Vast staat nu de wereld (slot)

1983-02-25
  • Jaargang 27
  • nummer 8
De vorige week gaven wij de helft van een preek, door ds T. R. Ingram up 16-8-1981 in Houston (Texas) gehouden over psalm 93: 1. Daarin werd duidelijk gemaakt, dat de Bijbel de aarde tekent als vaststaand, stilstaand - waaruit volgt dat de zon met het hele firmament om de aarde draait. Voorts werd er aan herinnerd, dat de vroege Maya's en Egyptische astronomen de samenhang van maat, gewicht en snelheid kenden. Tenslotte dat het heelal - aarde, zee en hemel - zichtbaar beeld leveren van Gods koninkrijk. Hier volgt het slot van de preek van ds Ingram.

Laat me even opmerken dat onze regering het gevaarlijke Franse decimale stelsel aanvankelijk verwierp, omdat Thomas Jefferson het tegenstond als ongeschikt: daar het niet de tijd met lengte, volumen en gewicht in verband bracht. Tot vandaag heeft het decimale stelsel geen betrouwbare basis, daar het rust op de omtrek van de aarde, aan de evenaar gemeten.
Het oude stelsel was universeel en leeft nog voornamelijk voort in het Engelse inch-systeem. De nauwkeurigheid van de oude astronomie bouwde het universele stelsel op, dat op verbazingwekkende wijze in de piramiden is vastgelegd.

Maar dat is nog lang niet alles. Luister naar de woorden van een RAF-officier van de academie van Cranwell, Engeland: "Daarom Ieren wij navigators, dat de sterren vast staan aan een firmament, dat gecentreerd is op een vaste aarde en waar het om heen draait volgens wetten, die met ons gezond verstand duidelijk kunnen worden afgeleid. De zon en de maan bewegen door het heelal en gaan daarom rond de aarde. Dit betekent dat wetenschappers een massa verwarde theorie moeten afleren, die ze van school meekregen. De meesten vinden dit opvallend gemakkelijk."

Let op hoe deze man spreekt van "verwarde theorie" bij de moderne kosmologie.
Feit is dat ruim honderd jaar geleden astronomen het Copernicaanse stelsel, met zijn mechanica als door Newton beschreven, niet meer serieus namen. De verwarring en wanorde op dit terrein waren zo beklemmend, dat, toen Einstein met zijn relativiteitstheorie voor de dag kwam (welke nauwelijks iemand schijnt te begrijpen, laat staan aanvaarden) hij begroet werd als de held van de dag der wetenschap. De ruimtesatellieten, die Venus en Saturnus moeten onderzoeken, hebben naar het schijnt, met het stelsel van Newton's mechanica afgerekend.

Een of twee dingen springen hier uit. Eerst: waar we over spreken is een kaart van het firmament, niet het heelal zelf. Mijn autokaart is een weergave van de weg. Toch moet de kaart correct zijn, moet de werkelijkheid juist weergeven; en elke kaart moet uitgaan van een vast punt. Bijvoorbeeld.
Het was in het verleden voor een vliegtuig niet mogelijk, over de Noordpool te vliegen, aangezien jaren lang aan die pool - immers gegeven vast punt - geen andere richting bestond dan omhoog en omlaag.
Het probleem werd opgelost, toen iemand een coördinaat in de Stille Oceaan koos, en een nieuwe kaart voor poolvluchten opstelde. Als dit geldt voor aardse kaarten, denk eens in hoeveel te meer dat geldt voor ruimtekaarten.

Bij het in kaart brengen van het heelal komt het extra probleem, dat de mens binnen dat heelal zit opgesloten en hij zich met geen mogelijkheid op Gods plaats kan denken, van buiten het firmament neerziende op de schepping. Daarom zegt ons gezonde verstand, dat nooit iemand het vaste uitgangspunt zelf kan kiezen: om het centrum, waar het heelal om wentelt, hier en daar aan te wijzen. Als ik het goed begrijp was dat de kern van Einsteins betoog: èlk uitgangspunt voor het maken van hemelkaarten is geschikt en hij goochelde met wat indrukwekkende wiskunde, waardoor het naar zijn zeggen gelukte. Maar dat is al te eenvoudig. Al kan inderdaad het uitgangspunt voor een kaart willekeurig gekozen worden, het is ook waar dat er slechts een uitgangspunt is, dat met de werkelijkheid overeenstemt.
Hoewel er speciale poelkaarten zijn gemaakt, blijft de Noordpool het geografische richtpunt van het Noorden en dat zegt in zekere zin veel meer, dan alleen de oriëntatie voor zeilers en vliegers.

U weet, dat de grote opwinding over Galilei's uitvinding van de telescoop niet ging over het gemakkelijk zien van de sterren, maar dat men dacht dat zo'n ding gebruikt kon worden om boven de 'aarde uit te kijken en de bewegingen in het heelal waar te nemen. Men verbeeldde zich dat de mens zichzelf nu buiten het heelal kon begeven en daar op neerzien met de ogen van de eeuwige God. Johannes Keppler, een tijdgenoot en aanhanger van Galilei, iemand van groot gezag en invloed, schreef enthousiast over de telescoop. Hij zag die als een "ladder naar de hoogste plaatsen van het heelal, vanwaar men kon neerzien op onze krotjes (ik bedoel de planeten), om het hoogste met het laagste te vergelijken, het buitenste met het binnenste."

De conclusie van dit alles is eenvoudig: dat het beste werkmodel voor de mens, die iets van de schepping begrijpen wil, de aarde in het midden ziet.
Dat model is begrijpelijk, nodig bij navigatie, ligt vast in ons stelsel van maten en gewichten.

Maar daar zit veel meer aan vast. Kosmologie is zo'n belangrijk deel van onze religie, omdat zij eigenschappen van God betreft. Zoals er verschillende manieren zijn om kaarten te maken, zijn er verschillende manieren om hemelkaarten te maken. Maar de manier moet, evenals bij een gewone wegenkaart, overeenkomen met de werkelijkheid. Daarom is het geoorloofd en noodzakelijk voor mensen, te trachten het stelsel te begrijpen, te verfijnen zo mogelijk en uit te werken. Maar op één regel moet worden gelet, genoemd door Augustinus van Hippo: "We moeten niet domweg een wetenschappelijke mening zodanig vasthouden, dat we ons vijandig opstellen tegenover wat de waarheid aan het licht zou brengen, alleen uit liefde voor onze dwaling." Geen sterfelijk mens zal ooit de kosmos zien zoals God die ziet.

Maar ik heb u niet genoodzaakt, dit lange verhaal over ruimteleer aan te horen, alleen om vast te stellen dat de wetenschap onbetrouwbaar is. Mijn doel gaat verder. Kosmologie is de wetenschap, om ui,t de sterren en hun loop de sleutel te halen tot de orde en de harmonie van het heelal. De sleutel tot de vrede en harmonie in de hemelen - een gebied buiten beo reik van menselijke handen of instrumenten - zal omgekeerd ook de sleutel tot de orde van de mensheid blijken te zijn. Daar is Gods systeem te vinden. Gewapend met de hoogste wiskunde en kennis van het heelal bracht de mens in de oudheid al wat hij gevonden had terug tot een systeem van getallen. Een systeem dat bruikbaar was voor driedimensionale kaarten, of piramides, of tempels, of welke andere vormgeving. Omgekeerd levert dit systeem een gids voor de mensheid. Het is duidelijk dat de aarde het middelpunt moet zijn. De universele orde is voor mensen gegeven.

Abraham werd gezegd, naar de sterren te zien en hun aantal te noemen, dat is ze te beheersen. "Zo zal uw nageslacht zijn", zei God hem. Aan Mozes werd een voorbeeld van hemelse dingen getoond, dat hij moest volgen in de bouw van de tabernakel. Verder zette Mozes het kamp van de twaalf stammen op, gelegen rondom de tabernakel, naar de tekenen van de dierenriem. De Grieken ontwierpen hun steden, stelden hun stede bouwkunde op, op basis van de kosmos, evenals de Babyloniërs en de Assyriërs voor hen deden. God regelde en schiep de hemelen, die het model voor de menselijke samenleving geven. Kosmologie is in sterke mate deel van de religie en zou dat nog steeds zijn, als niet de Copernicaanse revolutie een kloof had geschapen, een nieuw model van het heelal pretendeerde, met de zon als vast punt. Geconfronteerd met de stelling van Copernieus klaagde de Engelse dichter John Donne: "Het ligt alles in stukken, alle samenhang is weg! En 0, het kan niet meer worden ontkend, dat de schoonheid zelf, de harmonie, dood is!" Twee eeuwen later schreef J. W. von Goethe: "Onder alle ontdekkingen en verbeteringen heeft waarschijnlijk geen enkele zulk een diepe invloed op de menselijke geest gehad als de leer van Copernicus. "

Het resultaat van die invloed is vandaag: dat de kosmologie inderdaad verwijderd is geraakt van religie en menselijke verhoudingen; we zitten met niets beters dan het gevreesde "zwarte gat". Ruimte is oneindig geworden (een paradox) en de tijd is eeuwig geworden (ook zo'n tegenspraak).
De mensheid is vrij zwevend in een koers loos heelal.

Tenslotte heeft dit alles te maken met ons geloof in Jezus Christus. Afgedacht van elke andere overweging (en dat zijn er vele) heeft het ontbreken van een ruimteleer het koninkrijk van God ontdaan van zijn concrete betekenis. Want als het er op aan komt is dat een koninkrijk; een stad; een wereldstad, zoals de Grieken hadden. Zijn structuur is niet slechts ontworpen door de God, die de hemelen maakte en regeert, maar is volmaakt opgesteld als de sluitsteen van heel zijn schepping.

De psalm heeft dit Messiaanse koninkrijk even zeer op het oog als de kosmos, waarvan Christus koning is. Wij zijn erfgenamen van dat koninkrijk.
Het past ons, althans de ruwe schets van deze kosmische orde te herontdekken, welke, op Goddelijke wijze ontworpen en geschapen, tot eeuwige volmaaktheid zal worden gebracht in de komende wereld. "Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet."

Rest nog een belofte: dat we de naam zullen noemen van de redacteur van het interessante Bulletin van de Tychonian Society.

De broeder, die destijds vanuit Kampen naar Canada emigreerde, daar ijverig werkte aan de oprichting van christelijke scholen en thans, gepensioneerd, zich met de astronomie bezig houdt, is W. v. d. Kamp. Hij was schrijver van het oorlogsdagboek "Jan lansen in bezet gebied", berijmer van vele psalmen en gezangen, opsteller van de moderne Bijbelconcordantie en leverde onder het pseudoniem “Adriaen van Boven" zijn regelmatige bijdragen aan het Gezinsblad, Wij hopen eerstdaags meer van deze schrijver te horen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief