld ook al niet vernieuwd hebben. Later kwam het dogma in de Bijbel terecht,6) toen een heidens keizer een "dogma" uitgaf dat heel zijn veroverde wereld beschreven moest worden. Nog later nam de Roomse kerk het woord over, voor haar gezaghebbende uit- en afspraken. Die het trouwens ook niet allemaal zo goed deden; denk maar aan Maria die onbevlekt ontvangen en die ten hemel gevaren zou zijn. Dogma's? Een sluitend stelsel van dogma's kan een practisch hulpmiddel zijn om overeind te blijven - maar het geeft ons nimmer het recht om een "kerk zonder dogma" te schelden als verwoestend.
We komen tot het pantheïsme, dat theoretisch de schepping en de Schepper identiek acht - hoewel daar in de praktijk eigenlijk nooit iets van kwam.7) U weet: pan betekent alles en thees = god. De pantheïsten zien in alle dingen God en willen in heel de schepping God eren; dat laatste is goed, het eerste niet, aangezien er een kloof blijft tussen Schepper en schepsel. Maar ook dit pantheïsme moet als een terugslag worden bezien. Tegenover hen die beweren dat er geen God is, of dat Hij dood is, zegt het pantheïsme: God is overal, nergens buiten te sluiten, Hij woont zelfs in jou!
Tenslotte de gewraakte intuïtie, de ver-beelding. Het woord betekent iets als "weten door innerlijke aanschouwing". De intuïtie is een onlogische (niet door redenering opgebouwde) benaderingsmethode om de waarheid te kennen. In het algemeen wordt intuïtie meer bij vrouwen dan bij mannen gevonden; de laatsten worden misschien wel door hun verstandelijke vermogens gehinderd. Een vrouw - zo zei de rector van het lyceum te Almelo in onze jongensjaren - is minder logisch, slaat, om een zaak te doorzien, een aantal stations over. Dat irriteert ons mannen. Maar ze zijn wel sneller op het eindpunt en dat vergoedt veel.
Zo is de intuïtie, mits gecontroleerd door het verstand, een even waardevolle scheppingsgave, waarover we dank u mogen zeggen. Het intuïtief doorzien van de structuur der dieren gaf Adam het vermogen, de dieren passende namen te geven. Chemici, natuurkundigen of werktuigkundigen hebben meermalen vakproblemen intuïtief opgelost: door hun probleem in een beeld te herkennen. Want beeld is de stam van het werkwoord verbeelden. En een gezonde verbeelding heeft niets met het spinnen aan wensdromen te maken - maar met een openstaan voor Gods onbegrensde arsenaal. Dat gaat verder dan een boeketje dogmatiek.
-o-
Nu heb ik nog geen goed of kwaad woord van Blake's filosofie of Swedenborg's theologie gezegd. Misschien komt dat er ook wel eens van - ze zijn het beiden waard. Maar de hamvraag is vandaag: bedoelde Blake met zijn profetische gedicht “Jerusalem" iets anders dan wij er in lezen?
Blake heeft de titel “Jerusalem" niet zelf gekozen. Hij bedoelde met deze naam - naar we vernemen - de visionaire gave van de mensheid, ook de volmaakte broederschap, ook de volmaakte vrijheid. De schrijver C. C. Dobson van “Did the Lord visit Britain?" zegt: "in dit gedicht refereert Blake duidelijk aan de traditie, dat onze Heer Britain heeft bezocht. Zijn woorden laten geen andere uitleg toe". En van "Jerusalem" zegt dezelfde schrijver: "de plaats waarvan beloofd is, dat God de Heere deze zal verkiezen om er zijn naam te doen wonen".
Wat Blake ook geloofde: met het "Lam Gods" kunnen we maar één kant uit; dit woord komt maar in één betekenis voor.8) Wat Blake ook van de middeleeuwen mag hebben gedacht: zijn verwijzing naar Jozef van Arimathea op Albions rotsen plaatst zijn gedicht in de eerste eeuw. Met het herbouwen van Jeruzalem kan dan ook niet anders zijn bedoeld dan wat de Britse kerken er in lezen: het aanvaarden van de wapenrusting des geloofs, teneinde Groot-Brittannië te herwinnen voor de Christus der Schriften, die het 't eerst heeft liefgehad. En wie deze tekst opzettelijk verandert moet zelf de konsekwenties dragen. Maar wat niet begrepen wordt kan moeilijk veroordeeld worden. Geen rechter zou het in zijn bolle hoofd halen.
1) dr S. v. d. Linde in Chr. Enc. II
2) dr J. D. du Toit, Het Methodisme
3) ds A. B. W. M. Kok in Chr. Enc. II
4) dr S. v. d. Linde, idem
5) aldus de heer C. Goor
6) Lucas 2: 1
7) dr A. Szekeres in Chr. Ene. II
8) Joh. 1 : 29, 36.