Verbreding en verdieping van het werk van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk
1985-02-15
1. Samenwerking- Jaargang 29
- nummer 7
Op de laatste landelijke diaconale conferentie is uitgebreid verslag gedaan over het reilen en zeilen van de stichting. Eén van de onderwerpen die daar aan de orde, kwam, betrof de samenwerking met organisatie aanverwante kerkgenootschappen.
Met name werd gesproken over de samenwerking met de Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn. Het lijkt een goede zaak ook in Opbouw nader op deze samenwerking in te gaan en wel omdat met is uitgesloten dat individuele leden van onze kerken met de samenwerking geconfronteerd worden.
2. Regionalisering van de hulpverlening
In het verleden bestond reeds een zekere vorm van samenwerking tussen de Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn en onze stichting, Deze samenwerking was echter niet duidelijk gestructureerd. Onlangs is besloten dit wel te doen.
Hiervoor bestond ook een concrete aanleiding. Door de regering wordt nl. toegewerkt naar regionalisering van de hulpverlening. Landelijk werkende instellingen komen dan ook niet langer meer voor subsidiëring in aanmerking, Alleen op grond van het feit dat de hulpverlening op levensbeschouwelijke grondslag is gebaseerd, kan erkenning plaatsvinden. Hiertoe moet zo'n landelijk werkende instelling in elk geval beschikken over een aantal vormen van hulpverlening, die zijn ondergebracht in verschillende secties. in de praktijk betekent dit dat organisaties van verschillende (kerkelijke) signatuur worden gedwongen tot samenwerking. Op zichzelf heeft dit beleid voor onze stichting geen direct gevolg, Wij kwamen toch al niet voor subsidie in aanmerking. Gebleken is echter dat bepaalde delen van het werk (bijv. de pleegzorg) wèl door dit beleid worden getroffen. De Christelijke Gereformeerde Vereniging is inmiddels door de overheid als een landelijk werkende instelling erkend. Zij komt derhalve wel voor subsidiëring in aanmerking,
3. Raad van Advies
Al met al reden genoeg, zowel voor onze stichting als voor de Christelijke Gereformeerde Vereniging, om de samenwerking te intensiveren. Hierbij zijn ook andere instellingen betrokken en wel:
- de commissie Voogdij, uitgaande van het Deputaatschap Algemene Diakonale Zaken van de Gereformeerde Gemeenten en
- de Herv-Gereformeerde Jeugdbond.
Teneinde ieders eigen identiteit geheel te kunnen handhaven is gekozen voor de oprichting van een Raad van Advies. Deze raad is binnen de Christelijke Gereformeerde vereniging een orgaan van informatie, overleg en advies. De taken van de Raad van Advies zijn:
- kennis nemen van de ontwikkelingen en bezinning op de problematiek in de jeugdhulpverlening;
- het kerkelijke achterland informeren en waar nodig stimuleren tot dienstverlening ten behoeve van jeugdigen, die hulp nodig hebben;
- signaleren van leemten op het terrein van de jeugdhulpverlening;
- adviseren van het bestuur van de vereniging.
4. Voordelen van de samenwerking
Voor de Chr. Geref. Vereniging is de samenwerking van belang, omdat verwacht wordt dat blijvende erkenning door de overheid alleen mogelijk zal blijken als de vereniging over een (ver)grote achterban beschikt. Voor onze stichting betekent de verdere samenwerking in de eerste plaats dat de subsidiëring van de pleegouders veilig kan worden gesteld.
Hierdoor is onze maatschappelijk werkster in staat zelf de begeleiding van pleegkinderen en pleegouders te verzorgen, zonder dat dit een, financiële aderlating voor de pleegouders betekent. Daarnaast is van belang dat in bijzondere gevallen van de faciliteiten van de vereniging gebruik kan worden gemaakt. Op een tweetal van deze faciliteiten wordt hieronder nog nader ingegaan:
a. Zoals bekend heeft de stichting onlangs haar gezinshuis opgeheven.
Dit was o.a. mogelijk doordat teruggevallen kan worden op het tehuis van de Vereniging. Dit tehuis staat in De Bilt.
b. De vereniging beschikt ook over een jeugdhuis ("De Stuw") dat erkend is als gezinsvoogdijinstelling. Dit betekent, dat als een minderjarige door de kinderrechter onder toezicht wordt gesteld, “De Stuw" met de uitvoering daarvan belast kan worden.
Dit is van groot belang omdat ook hier de regionalisering heeft toegeslagen, Een kinderrechter zal het toezicht in beginsel toewijzen aan een regionale instelling. Zo'n instelling zal vaak niet vanuit een christelijke visie hulp verlenen. Om plaatsing bij een niet regionale, erkende, instelling zal vrijwel altijd verzocht, moeten worden. Bekendheid met "De Stuw" is derhalve noodzaak. Mocht u met een ondertoezichtstelling geconfronteerd worden, kunt u natuurlijk ook altijd bij de stichting om advies Vragen.
5. Tot slot
Uit het bovenstaande zult u wel hebben opgemaakt dat de stichting blij is dat deze samenwerking mogelijk is. Van belang hierbij is ook, dat de samenwerking niet ten koste gaat van ons eigen werk. Integendeel zelfs. Als bestuur en medewerkers verwachten we u een breder pakket van hulpverleningsmogelijkheden te kunnen aanbieden.