Intellect en intuïtie

1983-01-28
  • Jaargang 27
  • nummer 4
We beloofden terug te zullen komen op het ingezonden schrijven van de Heer C. Goor te Almelo - en wel speciaal op Blake's filosofie en Swedenborg's theologie. Mogen we dat meteen maar doen?

Wm Blake heeft zich in woord en daad verzet tegen het rationalisme. Dat hij hierbij klassieke schrijvers als Homerus, Ovidius en Plato voor de voeten liep is onvermijdelijk, maar geen doodzonde. Hij had inderdaad de overtuiging, dat het zijn Goddelijke opdracht was: zijn talenten en inzichten te gebruiken om de goden van zijn tijd te bestrijden en zijn medemens tot vrijheid van denken en handelen aan te zetten. Ook dr A. Kuyper en veel gereformeerden geloofden aan hun Goddelijke opdracht - waarschijnlijk terecht. Maar zowel Kuyper als Blake gingen soms te ver.

Dat Blake op vierjarige leeftijd "God door het raam zag turen" is toch allerminst ais dwaalleer of ramp aan te wijzen? Van tweeën een: of Blake zag als klein kind inderdaad God (wie zou hem dat kwalijk nemen?) - of hij vergiste zich (en wie zou hem dat wederom kwalijk nemen?). Het noemen van deze gebeurtenis is niet het sterkste argument van onze geachte schrijver.

Als Blake geen enkele verwijzing naar de Engelse overlevering maakte, zou dat nog niets bewijzen: die legende ligt er bij zijn gedicht "Jerusalem" dik boven op en vormt bovendien de grondslag. Maar dhr. Goor onthulde, dat Blake in de legende meer zag dan wij wisten. In zijn "Eeuwig Evangelie" heeft Blake gevraagd: "wat deed Hij in de tijd tussen zijn 12e jaar en zijn volwassenheid? Deed Hij toen niets? Of was Hij minder geïnteresseerd" dan op zijn 12e jaar "in de dingen van zijn Vader?" Blake zag in de overlevering, getuige zijn retorische vragen, heel wat meer dan een duister sprookje! 1)

Inderdaad gebruikte Blake veel vreemde woorden, namen met symbolische betekenis, geheimtaal voor ingewijden. Daarin is hij, ook volgens anderen, onbegrijpelijk, onverstaanbaar, onvertaalbaar. Dromen en visioenen gebruiken nu eenmaal beelden in plaats van woorden. Maar - afgedacht van werkelijk verstaanbare ketterij - is wat niet begrepen wordt nog niet te verfoeien. Trouwens, wat deed John Bunyan anders dan symbolische taal gebruiken, die alleen ingewijden verstaan? Het zat in de tijd en al te grote verstaanbaarheid kan al te grote weerstand oproepen. Zelfs de Heiland sprak in gelijkenissen, om zijn gehoor te selecteren. 2) Blake is dikwijls moeilijk te aanvaarden - nog moeilijker te weerleggen.

Wanneer de geachte inzender opmerkt, dat Wm Blake mooie lyrische gedichten heeft geschreven, die het op de middelbare scholen nog steeds doen, dan zijn we het weer geheel met hem eens. Het zogenaamde "Jerusalem" is er een voorbeeld van: "vervoerend en beeldend" zegt het Compendium.
Ook zijn humanitaire inslag, zijn menslievendheid die uit zijn liefde voor kinderen, zieken, armen en dieren bleek, doert:zijn naam alleen goed.

Evenals Swedenborg meldt Blake, dat hij gesprekken had met heilige en minder heilige personen uit het verleden. Wij zijn niet aan zulke taal gewend.
Ik moet toegeven dat ik er als jongeman ook veel moeite mee had.
Maar ófwel hij had inderdaad gesprekken met Ezechiël en Jesaja - en Wie zou hem dat verbieden? Ofwel hij vergiste zich of trachtte zijn lezers te bedriegen - dan kunnen we de zaak laten voor wat zij waard is. Maar laten we vooral erkennen dat het in Gods vrijheid ligt, elke boodschapper tot ons te zenden die Hij verkiest. In het verleden, in bet heden en in de toekomst. En laten we met Gamaliël constateren: de tijd zal het leren, maar veroordelen zal niet gaan. 8) En daarbij niet vergeten, dat in zeer birondere tijden de Geest zeer bizonder kan werken: zodat jongeren geziehten zien en ouderen dromen dromen. 3)
Blake heeft met zijn vurig verzet 'tegen materialisme en rationalisme ontzaglijk goed werk gedaan. Indien hij daarbij ontzaglijke ketterijen zou hebben geleerd Is dat niet best. Intussen was zijn gedicht "Jerusalem" wel een inleiding tot - maar geen fundament onder mijn artikelenreeks.

Emanuel Swedenborg was een Zweeds geoloog en natuurfilosoof, die onder invloed van dromen en visioenen een zeer persoonlijke theologie opbouwde.
De kern van zijn ideeën is: dat de mens in het klein voorstelt wat de kosmos in het groot is; dat de mens daarom zijn zeer nederige plaats in deze schepping moet zoeken, evenals God met ons klein (mens) is geworden; en dat onze zelfzucht onze grootste vijand is.

Hoewel zijn boeken - over de zondeval van de kerk, over de schepping, over hemel en hel, over loutering en voortgezet leven, over de rangorde der engelen en over de structuur van het heelal - ontzaglijk veel van zijn lezers vergen, is zijn invloed niet verdwenen. "Swedenborg bleef binnen het kader van de 18e eeuw, al betekent hij er wel een zekere top in". Hij beschreef visioenen en gesprekken met geesten van overledenen "met de exactheid van een wetenschapsman". "Zijn leer heeft een strenge moraal".
"Tussen de vele stenen, die S. uit heelal en kerk losbrak, liggen soms edelstenen en stofjes goud". En, minder welwillend: "bizonder spiritisten, theosofen en mystici van allerlei soort houden hem hoog". 4)

De Chr. Enc. beweert dat er geen Nederlandse vertalingen van Swedenborgs werken bestaan. Dit is niet juist. De Nederl. Swedenborg Society heeft zijn werken vertaald. Persoonlijk heb ik destijds een goede vertaling van Vera Christiana Religie (De ware Christelijke Godsdienst) aan de bibliotheek Broederweg Kampen geschonken.

Swedenborg geloofde in en aanvaardde rechtstreekse openbaringen van God. Hij durfde met gezag te spreken. Voor ons, Westerse mensen, is dat moeilijk te verteren en zijn grootste bestrijder is (zijn naamgenoot) Immanuel Kant geweest. Maar in een tijd van intuïtief leven, grote geestelijke omwentelingen en heroriëntatie van de gehele mensheid, was dat minder moeilijk. Swedenborg was namelijk geen dwaas, geen fantast - maar een scherp wetenschappelijk mens, die zijn plaats in de maatschappij had gevonden.
Daarbij was hij helderziend in hoge mate.

Toch blijft hij ook voor zijn aanhangers een moeilijke schrijver. Met het calvinisme komt hij in flagrante strijd. En hoewel het aantal volgelingen weinig bewijst, is de taxatie van dhr. Goor dat er nog Swedenborgianen zijn, ook in Engeland aan de lage kant. De Ndl. Swedenborg Society telde in de dertiger jaren 300 leden; in London is een "Kerk van het Nieuwe Jeruzalem". Bij zijn sterven had hij echter slechts 49 volgelingen.

Laat me hier nog een opmerking aan toevoegen. In mijn jonge jaren, toen ik in contact kwam met enkele leden van deze Society, was dat contact in hoofdzaak met een onderwijsman. Deze was een nuchter en intelligent huisvader, een vroom en gevoelig mens. Maar déze man heeft mij geleerd de Bijbel te lezen, van voor naar achter en terug, in diep ontzag voor de Heere God en zijn Zoon, onze Heiland. En dit op hetzelfde niveau als die andere onderwijsman, de heer A. Janse, ons leerde de Bijbel te lezen.

Tenslotte nog iets over rechtstreekse openbaringen, intuïtie, verbeelding.
Begrijpelijk dat wij Westerse christenen daar kritisch tegenover staan. We hebben onze handen vol aan de gesloten canon van de Bijbel en huiveren bij de gedachte, dat wij zouden moeten oordelen over wet verder aan inspiratie en "inspiratie" op tafel mag komen.

De kerk heeft daar al vóór de middeleeuwen net zo over gedacht. Was men in het Oosten min of meer open voor inspraak van Boven (buiten het geschreven Woord om) - in het Westen stond men, onder invloed van de Griekse filosofen wellicht, afwijzend tegenover alles wat niet beredeneerbaar is.

In 1054 kwam het tot een totale scheur tussen de Rooms-Katholieke kerk en de Oosters-Orthodoxe kerken. Kunnen wij vandaag zeggen aan welke kant het gelijk stond? Nee, maar we kunnen wel vergelijken.

De activiteit, de zendingsdrang, de sterke kerkelijke organisatie en de ketterjachten lagen Westelijk. De geestelijke verdrukking, de vrome beleving van God-met-ons, het nationale christendom en de mystiek lagen Oostelijk. Maar ook: in het Westen is een stervend, zo niet dood, christendom, een leegloop der kerken, een modern heidendom te constateren. En in het Oosten, waar de kerk officieel verboden is, klinkt een schreeuw om Bijbels, om het Woord van God.

Zou u durven kiezen? Laten we hopen dat God de Heere niet kiest en verwerpt. Een oud predikant zei eens, sprekende over zijn toekomst: "ik verheug mij er op, straks met Paulus te spreken, van wie ik zo veel geleerd heb. En misschien mag ik Abraham eens van ver zien." Zo iets klinkt bijna Oosters - maar is het verkeerd?

In vroeger tijden sprak God rechtstreeks tot Adam, Abraham, Jesaja, Elia, Paulus. En tot vele anderen. Is dat spreken van God tot mensen door de sluiting van de Bijbelse canon afgelopen? Mogen we stellen dat God met kan hebben gesproken tot Franciscus van Assisi, niet tot Therese Neumann, niet tot Swedenborg, niet tot Blake en niet tot Fl. W. Bakels 5). In onze omgeving weten we van vertroostende dromen - wie ze tegenkomt die geve daar acht op! - waarvan een wijs christen na rijp beraad zei. "we moeten er voor open staan, dat God ons op zeer bizondere wijze een vertroostende boodschap kan zenden".

Ons scherp analyserend Westers intellect kan dodelijk zijn voor onze intuïtie.
Dat maakt ons, als we het niet beheersen, ziende blind en horende doof. Wie alleen op zijn zintuigen vertrouwt stelt vlees tot zijn arm. 8) Wie alleen op zijn intuïtie vertrouwt is een dronken dwaas. Het lijkt mij, dat we ál de ons geschonken talenten voor honderd procent moeten benutten, geen daarvan renteloos mogen opbergen. Dan laten we ons door het Woord èn door onze "nieren" onderwijzen. 7) Nog enkele opmerkingen, voor we afscheid nemen van dhr. Goor van Almelo. Dhr. Goor spreekt van heksen, spoken en duistere zaken als van guitige dingen. Laat hij ze uit de weg blijven. Hekserij, de zogenaamde zwarte magie, bestaat nog steeds en is een vreselijke macht, die niet met grapjes weerstaan wordt. En spoken komen hier inderdaad voor, evenals in Nederland; wie zich de moeite getroost enige vaklitteratuur te raadplegen spreekt er anders over.

Wat het monster van Loch Ness betreft, waarvan de duistere oorsprong voor onze geachte inzender de deur dicht doet: indien hij de uitgebreide wetenschappelijke publicatie van de Amerikaanse bioloog dr Roy Mackal (1976) zou willen bestuderen, zou hij weten dat de monsters (meervoud) op moderne wijze opgespoord, gepeild en gefotografeerd zijn, en vermoedelijk tot de overigens uitgestorven saurus-soorten behoren. 8) Ook hierbij is niets duister of het wordt wel eens aan het licht gebracht.

1) zie mijn artikel van 19 nov. jl. - 2) Joh. 16 : 12, 29 en Matth. 13 : 11 - 3) Joël 2 en Hand. 2 - 4) Chr. Enc. II resp. Winkler Prins - 5) Fl. B. Bakels "Nacht und Nebel", zie mijn studie in dit blad aug.sept. 1978 - 6) Jer. 17 : 6 en 2 Kron. 32: 8 - 7) Psalm 16 :8 - 8) zie mijn art. in dit blad, okt. 1976 - 9) Hand. 5 :34-39.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief