‘Wij schrijven jou niet af ’

2011-09-30
  • Jaargang 55
  • nummer 19
Ex-gedetineerden en gedetineerden kunnen vaak erg geholpen worden door een kerkelijke gemeenschap. Veel gemeenten weten echter niet waar te beginnen, is de ervaring van resocialisatiewerker Arnoud Aalbers. ‘Maar het is uiteindelijk niet zo ingewikkeld om iets voor hen te doen. Al is het maar een kopje koffie, de impact is groter dan je denkt.’

Arnoud Aalbers werkt al tien jaar in een begeleid-wonenhuis van Exodus, een landelijke stichting die zich inzet voor de resocialisatie van exgedetineerden.
Ex-gedetineerden of gedetineerden aan het einde van hun straf worden bij Exodus weer op weg geholpen op het gebied van wonen, werken, zingeving en relaties – de vier pijlers van de stichting.
Aalbers is trajectbegeleider en mentor en coördineert ook het vrijwilligerswerk. Zijn vrouw is eveneens actief bij de organisatie. ‘Echt een Exodusgezin dus’, lacht hij.
Aalbers is tevens lid van de NGK Houten. Daar ontstond in 2006 het idee om meer met de zorg voor (ex-)gedetineerden te doen. ‘Onze gemeente is sowieso heel erg bezig om buiten de eigen kerkmuren te kijken. Het gevangenenwerk kwam daarbij steeds meer naar voren. Ook omdat we relatief veel mensen in de gemeente hebben die werken bij justitie of in het gevangenenpastoraat’, vertelt Aalbers.
Er werd een groep van zes bijeengebracht die ging nadenken hoe dit werk vormgegeven kon worden. Uiteindelijk besloot de gemeente zich aan te sluiten bij Kerken met Stip. Dat is een projectgroep van het protestants en katholiek justitiepastoraat. Deze projectgroep helpt ex-gedetineerden een gemeente te vinden na hun detentie.
Inmiddels hebben 67 gemeenten zich als ‘kerk met stip’ aangemeld.
Aanmelding klinkt als een eenvoudige stap, maar is volgens Aalbers iets waar je goed over na moet denken. ‘Het is bij ons best een proces geweest voordat we tot deze stap kwamen. Je moet goed beseffen wat het betekent om kerk met stip te worden en je moet je afvragen wat voor gemeente je hebt en of die gemeente dit wel wil en kan. Er zit een verschil tussen alleen zeggen dat je er voor ex-gedetineerden wilt zijn en kerk met stip worden.
Dat verschil zit hem in wat je als kerk met stip te bieden moet hebben. Daarnaast moet je trouwens beseffen dat ook
kerken zonder stip ex-gedetineerden binnen kunnen krijgen.’

Goede intenties
Wat moet een kerk met stip dan te bieden hebben als een ex-gedetineerde aanklopt? ‘Je moet niet zeggen: hier is de kerk, zoek het maar uit’, zegt Aalbers. ‘Maar je moet er ook niet bovenop zitten of de exgedetineerden helemaal in de picture zetten. Wat je nodighebt, zijn mensen die een “buddy” kunnen zijn voor een ex-gedetineerde, mensen met enige kennis van zaken. Zo’n buddy kan een poosje met iemand meelopen om te ontdekken waar zo iemand behoefte aan heeft en bijvoorbeeld of die goed zit in jouw gemeente. Misschien dat een ander soort kerk beter voor hem is.’ Ontdekken wat iemand nodig heeft, daar draait het volgens Aalbers om. De één vindt snel zijn draai, de ander heeft veel meer bezoekjes nodig of moet zelfs doorverwezen worden voor bijvoorbeeld psychische hulp. Enige basiskennis over deze “doelgroep” is dan ook wel gewenst. ‘En als je die know-how niet hebt, kun je het in huis halen. Bijvoorbeeld via Exodus’, zegt Aalbers.
‘Je moet weten dat het mensen met een verhaal zijn.
En je moet rekening houden met teleurstellingen of zelfs terugval. Het is mooi als je vanuit een goed hart deze mensen wil begeleiden – daar is niks mis mee – maar dat moet wel samengaan met weten wat je doet, met realisme en weten waar grenzen liggen. Je kunt niet zomaar iedereen op visite vragen.’ Aalbers denkt dat het bij kerken vaak nog aan deze kennis schort. ‘Als ik vanuit Exodus naar het werk voor ex-gedetineerden in kerken kijk, denk ik dat er heel veel mensen met goede intenties zijn, maar dat veel gemeenten niet weten wat ze ermee aan moeten. Het is een lastige doelgroep om te snappen. Als je daklozen wil helpen, zamel je eten in en dan heb je wat voor hen gedaan.
Maar hoe help je ex-gedetineerden?’ ‘Eigenlijk zouden alle kerken een kerk met stip moeten zijn, maar het vraagt
wel om een bewuste keus waar je in moet investeren.’

Wees welkom
Tegelijkertijd wil Aalbers het ook niet ingewikkelder voorstellen dan het is. Als er enige kennis van zaken in huis wordt gehaald, is het helemaal niet zo moeilijk om als gemeente iets voor ex-gedetineerden te betekenen. ‘Een gevangenisstraf staat niet op zichzelf. Mensen verliezen hun woning, hun relaties, hun eigenwaarde. Ze raken heel veel kwijt. Via resocialisatie kunnen ze daar weer aan bouwen, maar daarnaast moet de samenleving ze ook opvangen en tegen ze zeggen: je mag er zijn. Dáár ligt een taak voor de kerk. De kerk kan tegen ze zeggen: ook al heb je fouten gemaakt, wij gaan met jou verder.’ Dat zit vaak in hele kleine dingen, is Aalbers opgevallen.
‘Ik ken best veel bewoners van Exodus die in een kerk terecht zijn gekomen. Dat gaat goed.
Je ziet dat mensen helemaal opbloeien. Ik had dat niet zo snel verwacht, maar de impact van een gemeente is groter dan je denkt. Al is het maar dat je een kopje koffie met iemand drinkt na de dienst of dat je zegt “leuk dat je er weer bent” of “wees welkom”.
Dat kennen ze vaak niet. Ze komen uit een wereld die verwrongen is. Alleen al het feit dat je er voor elkaar bent in een gemeente, is een voorbeeld voor hen. Je laat zien: zo kan het ook.’ Bij hulp kan ook gedacht worden aan praktische zaken als helpen verhuizen of iemand wegwijs maken in het web van instanties waar ze mee te maken krijgen en waar ze vaak geen enkele ervaring mee hebben, zegt Aalbers. ‘Ik weet nog dat ik met een exgedetineerde te maken kreeg die niet wist hoe de euro werkte. Toen hij de gevangenis inging, hadden we nog de gulden. Ook met
dat soort dingen kun je ze helpen.’

Gevangenenzorg
De taak van kerken op dit gebied
begint overigens al binnen de muren van een gevangenis, vindt Aalbers.
Een groot deel van de 1600 vrijwilligers van Exodus is bijvoorbeeld in de gevangenis actief. ‘Daar is ook veel werk te doen, bijvoorbeeld in het pastoraat en het aanwezig zijn bij diensten. Gevangenen zien niet veel andere mensen. Het doet ze goed als mensen kennelijk zoveel interesse in hen hebben dat ze al die moeite nemen om hen te bezoeken.
Het laat hen zien dat er mensen zijn die in hen willen geloven.’ Er moet wel wat geregeld worden voordat je in een gevangenis binnenkomt en je moet er de geschikte mensen voor hebben in je gemeente. Een organisatie die zich voor deze hulp inzet, is Gevangenenzorg Nederland. Met dank aan een netwerk van ruim 500 vrijwilligers wordt er aan vele gevangenen en hun families hulp geboden. Kerken en individuele kerkleden kunnen via Gevangenenzorg Nederland bij dat werk betrokken worden.
Aalbers vindt dat het de taak van iedere gemeente is. ‘Hoe zou Jezus dat hebben gedaan?
In de kerk hoeven we niet te oordelen over elkaar. We leven immers allemaal van vergeving. Het gaat om die tweede kans. Het gaat erom dat wij zeggen: wij schrijven jou niet af.’

Meer lezen over dit onderwerp?
Kijk op www.gevangenenzorg.nl, www.exodus.nl of www.kerkenmetstip.nl. De overheid is van plan veel te bezuinigen in deze sector, dus de zorg voor (ex-)gedetineerden gaat moeilijkere tijden tegemoet, aldus Arnoud Aalbers. De komende tijd zullen organisaties als deze veel geld nodig hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief