Zending en oecumene
1985-02-08
Onder ons ontmoet de oecumenische beweging zoals ze belicht wordt in de Wereldraad van Kerken (WRK) weinig of geen sympathie. Desondanks vraag ik uw aandacht voor een beknopt handboek over de geschiedenis van zending en oecumene in de 20e eeuw. Het is waar dat het een boek is dat zich niet zo makkelijk door iedereen laat lezen. Het vraagt wel een bepaalde voorkennis van .theologische aard die de lezerskring wel ietwat zal beperken. Toch wens ik dit boek in veler handen, ondanks de prijs, maar Kok heeft het prachtig uitgegeven; zelf mag ik graag eens een echt boek in handen nemen in dit tijdperk van het wegwerpboek, de pockets. Bovendien dr. Wind heeft het helder en met veel kennis van zaken geschreven. - Jaargang 29
- nummer 6
Zending en oecumene worden in een, in één verband, geschreven, omdat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De eerste wereldzendingsconferentie in Edinburg 1910 betekende het prille begin van de oecumenische beweging. Wel is het zo dat de evangelische beweging in dit boek niet ter sprake komt. In .1910 hadden de evangelischen nogal wat moeite met het kerkelijk oecumenisch karakter van deze zendingsconferentie en haakten in toenemende mate af zodat men zelf wereldconferenties begon te organiseren: Berlijn 1966, Lausanne 1974 etc. De inhoud: hst. 1 beschrijft de 1ge eeuw als achtergrond van de eerste wereldzendingsconferentie in Edinburg, terwijl hst. 2 de conferentie zelf aan de orde stelt. Hst. 3 geeft het verhaal van de tweede wereldzendingsconferentie, die van Jerusalem 1982. Hst. 4 schenkt aandacht aan het ontstaan van kerkelijk oecumenische lichamen als 'Faith and Order' en 'Life and Work'. De derde wereldzendingsconferentie in Madras 1938 wordt in hst. 5 beschreven, waarop in hst. 6 de vierde, die van Whitby 1947, wordt verslagen.
Hst. 7 geeft het verslag van de oprichtingsvergadering van de WRK in Amsterdam 1948. De vijfde wereldzendingsconferentie, die van Willingen 1952, wordt besproken in hst. 8, terwijl in hst. 9 voorlopig wordt afgesloten met het verslag van de tweede assemblee van de WRK in Evanston 1954.
Een tweede deel is ons in het vooruitzicht gesteld waarin het verhaal tot op heden zal worden verteld.
Het gaat om een beknopt handboek, schrijft dr Wind. Dus naar de aard van een handboek geeft hij weinig over veel. Maar een uitvoerig notenapparaat, geflankeerd door overzichtelijke registers, opent de weg tot verdere detailstudie. Al met al een prima handboek dat u moet kopen!
Natuurlijk; we ontvangen geen neutraal-objectieve geschiedschrijving, zo die al bestaat. Vanuit een diepe verbondenheid met de WRK schrijft dr. Wind dit boek. waarin dan ook weinig ruimte is voor een kritische confrontatie. Ook de wijze van beschrijving verraadt nu en dan eigen stellingname lijkt me toe. Wanneer hij in nauwe aansluiting aan Van Linde discussies beschrijft en evalueert rond de theologie van de godsdiensten voor en tijdens Madras 1938, dan proef ik toch dat ook hij zich distantieert van Kraemers positie, terwijl iemand die meent dat men op.
het stuk van de theologie der godsdiensten .niet wezenlijk achter Kraemer dient terug te gaan, die discussies toch wat anders zou hebben weergegeven Maar dat maakt dit boek ook boeiend. Het daagt uit tot eigen nadenken over de aangeboden materie.
Van bijzonder belang lijkt me dat de zendingstheologische standpunten van elke conferentie uitvoerig worden weergegeven. Dat maakt het mogelijk de zendingstheologische ontwikkeling van de oecumenische beweging na te gaan op een aantal centrale punten. Ik noemde al even de theologie van de godsdiensten, van belang in verband met het huidige dialoog-program van de WRK. Maar ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerk is een thema dat van meet aan op de oecumenische agenda heeft gestaan. De huidige WRK aandacht voor het politieke en sociaaleconomische leven laat zich niet verstaan zonder kennis van de voorafgaande discussies op dit punt sinds 1910.
Er zijn goede redenen om dit boek aan te schaffen. Al was het alleen alom ons al te zwarte beeld van de WRK bij te stellen, als zou ze één van de Beesten uit het boek Openbaring zijn. Er valt echt heel wat te waarderen in de geschiedenis van de oecumenische zendingsbeweging. Heel vaak is er oprecht ernst gemaakt met de bijbelse boodschap in haar betekenis voor kerk en wereld. Ook de christelijke intentie achter de oecumenische beweging zal toch door ons moeten worden onderkend. Moge dezelfde intentie – Jezus woord: opdat allen één zijn, Joh. 17 – ook ons aandrijven in onze oecumenische relaties met de Chr. Geref. Kerken of de GOS e.a. Maar ik heb nog een heel andere reden om dit boek aan te prijzen.
We spreken tegenwoordig ook in ons land over een (veelkleurige) evangelische beweging. Ook in onze kerken zijn daar groeiende contacten mee. Denk aan EA, EO, EH, RPF e.d. In dit groeiende contact moet toch een bespreking gaande blijven. over een aantal fundamentele themata als: de Schrift en haar uitleg; de kerk, haar wezen en functie; de zending in haar. relatie tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerk; ook zou ik de eschatologie willen noemen. Lezing van dit boek kan ons helpen in onze voorbereiding op deze bespreking. Ik. voorzie dat de evangelischen heel wat oude oecumenische discussies over deze themata gaan herhalen. Dat kan blijken onder meer uit de door de radicale evangelischen aangezwengelde discussie over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerk (zie bijvoorbeeld het boekje van E. W. van der Poll. 'Sociaal 'Reveil').
Nogmaals, we kunnen heel wat leren van die oude oecumenische discussies in onze kontakten met de evangelischen, zonder altijd hun antwoorden en oplossingen over te nemen. Kennisname van de geschiedenis van zending en oecumene in de 20e eeuw kan ons minder naïef maken in onze kontakten met evangelischen. Ik ben het met dr .Graafland eens die eens geschreven heeft dat Gereformeerden een derde weg hebben te bewandelen tussen oecumenischen en evangelischen in. Lezing van dr Winds boek heeft me daar eens te meer bewust van gemaakt.
N.a.v. dr A. Wind, Zending en Oecumene in de twintigste eeuw. Kok, Kampen. 434 pag, prijs f 85,-.