Onder de zon (2)

1985-02-08
  • Jaargang 29
  • nummer 6
Ik heb ingezien dat het niet in hun macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed doet in het leven, kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat een gave Gods.

Prediker 3 : 12 en 13.

De hierboven afgedrukte woorden van Prediker schijnen aan een hoofdstuk waarover een somber waas ligt een lichte toets te geven. Daar wijzen verklaarders ook op: hier zou Prediker getuigen van een positieve kijk op het leven. Vooral die woorden: het is een gave Gods. Alsof de schrijver wil zeggen: Tast toe, het is je van harte gegund. Toch is dat schijn. In werkelijkheid zijn deze woorden minder luchtig. Prediker heeft zich dus voorgenomen om het leven, de gang van zaken op aarde nu eens volstrekt consequent te bekijken zoals 'het er parterre, ‘onder de zon' - of, zoals of ook wel zegt: 'onder de hemel' uitziet. Misschien kan dit beeld zijn houding verduidelijken: Prediker doet bij wijze van experiment bewust het licht van de Woordopenbaring uit en gaat hef leven bekijken bij het beperkte licht van de scheppingsopenbaring.
Wat God betreft: -hij neemt genoegen met hetgeen van God sedert. de schepping der wereld met het verstand doorzien kan worden vanuit zijn werken (Rom. 1 : 20). Wij komen bij het lezen van het boek Prediker vaak in de moeite omdat wij niet met Prediker meekijken 'onder de zon', maar af en roe tersluiks even het Iicht van de Woordopenbaring er bij opdoen en dan bij dat licht verklaren dat Prediker pessimistisch of juist optimistisch is. Dergelijke oordelen kom je in bijbelverklaringen herhaaldelijk tegen. Ik keur deze oordelen af. Want pessimisme of optimisme is een gesteldheid of een instelling van de kijkende mens, maar wat Prediker aan treurigs en sombers ontdekt is realiteit. Hij ziet het leven onder de zon en vertelt hoe dat eruit ziet en wie met hem meekijkt moet herhaaldelijk toegeven dat hij gelijk heeft, hoewel Prediker ook opgelijk niet zit te wachten. Van dat gelijk geven behoren wij in het algemeen bij het lezen van de bijbel af te zien. Wanneer iemand in een goed verlicht vertrek alle lichten op één na uitdoet, Zien de dingen er voor hem ineens anders uit. Hij ziet ook minder, maar dat ligt niet aan zijn ogen, dat komt door de hoeveelheid licht, Daarom wil ik de lezer door deze stukjes uitnodigen om nu het boek Prediker eens te lezen bij hetzelfde licht waarbij ook Prediker de werkelijkheid bekijkt, het licht dat God bij de mensen aan liet toen zij onder het geluid van zijn stem vandaan liepen.

God doet alles
Prediker geeft in dit hoofdstuk die bekende opsomming, die begint met de woorden: Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd. 'Onder de hemel'.
Let u daarop. Onder de zon, dat mag ook. In die opsomming die heel kunstig ,in elkaar zit, staan steeds dingen naast elkaar die elkaar opheffen: Baren en sterven, planten en uitrukken, doden en helen, bouwen en afbreken. Dat elkaar steeds opheffende, dat geeft aan het leven een somber waas, waaropi'k boven doelde, Waarom baren als er gestorven wordt? Waarom planten als er toch uitgerukt wordt? Waarom bouwen als je er van op aan kunt dat het weer afgebroken wordt?
Maar je hebt nu eenmaal niet te kiezen, zegt Prediker, want God heeft de. bezigheid aan de mens gegeven en of je dat nu aardig vindt of niet: je moet wel meedraaien in de eindeloze kringloop, die God van het leven heeft gemaakt. En wat het helemaal zo triest maakt: God heeft de eeuw in het hart van de mens gelegd. Hij heeft besef van tijd en kan een heel stuk van de geschiedenis en van zijn eigen leven overzien, zodat hij er ook nog wéét van heeft dat het nergens heengaat maar alleen ronddraait. En heel dat gebeuren onder de zon wordt door Prediker steeds kortgesloten tot op het doen van God. Het is God, die alles in handen heeft. De mens heeft daarbij geen enkele inbreng. Hij moet maar afwachten en kan daaraan niet afdoen of toedoen. (vs. 14).

Is dat waar: de mens in de kringloop?
Hier hebben wij de neiging om even het licht van de Woordopenbaring op te steken, en Prediker tegen te werpen dat de geschiedenis geen kringloop is! Dat weet Prediker ook wel. Hij weet dat hij met het volk van God sinds Abraham op de lange baan geschoven is, dat hij opgenomen is in een geschiedenis, die een weg is en ergens heen gaat. Maar dat weet hij alleen bij het licht van de belofte van God en dat licht heeft hij nu juist uitgedaan en hij nodigt de wijzen van zijn dagen uit om met hem mee te kijken naar het leven onder de zon zoals het er zonder dat licht uit ziet. Hij wil de wijzen van zijn dagen laten zien dat het leven nergens op uitloopt en dat ook de wijsheid de raadsels niet kan oplossen, zoals zij menen, tenzij de wijsheid haar vertrekpunt kiest 'boven de zon' in de woorden van God, in de vreze des HEREN. Doet de wijsheid dat niet dan
ziet het leven er werkelijk uit, zoals Prediker het hier beschrijft.

Ook de vreugde komt van God
Als de mens geen enkele inbreng heeft en er geen enkel peil op kan trekken wat God over hem brengt dan staat ook de vreugde niet in zijn macht, dan is ook die een gave van God.
Dat geeft ook aan de vreugde, aan het genieten van eten en drinken een somber waas. Dan is vreugde een angstig bezit. Wie baart moet maar afwachten wanneer God de dood laat komen.
Wie bouwt moet maar afwachten welk tijd God gesteld heeft voor het afbreken en wie plant moet er wel aan denken dat God al heeft vastgesteld wanneer het geplante weer uitgerukt wordt, Dan moet hij die eet en drinkt, kortom van het goede geniet ook goed weten dat het 'zomaar afgelopen kan zijn.
Wat blijft er dan over van de vreugde?

De actualiteit
Wat is dit allemaal herkenbaar. Zo ziet het leven er uit, zo ziet ook de vreugde er uit voor wie het licht van de openbaring van Gods verbond en woorden uit doet. De grote massa heeft dat nu gedaan.
Niet bij wijze van experiment zoals Prediker, maar voor goed en menens. De mensen hebben het licht uitgedaan waarbij te leven valt. Iemand beschreef de stemming onder de mensheid als de stemming in een supermarkt tegen sluitingstijd. De mensen haasten zich langs de rekken om voor het sluiten van de kassa nog één keer hun winkelwagentjes vol te stouwen. Wie leeft bij het Iicht dat boven de zon ontstoken is ziet iedere gave die goeden elk geschenk dat volmaakt is, neerdalen van boven, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of schaduw van ommekeer. (Jak. 1 vs. 17). Dat geeft extra glans aan het goede, aan de vreugde. Maar wie bij dat Iicht niet leeft moet ook de vreugde zien als iets dat komt uit de hand van een God naar zijn keuze, maar een God, die de dingen elk ogenblik in het tegendeel kan doen omslaan. Dat ontneemt aan de dingen de echte vreugde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief