Aggiornamento, oftewel: nodige bijstelling
1985-02-08
Onlangs hadden we 't er op de catechisatie over hoe' wij ons als christenen in deze wereld hebben te gedragen. Let wel: in deze wereld en in onze situatie. Die is er een van eenzaamheid voor onze jongelui, van eenling zijn in de klas of op het werk, zoals. we allemaal kunnen weten. Hoe gedragen wij ons daarin als getuigen van onze Here Jezus? Onze conclusie was dat onze opstelling meer defensief dan agressief moet zijn.- Jaargang 29
- nummer 6
Agressief? Natuurlijk toch nooit agressief? Nu ja, we weten toch allemaal wat agressieve evangelisatiemethoden zijn? Erop afgaan, aanvallen, dat zijn begrippen die in het woord 'agressief' zitten opgesloten, de ander moedig aanklampen met het evangelie.
Er is in de naoorlogse tijd een lange periode geweest waarin we dat vrijmoedig hebben gedaan. Wij constateerden dat de grote meerderheid van onze bevolking bezig was afscheid te nemen van Jezus Christus en Zijn verlossing en we waren niet van plan daarin te berusten. We wilden dat keren door onze medemensen vrijmoedig op '1' .geloof aan te spreken. Onze jongelui werden met 't oog daarop ook toegerust en aangespoord.
Daar stak iets zeer moois in. Agressie is niet altijd fout. Verontwaardiging ook niet. Er spreekt betrokkenheid uit. Het kunnen zeer wel vormen van liefde zijn. Er IS ook werkelijk uit liefde zeer veel werk verzet. Toch moeten we vaststellen dat deze slag om het behoud van christelijk Nederland verloren is. De geloofsafval heeft zich doorgezet en wij zijn als christenen (in de bijbelse zin van het woord) een verdwijnend kleine minderheid geworden. Ook jeugdbewegingen als Youth for Christ constateren een toenemende ontoegankelijkheid onder de Nederlandse jeugd voor het evangelie.
Wat nu? Moeten wij onze jongelui blijven opstomen tot evangelisatieactiviteiten? Moeten wij, hun gewetens onder druk zetten en zeggen dat het aan de laksheid der christenen te wijten is dat Nederland van het geloof vervreemdt? Eerlijk gezegd geloof ik dat niet eens. Mensen die iets in het marxisme zien worden toch ook niet afgeschrikt door de wijze waarop Rusland en andere landen dat stelsel in praktijk brengen? De leer trekt aan en
het leven wordt op de koop toe genomen - zo gaat dat bij geloven. Anders was er toch ook nooit één negerslaaf christen geworden? Ik zeg dit niet om iemand onverschillig te maken voor de christelijke levensheiliging. maar wel om de restanten van het christendom onder een onterechte schuldenlast vandaan te halen. Ik begin trouwens alle zelfbeschuldigingen die vandaag de dag zo onbegrijpelijk spontaan uit de christenheid opklinken te wantrouwen. Maar daarover nu verder niet, dat is weer een ander verhaal.
Wij zijn er aan toe om als christenen met elkaar na te denken over een nieuwe strategie voor de 'toekomst. Nuchter rekenend met het feit dat wij een kleine minderheid worden zullen wij ons meer defensief, meer afwachtend moeten opstellen.
Opeens beginnen dim bepaalde bijbelteksten te spreken waar we tot dusver altijd overheen gelezen hadden. “(Weest) altijd bereid tot verantwoording aan, al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is..." schrijft Petrus aan 'de vreemdelingen die in de verstrooiing zijn' (1 Petr. 1 : 1 en 3 : 15). Hé, wat weinig aanvallend klinkt dat! Het initiatief is hier komen te liggen bij de buitenstaander die rekenschap vraagt, die navraag doet, die belangstelling toont. Even eerder in zijn brief had de apostel dit al zeer concreet gemaakt door een volstrekt herkenbare situatie op te roepen: "Evenzo gij vrouwen, weest uw mannen onderdanig, opdat ook indien sommigen 'aan het woord niet gehoorzaam zijn, zij door de wandel hunner vrouwen zonder woorden gewonnen worden, doordat zij uw reine en godvrezende wandel opmerken" (1 Petr. 3 : 1, 2). Blijkbaar schreef de apostel zijn brief in een situatie waarin het woordoffensief tot een afsluiting gekomen was. Men kon natuurlijk niet blijven werven met het evangelie, zeker niet als men daarmee als vrouw in huis het ene pak slaag na het andere opliep. Dus stapten de christenen over op een andere tactiek: ze leefden heilig en wachtten af.
Ik denk dat onze jongelui op school en op hun werk hier wat mee kunnen, met die 'wandel zonder woorden en met die afwachtende houding om desgevraagd rekenschap van het geloof af te leggen. Vergeet niet dat het voor kinderen uiterst moeilijk is om bijvoorbeeld in de klas alleen te staan. (Trouwens wie als oudere vindt dat een pretje?). Nu zal hun dat niet altijd bespaard kunnen blijven, maar we zullen het er niet lichtvaardig op toe mogen leggen.
Als wij daarom onze. kinderen blijven ophitsen tot evangelisatie kunnen wij er onbedoeld de oorzaak van zijn dat zij zich in één klap onmogelijk maken in hun omgeving. I's dat nodig?
We zullen onze kinderen veel meer moeten leren om met woorden sober te zijn, voorzichtig ook. De 'woordoplossing' heeft in onze samenleving het punt van verzadiging meer dan bereikt. Bedenk: de vrienden van Daniël hebben in Babel ook niet geëvangeliseerd noch ook aan straatprediking gedaan. Wei bleven zij overeind staan toen ieder de knie voor Bel of Baäl boog. Dat Was hun wandei zonder woorden. Geweldig indrukwekkend, als je 't mij vraagt. Van onze jongelui moet daarom in de wereld bekend wezen dat ze niet voor alles te vinden zijn. Dat zij pit en ruggengraat hebben om op tijd nee te zeggen. En ook dat ze voor een nader gesprek tot verantwoording beschikbaar zijn. Naar zo'n gespreksgelegenheid kunnen zij trouwens ook wel aandachtig en verlangend uitzien, er een gebedszaak van maken en vragen: Here, met die jongen of dat meisje zou ik graag eens wat doorpraten, want ik geloof...
Het gaat me dus niet om een volstrekt zwijgen, of om een christelijke pantomime, nee, om voorzichtigheid en prudentie, of zoals de bijbel het zegt: 'de gelegenheid ten nutte maken' (Ef. 5 : 16). Het gaat me om een minderheidstrategie.
WeI moet ik toegeven dat deze beschouwingen en overwegingen hij mij gedragen worden door het geloof dat in en achter het evangelie Gods verkiezend handelen staat. Daardoor kun je 'tijden des welbehagens' (Jes. 49: 8, 2 Kor. 6 : 2) onderscheiden van situaties die een meer gesloten karakter vertonen. Wie het leerstuk van de verkiezing verwaarloost wordt (als ik het goed zie) in de evangelisatie een drammer die blijft doorpraten als een radio in een lege kamer. Tot zo iemand kan niet meer doordringen wat het evangelie ergens zegt: "En Hij deed daar niet vele krachten wegens hun ongeloof" (Matth. 13 : 58). Er waren blijkbaar ook toen al grenzen aan Jezus' macht om het wat prikkelend te zeggen. Anders gezegd: niemand wordt tegen heug en meug behouden. Zelfs Nederland niet.