Met nieuwe ogen

1983-02-25
  • Jaargang 27
  • nummer 8
De aarde hoort Gods heilig spreken.
Zijn woord snelt voort door alle streken.
De Heer spreidt sneeuw als wollen vachten,
strooit rijp als as in winternachten.
Hagel zendt Hij in barre vlagen.
Wie kan zijn bittre kou verdragen?
Hij spreekt: de zuidenwinden komen;
dan smelt het ijs: de waatren stromen.
Psalm 147

Er gaat geen winter voorbij of we zingen het wel een keer.
Naar aanleiding van wat zich ook rondom óns afspeelt: als er sneeuw ligt of de vorst is ingevallen.
Zo snel als dart gaat! Precies wat de psalm zegt.
En dan, ineens, is de bittere kou weer weg en waar een starre ijsvloer was beweegt het water.
'Koning Winter' zeggen ze dan wel.
Of 'de weergoden".
Wij weten beter. Krijgt Hij van ons de hulde er nog voor?
We kunnen de woorden lenen van deze psalm.
Voor dit soort zaken kunnen we doorgaans bij de oude psalmen beter terecht dan bij de nieuwe liederen.
Daar vind je dat praktisch nooit: de lof op God voor zijn werk in weer en wind.
Ze zijn meer mens-gericht, Misschien speelt ook een rol dat we zo "wijs" werden ten aanzien van de natuur. Wijs tussen aanhalingstekens.
De natuur als verschijnsel met interne oorzaken en gevolgen abstraheren van haar Heer is verder van de realiteit dan het zicht dat psalmen open houden op Zijn hand in dit alles.

De psalm waarin de Heer van de winter wordt geprezen was ook al eerder val aandacht voor Zijn werk in de natuur.
Ook in 't voorjaar, als Hij de hemel met wolken bedekt en voor de aarde regen bereidt, zodat op de bergen Psalm 147 het gras uitspruit en vee en jonge vogels voer krijgen. En in de zomer, als Hij zijn volk verzadigt met het vette der tarwe.
Zijn volk -- dat waren teruggekeerde ballingen in een herbouwd Jeruzalem. In die gemeenschap is dit lied geboren.
Zo'n intens dankbaar lied. Je proeft uit heel die psalm de heerlijkheid van die terugkeer. Die veel méér inhield dan hervestiging in het oude vaderland. De HERE en zijn volk hebben elkaar weer gevonden. Het is weer goéd! En anders dan vroeger. Beter.
'n Andere geest. Wat hadden ze vertrouwd op hïin bolwerken.
Geparadeerd met paardenkracht en mannenmacht. Dat is nu weg.
Ze hèbben het niet meer en hoéven het niet meer.
Ze hebben nu aan HEM genoeg!
Van wie ze belijden: de HERE bouwt Jeruzalem. En beveiligt haar.
Van wie ze nu begrijpen: Hij heeft geen behagen in paarden en kerels met gespierde benen. Hij houdt van mensen, die vertrouwen op de duurzaamheid van Zijn verbondstrouw, Het is een ander volk, dan toen ze op vlees vertrouwden en als de volken wilden zijn. Nu zijn ze blij met hun apartheid-door-de-Thora (vers 19 v.)!

En die wedergekeerden hebben nu ook met bijzondere aandacht het werk, de zorg, van hun God opgemerkt in wat er gebeurde in de natuur. Niet de natuur in het algemeen.
Maar ze hebben het gezien op de bergen rond Jeruzalem en in die dalen.
Uit het cultuurland Babel met zijn indrukwekkende techniek van irrigatiewerken waren ze nu weer terug - of de jongere generatie voor het eerst - in het land "van bergen en dalen, dat water drinkt van de regen des hemels, een land waarvoor de HERE zorgt". (Deut. 11 : 12). En dat dééd Hij dan ook weer.
Geen grote droogte meer als in Jeremia's dagen, maar regen die de berghellingen deed groenen.
Met verwondering hebben ze dat nieuwe gezien en ervan genoten.
De goede zorgen van hun God opgemerkt in het koren, dat rijpte in de dalen, voor hèn.
En dan ook - dat kenden ze ook niet in de hete vlakte van Mesopotamië - het landschap ineens zien veranderen, Wit van de sneeuw.
Zoals dat kan in Jeruzalem. Bitter koud kan het er zijn. En dan, ineens waren sneeuwen ijs weer weg.
Nieuwe belevenissen voor de ballingen uit Babel.
Met nieuwe ogen hebben ze ernaar gekeken. Erin gezien de zorg en wondermacht van Hem, tot wie ze mochten wederkeren.
Verstotenen weer aangehaald. Die zien de wereld, het land hun door God bereid, met nieuwe ogen!

Zo heeft deze psalm veel meer dan zomaar lof op 'de Schepper'.
Verloren zonen zijn weer thuis en zien de zorg van Vader.
Waaraan ze vroeger achteloos voorbijzagen.
Zien de zorg van Vader ook veel heerlijker dan de oppassende zoon, vervuld van eigen trouw.
De HERE, die de hemel met wolken bedekt en het vee zijn voer geeft, ook jonge raven die roepen.
Die zó de sneeuw kan zenden, bittere kou - maar die ook in een ommezien verdrijft en verzacht.
Wat 'zien' ze nu veel.
En 't is geen verbeelding.
't Geloof schept niet zijn eigen werkelijkheid.
't: Ontdekt HIJ DIE IS, Jahweh.
Die er toen ook werkelijk weer wàs.

Wat 'zien' wij? Wij leven bij geseculariseerde weerberichten.
En soms slaan weerprofeten bepaald mytische tael uilt. Over weergoden en zo. Symptomen van vervreemding.
Aan beide kanten? Is Hij ook verre van ons?
Wie Hem kennen proberen het wel vast te houden en nog op te merken, ook nu: Zijn hand in weer en wind.
En als de kou weer weg is, weggenomen, verzacht, heffen ze dan soms dit loflied aan.
Maar heerlijker zal het klinken als de HERE uit het paradijs verdrevenen weer vergadert in het nieuwe lood, de aarde die zachtmoedigen beërven. Als de vrede groot en de aarde nieuw is.
En, niet te vergeten, die mensen nieuw.
Hij is er nu al druk mee bezig: mensen begenadigen.
Verzoend met Hem zien ze met nieuwe ogen nu al veel, waaraan ze vroeger achteloos voorbijgingen.
Nog zoveel blijken van Zijn genadige zorg.
Van Zijn macht, hoe snel loopt zijn woord.
Hoe kan Hij ineens alles veranderen.
Maar dan, als ze elkaar helemaal gevonden hebben en alles is weer goed, wat zullen ze dan 'de natuur' met nieuwe ogen zien, in het nieuw Jeruzalem.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief