Beeld van de Afscheiding

1985-02-08
  • Jaargang 29
  • nummer 6
Tussen de nieuwjaarspost was een prentbriefkaart van vrienden, die de Afscheidingstentoonstelling in Utrecht hadden bezocht. De kaart beeldt een "Dienst van Afgescheidenen onder leiding van ds A. Brumrnelkamp in een Gelderse boerenwoning" uit, Deze kaart werd in Meuren gedrukt naar een olieverfschildering van K. Verlaan (1910), die het weer gekopieerd" had naar een stuik van H. Valkenburg. Het doek van Verlaan hangt in het Carharijneconvent te Utrecht - maar waar het oorspronkelijke stek van Valkenburg is gebleven vermeldt de historie niet.

Ais u uit deze kaart iets meer van de Afscheiding aan de weet wilt komen, zijn er talrijke aanknopingspunten, die het origineel de status van een ooggetuigenverslag verlenen.

In Scheen's Lexicon (1750-1950) komen we de naam van Verlaan niet tegen. Die van Valkenburg echter des te meer. Hendrik Velkenburg (1826-1896), tekenleraar en kunstschilder van betekenis, werd in Terwelde bij Deventer geboren. Hij studeerde te Deventer en Antwerpen, werd in 1854 tekenleraar te Almelo, later te Deventer en Zwolle: vertrok dan naar Amsterdam, waar hij zich sedert 1873 geheel aan de schilderkunst wijdde. Zijn werk bestaat goeddeels uit tekeningen en aquarellen: interieurs, boerenkoppen, vissers en landschappen; het 'hangt in vele musea en is in het Rijksprentenkabinet te vinden. Zijn "Dienst van Afgescheidenen" is knapen minutieus afgewerkt; zo zelfs dat de kopiist er iets moois van moest maken.

De eerste hoofdfiguur, ds Brummelkamp, leefde van 1811 tot 188'8. Hij werd in 1834 predikant te Hattem, werd hetzelfde jaar afgezet, stichtte toen diverse gemeenten in Gelderland en Overijssel, werd later zelfs "predikant vanwege de Gelderse gemeenten", kwam in 1842 in Arnhem te staan en vestigde daar een opleidingsschool voor predikanten. Deze school liep mis, mede omdat zijn docenten naar Amerika emigreerden, maar in 1854 werd Brummelkamp benoemd tot docent 'aan de nieuwe School te Kampen. Dat wist u natuurlijk allemaal wel, maar het komt u in verband met dit schilderij te pas. 1)

Want wanneer en waar is dit schilderij oorspronkelijk gemaakt? Waar speelt deze huiselijke godsdienstoefening?

Als we meetellen dat Valkenburg in 1854 als leraar te Almelo werd benoemd en daarna steeds verder van Gelderland wegtrok, moeten we aannemen, dat zijn stuk uiterlijk in 1854 werd gemaakt, En niet lang voor 1854, want het is geen werk van een leerling, maar een rijp product van iemand die is afgestudeerd en die zijn vak aan anderen kan gaan doorgeven. Zijn studie te Antwerpen duurde tot 1853. We kunnen het stuk dus stellen op 1853 of 1854.

Dit gegeven komt overeen met Brummelkamp’s jaren. Het ligt voor de hand, dat zijn optreden in Gelderland gedurende zijn Arnhems verblijf viel. Welnu, in 1854 vertrok hij naar Kampen.
Ook de plaats van de huisgodsdienstoefening is ten naaste bij te vinden. De Veluwe is het armelijke deel van Gelderland - maar daar is het interieur veel te rijk voor. We moeten dus het betere deel van Gelderland bezien en we vinden prompt een duidelijke aanwijzing: aan de muur hangt een 'antieke klok, die ofwel een Rümpol (uit Laren G.), ofwel een Achterhoekse stoeltjesklok voorstelt. Belde klokken werden gemaakt in de Achterhoek en wel in het midden van de 18e eeuw. De klok was dus ten tijde van de preek al ruim honderd jaar oud, kennelijk een erfstuk, evenals de andere decoratieve elementen. We mogen dan aannemen, dat de Mok in de naaste omgeving was gemaakt en gekocht: Gelderse Achterhoek.

De predikant, ds Brummelkamp, is gemakkelijk te herkennen: een statige, 'knappe figuur van ruim veertig jaar, met krullenbol en geklede jas. Hij kwam uit een deftig burgermilieu. had in Leiden gestudeerd, behoorde bij de club van Scholte, bewoog zich in Réveilkringen en was bevriend met de advocaat Van Hall. Op het moment waarop de tekenaar hem pakte staat hij, met zijn vinger in de Bijbel aanwijzend, vriendelijk naar een jong paar te kijken dat de Bijbel raadpleegt; het is alsof u hem hoort zeggen: kijk maar na, het staat er zo!

Het gezelschap bestaat uit 27 personen, vier kinderen meegeteld. Voor een deel zitten ze op stoelen, anderen staan langs twee wanden. Recht tegenover de dominee zit de gastheer, een oude boer, met de bijbel op de knie - hij is de tweede hoofdpersoon.
Hij draagt nog een degelijke kuitbroek en schoenen met zilveren gespen. De predikant, die ambtskleding en steek bewust overboord gegooid had, staat er met zijn Franse lange broek wat eenvoudiger bij.

Naast de oude boer zit de jonge boer; naast de oude boerin zit de jonge boerin, een slapende zuigeling op schoot. Drie generaties, welgestelde Gelderse boeren, met knechten en meiden, en met enkele gasten. Een meiske ligt geknield op de grond, bladert in een statenbijbel, halffolio formaat. Zulke bijbels hebben ook de predikant en de gastheer. Er liggen kwartfolio bijbels op een stoof en op een tafel beschikbaar. Een enkele octavo wordt inde hand gehouden. Acht bijbels op 28 kerkgangers, kinderkens meegeteld. De vrouwen hebben haar hoofden gedekt: muts of strohoed.

Op deze kinderen na - een meisje vraagt aan moeder hoe lang het nog duurt - zijn aller ogen op de predikant gevestigd; behalve het stel dat de Bijbel raadpleegt en een oude man, die steelsgewijs naar de gastheer kijkt, of deze het in alle delen met de eerwaarde spreker eens kan zijn. En behalve deze goede concentratie van het gezelschap spreekt uit het schilderij ook een blijde ernst: ernst omdat men met dingen van eeuwigheidswaarde bezig is, blijdschap om het evangelie.

De schilder Valkenburg heeft zich destijds op portretten toegelegd; en met succes zoals we hier zien. Eik gezicht heeft zijn eigen expressie, zijn eigen karakter - maar álle gezichten stralen.
blijheid uit. De schilder heeft met warmte en zichtbaar genoegen zijn indrukken vastgelegd, zo duidelijk dat ook de kopiist er niet aan ontkwam. Hij was geen karikaturist, die de "mensen van de nachtschuit" als stompzinnige ezels afbeeldde. Hij zag beelddragers Gods, Iichten op kandelaars, leesbare brieven. Met elk van de kerkgangers zou u graag willen kennismarken.

En dat mochten we van Brummelkamp verwachten. Hij was een vertegenwoordiger van de "Gelderse richting", die ruimhartig stond tegenover niet afgescheidenen (... ), die een ruim aanbod van Gods heil kende (... ), breedheid van blik vertoonde (. .. ) en zich vrijblijvend tegenover synodale bepalingen opstelde (!). 1) Als gezegd: het interieur verraadt een zekere welgesteldheid, die men op de Veluwe niet zou vinden. Behalve de genoemde antieke stoeltjesklok 'ziet u Delfts aardewerk en een antieke koffiemolen op de eiken linnenkast staan. Op een reik boven de haard staan zes tinnen borden (drie zijner zichtbaar, met de halve haard), en zes tinnen lepels hangen in een rekje. Boven
de keukendeur prijkt een koerduif in een kooi: zo'n vriendelijke ouderwetse vogel, die iedere bezoeker verwelkomt, Er is een glas in lood raam en er is een oud-Hollands roedjesraam. Het huisje van de overkant staat verrassend dichtbij: het stuk speelt dus in een stadje. Een huisgemeente in een stadje? Ja, de Achterhoek telt ook enkele stadjes, die overwegend rooms-katholiek zijn. En boven de luisterende gemeente hangen een ham, een goed aantal Gelderse rookworsten en twee zijden spek. Daaraan zien we, dat de Novemberslacht juist geweest is; ook de laagstaande 2IOn,die de kamer volop in gouden gloed zet, wijst op een mooie Novemberdag.
(Hiermee vervalt 1854 en blijft alleen 1853 over.) De klok wijst 3 uur 37 in de middag en vanwege de warme zon zijn de stoven buiten gebruik; ook de kachel brandt niet, de hand van de jongeman rust er op.

Tenslotte de sfeer, die duidelijk waarneembaar is. Wanneer we de berichtgeving van de vaderlandse meerderheid uit die dagen zouden geloven, waren de afgescheidenen "dompers" 2), "mensen van de nachtschuit", betweters en' querulanten, Ze wisten het beter dan de hoge heren, bezaten het monopolie van de eeuwigheid - maar heel de kerkelijke rest wachtte het eeuwig verderf. Bovendien zouden zij de sociaal verworpenen zijn, mensen die in het vaderlandse leven nauwelijks meetelden, zwakbegaafden en debiele of althans zeer onstandvastige figuren. De uitverkiezingsleer zou een aantal van hen bestemmen tot mateloze hoogmoed anderen aan psychiatrische inrichtingen doen vervallen.

Toegegeven: al deze nare dingen zijn in de laatste anderhalve eeuw voorgekomen. Maar ze vormden niet de regel bij de gereformeerden. En wanneer we zeggen dat dit schilderij van Hendrik Valkenburg uit November 1853 een ooggetuigenverslag is, dan spreekt dit document van gans andere dingen!

De zon concentreert haar gouden stralen precies tussen de twee hoofdfiguren, de predikant en de gastheer, precies- tussen de twee grote bijbels. Samen vormen die mannen de twee getuigen, die voor de Waarheid instaan. Het hele gezelschap is in het zonnetje gezet en mag gezien worden: 210 vrij en onbevangen en blijmoedig bezig, dat u van de gezichten afleest: hier is een deksel van een schatkist weggenomen, hier worden Gods eigen schatten uitgestald. En verre van de sectarische bekrompenheden, waarvoor gereformeerden te boek staan, glanst hier de blijdschap over verloren, maar weergevonden schatten. Schatten, die de vinders slechts kunnen verbazen en verrassen.
Hier glanst het Woord!

Noten:
1) Dr F. L. Bos in Kok's Chr. Ene, Il, 2
2) Iichtdovers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief