Zijn evenbeeld
1983-02-11
"en zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand"- Jaargang 27
- nummer 6
Psalm 112 : 3b, 9b.
De psalm die vorige week onze aandacht had, 111, is niet de enige, die op helt alfabet gedicht is. Direkt daarop volgt er nog een - waarover nu iets.
Hier weer diezelfde handreiking voor het gebruik: zo leert het gemakkelijk, met de letters van het alfabet als geheugensteun.
Psalmen zijn niet voor het papier, maar voor hart en mond.
Ze willen klinken, wèrken, van geslacht op geslacht.
De overeenkomst tussen deze beide opeenvolgende liederen is niet beperkt tot deze vormstructuur. Er klinken ook hier en daar dezelfde woorden en zelfs zijn enkele complete regels precies gelijk.
Dat is het geval met de hierboven afgedrukte regel.
Hetzelfde was ook in de vorige psalm gezegd, en ook nog op exact dezelfde plaats, vers 3b. U kunt het nagaan in uw Bijbel.
Hebt u dit gedaan, dan merkt u misschien op dart zoals de regel hierboven luidt het toch niet precies klopt met zoals onze NBG-vertaling hem heeft.
"En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand" - zo staat het wel in 111, maar in 112 is het niet "eeuwig", maar staat er "voor immer".
Goed om even op te merken. De grondtekst kent dat verschil niet, daar is het in beide psalmen woordelijk gelijk geformuleerd. Maar de vertaler heeft hier een nuance aangebracht, Waarom eigenlijk?
U begrijpt het al. De vorige psalm zong de lof van de HERE. En dat Zijn gerechtigheid voor eeuwig standhoudt, wie zal dat niet voluit beamen?
Maar in psalm 112 staan de schijnwerpers gericht op een mèns.
Eon dat maakt nogal verschil, nietwaar?
En dan zo te spreken van eeuwig. Heil: klinkt ons dan wel wat boud in de oren. Dat zal het zijn waarom het in dit geval wat getemperd is, tot voor immer.
Een kwestie van gevoel voor distantie.
de afstand die er toch is tussen God en mens.
Intussen blijft het feit: de oorspronkelijke tekst kent deze nuancering niet. Zonder scrupules wordt wat eerst de HERE toegeschreven is nu ook gezegd van de mens.
Neen, niet van 'de mens', zo in het algemeen. Wèlke mens heeft deze psalm in het vizier? "De man die de HERE vreest"! (vs. 1) Dat maakt ook verschil, nietwaar?
Het kwam in de vorige psalm al aan de orde: "Het begin van wijsheid is vreze des HEREN". En in zoverre is déze psalm duidelijk een vervolg, dat nu dat vrezen van de HERE verder uit de verf komt. In de tekening van de man, die dat doet. Niet zomaar een individu, een type wordt getekend, een soort, een geslacht.
Daar worden sterkende dingen van gezegd. Bemoedigend, over de zegen van de HERE voor zulken. Zonder dat Hij telkens met name wordt genoemd, gaat toch de lof op Hem in deze psalm feitelijk voort. Op Hem door wiens zegen en bescherming de zijnen zo sterk staan.
Maar... behalve sterkende worden er dan toch ook stèrke dingen van die getekende figuur zelf gezegd.
Onbeschroomd wordt hem hetzelfde toegeschreven als HEM: "en zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand".
Het keert zelfs in deze psalm nog
een keer terug. Ook 9b heeft nog eens diezelfde, stèrke, woorden.
Over sterke woorden gesproken, op de plaats waar 111 heeft: "genadig en barmhartig is de HERE" (vs. 4b) heeft dèze psalm, die de man die de HERE vreest belicht: "genadig en barmhartig en rechtvaardig".
Is dat niet sterk?
Zeker, uitleggers hebben er weinig moeite mee en schrijven deze woorden ook in deze psalm toe aan de HERE. Is in het voorgaande vers niet gesproken van het Iicht dat voor de oprechten opgaat? Dat licht (NBG zet het met een hoofdletter!) dart is de HERE toch, en die is genadig en barmhartig.
Maar het is de vraag of dit niet te vlot is verbonden en geconcludeerd.
De kanttekening bij de Statenvertaling (een goudmijn voor Schriftuitleg, niet-krampachtige Schriftuitleg) heeft bij “licht": dat is troost, vrede, blijdschap en bij dat "genadig en barmhartig": te weten God, gelijk Ps. 111: 4, of, hij, te weten de vrome man, gelijk vs. 5".
Dat kan toch ook, dat laatste? Die heeft de psalm nu toch vooral op het oog?
Twee psalmen. Ze volgen op elkaar en tonen veel overeenkomst.
In opbouw, in zegswijzen en, dat treft vooral, in typeringen omtrent de persoon in kwestie. Dat treft zo, omdat dirt in de ene psalm de HERE is en in de andere degene die Hem vreest.
Vréést, Eerbiedigt, Hem onderdanig.
Want Hij is de Heer en de ander is Zijn knecht.
Maar was is nu ook typerend voor de dienaar?
Dat hij, luisterend naar zijn Heer, zo op Hem lijken gaat!
De barmhartigheid van de Heer wordt ook helt kenmerk van zijn knecht.
Zo zei de Here Jezus het toch ook, zonder scrupules: Weest dan barmhartig, zoals uw Vader in de hemel barmhartig is.
"Genadig en barmhartig en rechtvaardig."
Volmaakt zoals uw Vader.
"En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand."
Het is geen bevlieging, maar een constante. Duurzame gerechtigheid.
Die vastheid van de HERE vloeit over in wie Hem vrezen.
De vastheid, hun verléénd!
Ook in standvastig blijven in 't spoor van de gerechtigheid.
Twee psalmen. De blikrichting is verschillend. De ene kijkt naar God, de andere naar mensen.
Of toch ook nog altijd naar de Eerste!
Gaat het niet ook hier nog over Zijn werk.
Mensen naar Zijn evenbeeld - Hij is het toch die ze maakte?
Die ze, bedorven als Zijn schepping werd, opnieuw wéér maakt, De nieuwe mens - schrijft Paulus - geschapen naar Zijn beeld.
In ware gerechtigheid en heiligheid.
Waarachtige, duurzame gerechtigheid.
"En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand."
Het is nog altijd lof op Hem, de veel gesmade. Van wie de vorige psalm toch zong als slot: Zijn lóf houdt eeuwig stand.
En deze volgende sluit af, na de tekening van wat de HERE tot stand brengt in mensenlevens, met het machteloos toezien en verstommen van de goddeloze.
Want de begeerte van de goddelozen, dat Gods lof vernietigd wordt, ook door het mislukken van Zijn mensen, loopt stuk op het werk dat Hij doet: mensen, naar Zijn evenbeeld.
Eeuwig zullen zij bestaan!