Zorg voor het huwelijk -1
1983-02-18
Referaat van dokter A. H. Bergsma dat hij onlangs hield op de Centrale Diaconale Conferentie.- Jaargang 27
- nummer 7
Tot voor kort had ik nooit gedacht aan een diaken in verband met een echtscheiding. Tot voor kort, dat wil zeggen vóór U mij uitnodigde om over dit onderwerp wat te zeggen.
En als U mij gevraagd had: hoe ligt de taak van een diaken bij een echtscheiding, wat zou er dan van hem verwacht worden, dan had ik in mijn argeloosheid dunkt me geantwoord - vanzelfsprekend. Echtscheidingen gaan gepaard met financiële problemen. En waar is een diaken meer en beter op zijn plaats?
In het jaarverslag van de Stichting voor jeugdzorg en maatschappelijk werk van de Nederlands Gereformeerde Kerken over 1981 lees ik het volgende:
" ... in de Christelijke hulpverlening is de psychologische begeleiding van mensen c.q. gezinnen, die met zichzelf of met elkaar overhoop liggen, al jaren een zwakke schakel.
" ... praktisch onmogelijk is het christenpsychiaters of -psychologen te vinden, die hen in hun angsten en zorgen, die dikwijls ook samenhangen met geloofsvragen, kunnen bijstaan en helpen.
" ... hier en daar zijn tekenen in de medische wereld dat men steeds minder neigt naar een medische behandeling, maar een psychologische behandeling of begeleiding voorschrijft. En wat blijkt dan de medische behandeling te zijn?
" ... dat medici in dergelijke gevallen in hun gemeente (d.w.z. Rotterdam-Overschie) bijna uitsluitend kalmerende middelen verstrekten, zonder dat er van enige psychologische begeleiding sprake was. Zij, dus de diakenen uit Rotterdam, gaven enkele schrijnende voorbeelden van wat leden van hun gemeente op dit punt overkomen was".
Dus naar mijn mening zijn we quitte: van U verwacht ik geld. En van mij verwacht U een schrijnend voorbeeld van een goed recept, voor een kalmerend middel.
Met andere woorden: we verwachten niet veel van elkaar! Natten en pappen.
En ondertussen?
Ondertussen schrijft de ethicus van de Vrijgemaakte Theologische Hogeschool, prof. J. Douma, een boekje, voor het kerkvolk! Over echtscheiding.
Ondertussen lees ik in hetzelfde Jaarverslag van de Stichting, dat 34% van de 850 contacten van de medewerkers en de cliënten goot over huwelijks- en echtscheidingsproblemen. Dat wil dus zeggen dat over 1981 de maatschappelijke werkers 290, zegge tweehonderd en negentig, gesprekken gevoerd hebben, met zijn tweeën, in gevallen waarin mensen in hun huwelijk met elkaar overhoop liggen. In onze kerken was het dus nodig dat er door twee deskundigen 435 uur gesproken werd met mensen die het in hun huwelijk niet meer zagen zitten!
Er moet dus wel wat aan de hand zijn.
Dat kun je ook wel aflezen tussen de regels door uit andere dingen.
Ik zal u eens een deel voorlezen een gebedsbrief. Een brief van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Kampen aan de broeders en zusters in Zuid Afrika. U weet wel, al die kleine kerkjes, daaraan de andere kant van de wereld. Waar ze zo tobben met al die restanten van het heidendom, maar waar honderden bekeerd en gedoopt zijn. Broeders en zusters die ons, geleerden in het Koninkrijk van God en rijken naar de wereld tot voor kort maandelijks vroegen voor hèn te bidden. Maar sinds kort sturen wij ook gebedsbrieven waarin wij aan hen vragen voor ons te bidden.
Brief d.d. 8 oktober 1982 aan de broeders in Zuid Afrika: " ... doorbreek de macht van de boze.
In sommige levens, ook in onze gemeente, gaat de boze verwoestend rond. Huwelijken wankelen (!), de verhouding tussen ouders en kinderen wordt verstoord. Ook is in veel gevallen de verhouding tot God gestoord. Heer sta ons bij ... "
Aldus een gedeelte uit een brief waarin om hulp gevraagd wordt.
Er is dus wel wat aan de hand.
Met huwelijken die in de kerk zijn ingezegend, omdat, zoals in Kampen nog steeds bij de afkondiging wordt gezegd, "zij deze huwelijke staat begeren te beginnen in Gods Naam, en tot Zijn Lof te voleindigen...".
En zet daar eens naast het volgende gedichtje:
Wat wil je toch?
Zeg maar niets meer
alle hoop is ziek
de vruchten opgegeten
de bron is opgedroogd
de haat volwassen geworden
wat nog beginnen moest
is al voorbij
een doodgeboren kind
wat wil je dan nog?
je hebt toch al eens woestijn van
mij gemaakt?
Tot Zijn Lof voleindigen en dan bekennen - hij, mijn man, laat me altijd in de steek als ik hem nodig heb.
Hoe dienen de diakenen?
Naar mijn gevoel kunnen we het beste dat bezien vanuit de praktische situatie.
Als de diaken komt is er al heel wat gebeurd. Maar aanvankelijk vertellen ze niets. Ze vertellen niets aan de diaken. Want er was naast alle andere ook een geldelijk probleem. En daarvoor werd de diaken uitgenodigd. Maar na enkele bezoeken raakt het geld op de achtergrond.
Of ook wel er zijn problemen geweest die aanvankelijk financiële problemen leken.
Maar daar kom je wel achter.
Er groeit een band tussen de diaken en het gezin. Over het geld wordt niet meer zoveel gepraat en dan komt het andere. De relatieproblematiek. De verstoorde verhouding tussen man en vrouw. Of de problemen met de kinderen, De diaken wordt een huisvriend, als het goed is.
Of om een beeld te gebruiken: aanvankelijk kom je voor de nasleep, maar ze gaan je de "voorsleep" vertellen. En wat moet je daarmee?
Wat moet je als diaken aan met een huwelijksprobleem? En dan komt er een gevoel van machteloosheid. Moet je partij kiezen? Moot je zeggen dat je het best kunt begrijpen?
En als christen mag je het niet goed vinden! En wat is er allemaal wel niet gebeurd tussen deze twee mensen? En waar moet je de tijd vandaan halen? Want dat krijg je wel door, deze dingen vreten tijd. En wat is dan hulp bieden? Moet je je op de vlakte houden? Moet de predikant ingeschakeld? Of de ouderling? En als je de dingen voor je ziet zie je gewoon dat ze uit elkaar móeten!
En is het allemaal waar wat ze je vertellen?
En wat verwachten ze van je? Stellen ze hulp op prijs? En wat moet je zeggen over al die toestanden die er komen met de kinderen? Want dat is wel te zien: die krijgen een enorme knauw!
En waarom in vredesnaam komen we zo laat?
Wat moet je met je gevoel van machteloosheid?
--O—
En nu vraagt U mij als huisarts iets aan U te zeggen over hoe een diaken dienen moet.
Daarvoor zal het nodig zijn eerst iets van mijzelf te vertellen.
Hopelijk, en naar ik meen te weten, ben ik niet één van die artsen die U beschrijft in Uw jaarverslag.
Na mijn artsopleiding heb ik een groot aantal cursussen gevolgd, in gesprekstechniek, relatieproblemen e.d. Of korter gezegd: mensen die in de problemen zitten poog ik te helpen op een andere manier dan door ze te kalmeren. Net zo goed als de brandweer, die ook niet verder komt als hij aan brandbestrijding doet door de omstanders een blinddoek voor te doen. Laat staan de mensen in het brandend huis zelf. Er moet geblust. Maar wel vakkundig. Anders wordt het erger, of je vliegt zelf in de brand.
(Wordt vervolgd)