In de marge (Gedachten bij 2 Koningen 4)
2011-09-30
De profeet Elisa aan het front van de toenmalige samenleving. Zo is te lezen in het tweede hoofdstuk van 2 Koningen.- Jaargang 55
- nummer 19
Elisa was meegegaan met het leger van Israël en op een goed moment kon hij iets laten zien van de Heer. Zo was hij – zouden we vandaag zeggen – proactief bezig als knecht van de HEER op macroniveau.
Maar hij bewoog zich niet alleen op dit niveau, óók op microniveau in de marge liet hij zich zien. Hij was namelijk aanspreekbaar voor de kleine gemeenschappen van profeten, die in de geseculariseerde samenleving trouw waren gebleven aan God. Daarin liet God via Elisa zien dat Hij zijn kinderen niet vergeet!
In de tijd van zijn geestelijke vader Elia waren er ‘de zevenduizend’ die dwars tegen de stroom in de HERE bleven zoeken, en Hem volgden. Ook in Elisa’s dagen waren er zulke mensen. Op verschillende plaatsen hadden zich profetengemeenschappen gevormd - bijvoorbeeld in Gilgal, Betel en Jericho (zie 2 Koningen 2). Kleine gemeenschappen van mannen en vrouwen (en kinderen), die samen kwamen rond het Woord van God en Hem aanbaden. Ze hielpen elkaar bij het dienen van God. En de lijntjes waren kort naar de profeet Elisa.
Zorg
Zo had Elisa een profeet gekend, die van harte de HERE vreesde. Maar de man was gestorven en had een vrouw en twee kinderen nagelaten. Uit dit verhaal blijkt dat de profetengemeenschappen het niet breed hadden. Ze zullen vast een geïsoleerde plaats binnen Israël ingenomen hebben. Mensen die in de beleving van hun tijdgenoten niet met hun tijd waren meegegaan en in een oude, religieuze traditie waren blijven hangen. In elk geval was het dagelijks leven voor dit profetengezin nooit een vetpot geweest en bij tijden moest er zelfs geleend worden.
Misschien wel om wat zaaigoed te kunnen kopen voor het kleine stukje land dat ze hadden.
Het overlijden van de man was op zichzelf natuurlijk al vreselijk voor de vrouw. Maar nu dreigde ook nog eens dat de schuldeiser haar kinderen zou ophalen om voor hem te werken. Wij zijn geneigd dat brutaal en grof te vinden, maar volgens de door God ingestelde wetten was dat zo geregeld. Iemand had wettelijk de mogelijkheid – niet de verplichting! – om zoiets te doen (zie Exodus 21).
In huis
De vrouw klaagt haar nood bij Elisa. Ze doet dat overigens zonder een concrete hulpvraag te stellen. Het enige wat ze doet is in korte bewoordingen haar hulpeloze situatie aangeven. Opvallend is dat Elisa de vraag laat staan. Hij neemt niet de verantwoordelijkheid van haar over door van alles en nog wat voor haar te gaan organiseren.
Maar als een goede hulpverlener laat hij haar in haar waarde en sluit aan bij de mogelijkheden, die ze zelf heeft: ‘Wat hebt u nog in huis?’ Daarmee stimuleert en activeert hij haar om te kijken wat ze nog heeft. Ze heeft veel verloren, inderdaad. Zou ze met het kleine beetje dat ze heeft verder kunnen? Niet meer dan een kruikje olie!
Vreemd
Elisa geeft haar een bijzondere opdracht. Ze moet bij haar buren langs om zoveel mogelijk lege kruiken, kannen, emmers en flessen op te halen. Dan moet ze de deur van haar huis sluiten en samen met haar jongens die lege kruiken en kannen gaan vullen met dat kleine kruikje olie! Een vreemde opdracht! Net als het bevel in hoofdstuk 3 om greppels in de woestijn te gaan graven, terwijl het kurkdroog is. Of later in dit hoofdstuk 4: om in een hongerig gezelschap van honderd man twintig broodjes uit te delen en dan te geloven, dat iedereen meer dan genoeg zal krijgen…!
Dat vraagt veel geloof.
Maar in de weg van geloof wil God zijn beloften vervullen.
Zo schakelt de HEER ons in, net als deze vrouw. Wil je aan het werk met dat wat je in huis hebt, en geloof je dat de HEER je dan zal zegenen en verrassen? Dat is de grote vraag.
Zoveel
De vrouw doet het! En dan blijkt ze zoveel te ontvangen als ze geloofde. De omvang van de straal van de buren die ze gevraagd heeft om lege kruiken en flessen blijkt bepalend te zijn voor de mate waarin ze straks ontvangt. Hoe kleiner je denkt van God, hoe kleiner je zegen. Hoe groter je denkt van God, hoe groter je zegen. De vrouw laat het kleine beetje wat ze in huis heeft gebruiken door God, en in zijn handen wordt het overvloedig. God is royaal: Hij kan meer dan vermenigvuldigen wat we in zijn handen leggen.
Wonderen
Zou God in onze tijd van secularisatie ook geen wonderen in de marge kunnen doen? Door het kleine beetje, dat we in huis hebben in zijn handen te leggen. Je kunt je wel eens onmachtig voelen bij de dingen die in onze tijd spelen. Mensen en groepen worden tegen elkaar opgezet, en haat gezaaid. Tegen moslims, tegen homo’s, tegen… Wat kun je beginnen? Je ziet mensen tobben met ziekte en handicaps, en je hebt zo weinig tijd. Wat kun je doen aan de honger in de Hoorn van Afrika als je geen flinke bankrekening hebt?
Welke mogelijkheden heb je als kleine kerkelijke gemeente in een grote, geseculariseerde stad?
Zegen
De Heer zal ons niet overvragen. Hij vraagt niet meer dan wat we in huis hebben biddend in zijn hand te leggen. Misschien door gewoon interesse tonen in die moslim bij je om de hoek. Misschien door dat uurtje wat je hebt te ‘geven’ aan die zieke. Of door een financieel offertje te brengen. En je zult zien dat je overhoudt: net zoals die vrouw en later in het evangelie die jongen met die twee broden en vijf vissen. Je komt nooit tekort als je leeft van en met het evangelie. God zegent het en doet je tot zegen zijn!
Ds. Roel Venderbos is predikant van de NGK Kampen.