Waar draait het om in ons leven?

1983-03-11
  • Jaargang 27
  • nummer 10
"Laat niet varen de werken van Uw handen"
- Psalm 138 vs. 8c -

De opbouw van Psalm 138 is veelzeggend: het eerste gedeelte (vs. 1-3) en het laatste gedeelte (vs. 7-8ab ) behoren bij elkaar: het middengedeelte (vs. 4-6) staat ingeklemd tussen twee gedeelten, die een heel persoonlijke toon hebben. Dat persoonlijke draait als het ware om dat middengedeelte. De aandacht voor het persoonlijke is er met het oog op dat wat in het middengedeelte staat.
Eerst maar dat persoonlijke. De dichter gunt ons een blik in zijn persoonlijke leven. Hij laat zien, dat heel zijn leven erop gericht is, om de HEERE te loven en te prijzen.
Daar was blijkbaar een heel concrete aanleiding toe: uit de nood heeft hij geroepen tot de HEERE, en de HEERE heeft hem geantwoord.
Dat lezen we vaker in de psalmen ... maar let op wat hier, in deze psalm aan de band is. Het antwoord van de HEERE is: kracht geven, bemoedigen. Dat is heel wat anders dan: uit de nood redden.
Velen denken - vaak onbewust dat als je in God gelooft, dat Hij je dan wel uit de puree haalt, als je tot Hem roept. De psalm laat echter zien: God helpt niet altijd uit de nood, maar: Hij is wel een Helper in de nood.
We mogen dan zien, dat de situatie van de man er wel erg door verandert. Juist omdat de HEERE hem kracht gegeven heeft, gaat hij de HEERE loven en prijzen. De bemoediging die hij van de HEERE ontvangt zet hem ertoe aan, om de HEERE groot te maken. Je kunt dus niet zeggen dat je pas blij kunt zijn, als alle leed geleden is. Het loflied kan al veel eerder klinken.
Gods weldaad in het leven van die is niet, dat God de nood wegneemt, maar: dat God kracht geeft om de moeiten en het verdriet te dragen.
Het leven van een gelovige kan al gaan schitteren, als dàt ervaren wordt!
Nu weet die man ook wel, dat het daarbij niet zal blijven. God zal hem ook verder helpen. Het is nu nog maar een begin met een belofte; God doet een toezegging, die ver uitsteekt boven wat God tot nu toe gedaan heeft (zoiets wordt bedoeld met de woorden van vs. 2b). Het leven van die man wordt helemaal gekleurd, in het licht gezet door die toezegging van God, dat Hij het ook zal voleinden.
Hij is goedertieren tot in eeuwigheid; d.w.z. Hij blijft vasthouden aan Zijn verbond voor altijd; Hij doet wat Hij zegt, nu, en altijd.
Deze boodschap geeft perspectief in het leven. Maar er is meer: de weldaad die God aan de man bewezen heeft, is gericht op degenen die in het middengedeelte worden genoemd. Dat zijn koningen; in die tijd waren dat de vertegenwoordigers van het volk.
Als er staat dat de koningen de HEERE zullen loven, dan betekent ons persoonlijke leven, laat dat voor dat eigenlijk: niet alléén die koningen, maar ook hun onderdanen - alle vólkeren zullen de HEERE loven.
Dat staat vaker in de bijbel, dat de volkeren de HEERE zullen loven.
Om precies te zijn: op twee manieren, met twee accenten. Positief, als de koningen en hun onderdanen gehoor geven aan de boodschap van God; dat heeft met zending en evangelisatie te maken; maar het komt ook in meer negatieve zin voor: dat aan het eind der tijden de vijanden van God Hem óók hulde moeten brengen; aan het eind van de geschiedenis zal elke knie zich buigen en elke tong belijden de Naam van onze God. In Psalm 96 vind je vooral dat positieve, in Psalm 66 het negatieve. In Psalm 138 wordt dat wonderwel in het midden gelaten.
Nu de psalm in zijn geheel. Gods weg met Zijn volk en Zijn bemoeienis met de enkele persoon is gericht op de koningen van de aarde en hun onderdanen, dat ook zij de Naam van de HEERE loven.
De koning van deze psalm (zo ruim mag je het opschrift 'Van David' best nemen) krijgt van Gods kant een bemoediging om verder te kunnen gaan, en het is de bedoeling dat zijn collega's, de koningen van de aarde, dat zullen zien en merken op zo'n manier, dat ze zullen zeggen: gróót is de HEERE.
Waar draait het om in ons leven? Dat de volkeren, dat alle mensen de HEERE zullen aanbidden, en dan: van harte. Straks zullen ze het in ieder geval doen, maar misschien gedwongen. Daarom is ons leven zo belangrijk, hoe wij omgaan met de dingen, met de moeilijke dingen, de zorgen, het verdriet en het gemis; de mensen om ons heen een aanleiding zijn om te zeggen: gróót is de HEERE. Dat is de bedoeling: dat de collega's van het werk, de mensen in de straat, de vrienden van de sportvereniging zien, dat de belofte van God ons leven stempelt en doet schitteren. De psalm heeft een persoonlijke toon: de HEERE zal het voor u voleindigen. Maar: het is opgenomen in Gods grote werk: dat de volken de HEERE zullen loven; de psalm sluit dan ook af met de bede: HEERE, laat dát werk, ook in ons leven, niet los!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief