Hem loven uit het hoofd

1983-02-04
  • Jaargang 27
  • nummer 5
"Halleluja. Ik zal de HERE van ganser harte loven."
Ps. 111

Hebt u indertijd de radio-quiz "Tot ziens in Jeruzalem" gevolgd? Daarin werd bijbelkennis getest. Hoelang het inmiddels is geleden, weet ik niet meer. Maar één ding staat me nog helder voor de geest. En dat heeft te maken met deze psalm.

Het gebeurde bij de finale, gehouden in Jeruzalem. De winnaars van verschillende landen waren daar bijeen voor de eindstrijd. Onze land- (en kerk-)genoot maakte een goede kans. Maar allen werden overtroffen door die éne man uit Haifa. Hij werd winnaar. Een man van veertig, en ... blind. Zodra hij bet nieuws hoorde klonk uit zijn mond - en we konden bet voor de radio goed horen -: Halleloejah. 'Odeh Adonai bechol leewav, besod jesjariem we-eedah, gedoliem ma'asee Adonai, droesjiem leehol cheftseehem en zo verder.
Wat doet-ie daar nou? vroeg de verslaggever uit Nederland aan een van de juryleden uit ons land. Hij prijst zijn God, zei de professor.

Hij had eraan toe kunnen voegen: met de woorden van psalm 111.
Want dát was het lied, waarmee de blinde zijn God prees.
Duidelijk herkenbaar, want het gaat volgens het a-b-c.
Elke regel begint met een letter van het hebreeuwse alfabet.
In de Statenvertaling is dat nog aangegeven. En zo is het makkelijk uit het hoofd te leren. De blinde zei hem zomaar op.

Onlangs hoorde ik iemand spreken over 'blindelings' psalmen zingen.
Hij bedoelde: uit het hoofd. Kunnen wij dat nog? De ouderen misschien.
Opgegroeid bij één berijming. Die dan ook geléérd werd. Thuis, op school. We zeiden het als kinderen moeder na, bij het naar bed gaan:
God heb ik lief
want die getrouwe Heer
hoort mijne stem
mijn smekingen
mijn klagen ...

Spreek erover met uw kinderen, als ge u neerlegt, zei Mozes al.
En de school, die was nog echt School met den Bijbel. Dat wil ook zeggen: met de Psalmen. Iedere maandagmorgen versje opzeggen en elke dag zingen uit het psalmboekje.
Hoe is het wat dit betreft met onze kinderen? Leren zij dat nog, de HERE loven uit het hoofd. Wie doet er nog moeite voor?
Er is een Liedboek, met vele versjes, er zijn diverse psalmberijmingen.
Er is zóveel en zo gevariëerd en alles zo in beweging, dat de concentratie op het éne en het beste er wel onder lijden moet.
Om van allerlei verstrooiend lawaai nog maar niet te spreken.
Maar is het niet de moeite, van roeien tegen de stroom in, waard? Om jezelf en anderen te leren zomaar uit het hart de HERE te loven.

Mooi was dat: die blinde, blindelings sprak hij de lof des Heren uit. Zomaar spontaan en tussen al die mensen. De radio droeg het de wereld door. Alleen: hoevelen hebben het begrepen, hadden het begrepen ook al was het vertaald geworden?
De lof van psalm 111 vraagt goede verstaanders. Want die is uiterst beknopt. Meer iets voor 'in de kring' dan voor op straat.
"In de kring der oprechten en de vergadering." Waar ze Hem kennen, samenkomen rond zijn Woord. Waarnaar dan verder kan verwezen worden: "Groot zijn de werken des HEREN, na te speuren voor allen die er behagen in hebben." Dat is zoveel als: zoek het verder maar na.
In het boek des HEREN.
AIs je lust hebt. Ja, het is voor de liefhebbers. Als het onder dwang moet… Maar bij hen zijn die werken van Hem dan ook zeer gezocht.
Want zoveel “majesteit en luister" als er uit straalt!
En, niet te vergeten, "gerechtigheid". In een wereld vol onrecht en bedrog, de eeuwen door, blijft zijn gerechtigheid een constante, een lichtend spoor. Te volgen voor latere geslachten, want: "Hij heeft voor zijn wonderen een gedachtenis gesticht". Vastgelegd zijn ze, in monumenten, geboekstaafd, opgehaald worden ze in feesten.
En zo blijft léven hoe "genadig en barmhartig is de HERE".
Bewijs? Nu, bij voorbeeld: "Spijs gaf Hij aan wie Hem vrezen".
En zo gaat het voort. Elke regel, beginnend met weer een volgende letter van het alfabet, trekt weer een register open.
Slaat weer een thema aan. Stof genoeg. Voor elke letter is er wel weer iets. Iets groots en goeds van de HERE, om te vermelden.
Toen al, toen Hij nog niet eens halverwege was met Zijn werk.
En nog alleen bezig met dat éne volk.
Al blijft zijn doen, zijn woord en werk uit dat begin, toonaangevend voor de lof van alle eeuwen.
Hij heeft zich wel méér, maar niet ànders geopenbaard.
En het is niet uit de tijd om nog terug te grijpen naar die dingen van toen, in uittocht, intocht, verbondsluiting, wetgeving.
Waarin eens voor al Zijn deugden schitteren.
En beter Hem met déze woorden, dan helemaal niet meer te loven.

Als wij het niet meer doen, zullen anderen het doen.
Mensen van het oude volk. Of nog weer nieuw ontdekte stammen.
Want "Zijn lof houdt eeuwig stand".
De laatste letter van het alfabet leverde deze slotzin op.
Die aangeeft dat nu wel dit lied, maar niet de lof uit is. Die zal altijd voortgaan. Dat blijft bestaan.
Dat houdt geen ongeloof en afval en satansmacht tegen.
Zowaar en lang de HERE leeft en spreekt en werkt, zal de bewondering het van verguizing winnen.
Daar hoeven we ons geen zorgen om te maken.
Wel of wij en onze kinderen er nog aan meedoen.
"Ik zal de HERE loven met mijn hele hart."
Dan zal dat hart ook moeten worden gevuld.
Met oude en nieuwe lofliederen.
To learn by heart - zeggen ze overzee.
En waar dat hart dan vol van is, daar loopt de mond van over.
Het is de moeite waard.
HIJ is die moeite waard!



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief