‘Wie heeft dát geschreven…?’
2011-09-30
Een belangrijk kenmerk van dementie is het verdwijnen van het kortetermijngeheugen. Je kunt geen nieuwe informatie meer vasthouden. Bekende dingen komen je telkens als nieuw voor. Dat is een groot lijden. Elke dag je opnieuw afvragen waar je bent, wat je toch aan moet met dat ronde ding met spul dat voor je op tafel staat, wie toch die man is die doet alsof die je goed kent, om maar een paar dingen te noemen. Dat geeft een groot gevoel van onzekerheid en verlorenheid en genereert angstgevoelens.- Jaargang 55
- nummer 19
Maar soms levert dit geheugenverlies ook bijzondere ervaringen op. Zo bezocht ik mevrouw R., een dame van stand. De stammoeder van een bekend ondernemersgeslacht in ons dorp. Op haar kamertje stonden nog een paar mooie meubeltjes. Hun welstand was haar en haar kamertje nog steeds aan te zien. Ze had een paar beroertes gehad en sprak moeilijk en binnensmonds. Je moest heel goed opletten op wat ze zei. Ook hadden de beroertes haar geestelijke vermogens aangetast. Samen met haar bekeek ik de foto’s uit haar album en we hadden een goede tijd samen. Aan het eind van het gesprek stelde ik voor een Bijbelgedeelte te lezen. Ik koos de zaligsprekingen en ik las:
Zalig de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven
Zalig…
Zalig…
Zalig…
Na afloop van de lezing was het even stil. Ze hief haar hoofd op en zei in alle duidelijkheid: ‘Wié heeft dát geschreven…?’ Haar goed verstaanbare en heldere reactie trof mij direct. Ze werd door deze overbekende Bijbelwoorden geraakt zoals je geraakt wordt door een mooi gedicht dat je ergens vindt. Ze hoorde deze woorden blijkbaar als nieuw, in alle frisheid en oorspronkelijkheid, getroffen door de schoonheid en inhoud ervan. Een ervaring die wij wegens de bekendheid van de woorden slechts met de grootste moeite kunnen opdoen.
De leegte van haar geheugen had het positieve gevolg dat er ruimte ontstond voor het horen van het Woord Gods in zijn oorspronkelijke kracht.
Sindsdien kan ik de zaligsprekingen niet meer lezen of horen zonder aan haar te denken: ‘Wie heeft dát geschreven…?’
Begrip is lang niet altijd de toegang tot de kracht van het Bijbelwoord. Ik lees vaak met mensen een Bijbelgedeelte. Vaak geven mensen dan als reactie: ‘mooi’. Hun begrip schiet vaak tekort, maar de schoonheid, de cadans, de vertrouwdheid van de voorgelezen woorden geven troost. Bijbelwoorden geven hun kracht maar ten dele prijs door het begrip ervan. Ze raken pas je ziel als je ze ondergaat.
Ik werd ook getroffen door de nieuwsgierigheid en het verlangen waarvan deze reactie getuigt. Ze wilde de Spreker van deze woorden leren kennen. Goede woorden maken dorstig. Ze doen verlangen naar meer. ‘Wie heeft dát geschreven? Als ik bij Hem in de buurt blijf, Hem volg, loop ik grote kans dat ik “woorden van eeuwig leven” ontvang, waardoor ik mijn levensweg met blijdschap kan vervolgen’.
Is het niet de bedoeling van alle Schriftwoorden, dat ze ons aanzetten om de Spreker ervan te leren kennen?
Job Smit is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde.