De weg naar Nicea
1985-02-01
God was niet altijd Vader van de toon; maar toen de Zoon in hef bestaan geroepen werd en werd geschapen, werd God zijn" Vader" genoemd.- Jaargang 29
- nummer 5
weergave Ariaans standpunt door Athanasius 1)
... En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen God uit -God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt; van het zelfde wezen met de Vader, door Wie alle dingen gemaakt zijn...
Geloofsbelijdenis van Nicea, "onze versie".
318 bisschoppen
In groten getale waren ze gekomen, de bisschoppen. In Nicea, de tweede stad van het gebied Bithynië, waren ze ontboden, De keizer wenste hun aanwezigheid, ze werden door het ambtenarenapparaat voortgeholpen en, reisden op staatskosten. Want Constantijn wilde een christelijke vorst zijn. En hij maakte zich zorgen om de eenheid binnen het Rijk Ze kwamen in groten getale. De meldingen lopen uiteen. In een brief die Constantijn aan mensen te Alexandrië schreef noemt hij een getal van ruim 300. Eusebius van Caesarea, de beroemde Kerkhistoricus noemt een aantal van. ruim. 250. De kerkvader Athanasius zegt dat het er 300 waren (hij zegt dat overigens pas 25 jaar na het gebeuren.) Later werd als officieel aantal opgegeven het getal van 318.
Dat zou dan betekenen datéén zesde van alle bisschoppen aanwezig was. Een imponerend percentage. Ze kwamen overigens bijna alleen uit het Oosten, waar het conflict speelde. De Westerlingen bleven grotendeels afzijdig, Maar iets anders intrigeerde de tijdgenoten meer: de mystieke betekenis van dat getal 318. Er is een plaats in de Bijbel waar dat getal voorkomt. In Genesis 14 lezen we hoe Amrafel, Ariok, Kedor, Jaomer en Tidal, koningen van o.a. Sinear en Elam, strijd voeren tegen de koningen van Sodom, Gomorra en omliggende plaatsen. Ze overwinnen deze vorsten en voeren hen en hun bevolking weg. Als Abraham daarvan hoort - ook zijn neef Lot hoort tot de weggevoerden - "bracht hij zijn geoefenden, degenen die in zijn huis geboren waren, in de strijd, 318 man, en achtervolgde hen tot Dan toe." (Genesis 14 vers 14). Met dat aantal verslaat hij de ovennacht der vorsten en bevrijdt Lot en 'de anderen. Evenzo bevrijdden de daar aanwezige bisschoppen de in slavernij gebrachte waarheid, aldus de redenering. Het is overbodig te zeggen dat dit soort gegoochel met cijfers etc. ver van ons afstaat. Maar het blijft een mooi verhaal. 2)
"Belijders"
Belangrijker is het gegeven dat maat heel weinig van de aanwezige bisschoppen echt theologische "fijnproevers" of dogmatische deskundigen zijn. Maar ze zijn wel “een synode van belijders" genoemd, door de grote Kerkvader en prediker Johannes Chrysostomos, Het waren belijders, een term voor hen die in tijd van vervolging
gemarteld waren. Hadden ze met hun leven betaald, dan heetten ze martelaren. Belijders waren zij die martelaar hadden kunnen zijn! En "belijders" waren ze. Velen van hen droegen de uiterlijke tekenen van vervolging, zoals Paulus van Neo-Caesarea, wiens handen met hete ijzers waren verschroeid en verlamd. Twee Egyptische bisschoppen waren een oog kwijtgeraakt. Een van hen, Pafnutius, die ook pezen waren doorgesneden, werd door de Keizer uitgekozen, die zijn verminkte gelaat kuste…" Het was met name deze eigenschap die, naar de mening van tijdgenoten èn latere geslachten, dit eerste Oecumenisch Concilie zijn gewicht gaf. "Het was niet zozeer een kwestie van getallen, ook niet de gunst van de keizer, maar de erop volgende algemene instemming van de getrouwen met de beslissingen. die deze hun geldigheid verleenden." 3) Het is goed dat op te merken. Sommigen waren hartstochtelijk, lichtgeraakt, haatdragend. Lang niet allen' snapten ten diepste waar het om ging. En toch ...
Toch kwam er iets goeds uit. Geen kerkvader op het concilie - behalve Athanasius dan - was echt een "theologisch zwaargewicht". En toch werden veelal zeer goede beslissingen genomen.
Wijst dat niet op wezenlijke inspiraties door de Heilige Geest?
In het kort
Een paar gegevens in het kort. De keizer was geregeld aanwezig.Constantijn had een adviseur, bisschop Hosius uit het Spaanse Cordoba, een westerling dus, Die had hierdoor een belangrijke stem in het kapittel en hij was anti-ariaan, al begreep hij niet alles. Arius sprak voor de keizer en de keizer mocht hem niet. Ook dat is belangrijk. De partij van Arius snapte meteen dat dat een uiterst belangrijke factor was. Eusebius van Nikomedia, de man die later Constantijn op zijn sterfbed Zou dopen, en anderen zagen het somber in en ze kregen gelijk. Toen er echt gestemd moest worden, kreeg Arius de steun van 17 bisschoppen.Dat was eindeloos minder dan het aantal dat iedereen - hijzelf incluis - had verwacht.
De Belijdenis
Al spoedig na het begin van het Concilie begint het grote werk. De formulering die de Ariaan Eusebius van Nikomeidia voorstelt, wordt vierkant afgewezen. Zijn felle tegenstander, de bisschop van Antiochië, Eustathius,
schrijft: "De formulering van Eusebius werd naar voren gebracht die ortverhuld bewijsmateriaal bevatte van zijn godslastering. Vooral gaf de voorlezing aanleiding tot groot hartzeer bij het gehoor, vanwege haar afwijken van het geloof,terwijl het onherstelbare schande laadde op de schrijver. Nadat de bende van Eusebius duidelijk in het ongelijk was gesteld en het schandelijke geschrift voor ieders ogen was verscheurd, legden sommigen van hen, onder het mom de vrede te willen bewaren, allen behalve de meest bekwame sprekers het zwijgen op."
Daarna kwam er een voorstel van Eusebius van Caesarea, ons vooral als kerkhistoricus bekend.
Hij was toen een van degenen met een duidelijke sympathie voor Arius, zonder dat dat - volgenssommigen althans - inhield dat hij een èchte Ariaan was. De tekst die hij voorstelde, n die van kanttekeningen werd voorzien, kwam er tenslotte zó uit te zien:
"Wij geloven in een God, de almachtige Vader, -Schepper van alles wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer Jezus Christus, de Zoon van God, geboren uit de Vader, eniggeboren, van het wezen en de natuur van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware Gold, geboren, niet geschapen,een in wezen met de Vader ... "
Het einde van dit verhaal, dat - het zij hier vermeld - niet helemaal gelijk is aan de ons bekende versie 'Van de "Geloofsbelijdenis van Nicea" (die is van 381 A.D.), is als volgt:
"En hen die zeggen: 'Er was een tijd toen Hij niet was en voordat Hij was geboren, bestond Hij niet' en: 'Hij kwam voort uit het niet-bestaande' of hen die beweren dat de Zoon van God van een andere natuur of van een ander wezen is, of geschapen, of veranderlijk is, doet de katholiek en apostolische Kerk in de banvloek."
Geen tittel of jota
Waar het daarbij om ging is vrij duidelijk, denk ik. Alle Ariaanse uitspraken werden in de ban gedaan. AIs de Zoon, zoals de Schrift zegt, "verwekt" is, dan betekent het niet dat Hij "uit niets" ontstaan is! De latere tekst zegt' ook: "geboren, niet gemaakt". (Waarbij het wel de vraag is of iemand nu precies zich daarbij het exacte verschil kan voorstellen, laat staan uitleggen!
Niettemin, zo doe je recht aan de Bijbel! De term "uit God" werd in het oorspronkelijke concept te vatbaar voor verschillende uitleg gevonden. Suggereerden de Arianen niet dat dat "uit God" ook op ons kon slaan ons mensen? Als bewijstekst voerden ze onder andere aan 2 Korinthiërs 5 vers 17 en 18a: “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God..." De Vaders zagen het gevaar - zo vertelt Athanasius later - en voegden toe "van het wezen van de natuur van God". Dat maakte Christus' positie uniek, voor ons onnavolgbaar.
Een grote discussie kwam bij de vraag of Christus "gelijk" van wezen of "gelijksoortig' van wezen aan de Vader was. Toen de Vaders over de vraag zich bogen of men zeggen kon of moest: '"in alle dingen gelijk de Vader" ...was daar voor Arianen ook een eventueel maas in het net. Haalt Paulus op de Areopagus (Handelingen 17 vers 28) ook niet met instemming: ...de versregel aan: "Want in Hem leven en bewegen wij ons; Want wij zijn van zijn geslacht." Ook daar werd het gat duidelijk gedicht: De formulering liet geen Ariaanse uitleg meer toe.
Er werd -dus gestreden over de termen “homo-ousios" of “homoi-ousios", Was Christus gelijk in wezen of "gelijksoortig" in wezen, zoals Arius leerde? Een zaak die ver boven woordenspel uitgaat. Om de al eerder geciteerde Echtemach nogmaals aan te halen: "Zo begon de strijd om de iota, Het werd een wereldoorlog."
Verbannen
De strijd was gestreden. Op de vastgestelde datum - er is reden te denken dat dat 19 juni 325 was - werd in aanwezigheid 'Van de keizer de Belijdenis voorgelezen door Hermogenes. later bisschop van (het Cappadocische) Antiochië. AHebi'Sschoppen moesten tekenen. Eusebius van Nikomeidia maakte bezwaren. Hij weigerde de anathema's, de vervloekingen, te tekenen. Toch werd de ondertekening slechts door twee Egyptische bisschoppen geweigerd, die daarna met Anus in ballingschap werden gestuurd,
Onnaspeurlijk
En ondanks alle kritiek die op het Concilie mogelijk is - en zéker op de manier waarop de staat bij zaken der Kerk betrokken was geraakt - kwam er toch iets uit voort dat goed was voor de Kerk. En belangrijk. Vanaf 325 moesten het woord "wezen" Christus' goddelijkheid handhaven en waarborgen. De conclusie was, in Echternachs woorden: "Christus is van eeuwigheid aan. Hij is geen schepsel, want Hij is het Woord, door Wie alles is ontstaan. Hij is Gods Zoon van nature, niet door een bijzondere beslissing: daar: om komt Hem de aanbidding toe. Overigens is het wezen van Christus zowel 'Voor mensen als engelen onnaspeurlijk." 4) We belijden dat, met de Kerk van alle eeuwen. Of we ringen ervan, zoals in gezang 9 van de "Enige Gezangen":
,,O, grote Christus, eeuwig licht.
niets is bedekt voor uw gezicht..."
Óf in Lied 476 vers 1, uit het Liedboek:
"Eeuwig Woord, u willen wij bezingen, God uit God en Licht uit Licht: Wijsheid, vóór de aanvang aller dingen spelend voor Gods aangezicht... "
N.B. Het ligt in de bedoeling om over enige tijd het verhaal te vervolgen met Athanasius' werk en latere Concilies.
Noten
1) Zusters Benedictinessen. De Heilige Athanasius, Bonheiden, 1980, p. 48. Citaat uit Athanasius' werk.
2) Ontleend aan A.E. Burn. The Council of Nicaea. London, 1925, p.21.
3 Burn. p. 24. Citaat uit Chrysostomos' Cratio Contra IndaeosIII 3.
4) H. Echternach. Kerkvaders. ,Ketters en Concilies. Amsterdam, 1965, p. 107,108 . Cratio Contra IndaeosIII 3.