Delen in de zegen van Abraham
2008-06-06
In het eerste artikel heb ik een paar grondlijnen voor een Bijbels spreken over ‘zegen en vloek’ getrokken. In dit tweede artikel wil ik deze grondlijnen confronteren met wat in de kringen van hen die bezig zijn met bevrijdingspastoraat hierover geschreven wordt.- Jaargang 52
- nummer 12
Mijn doel is niet om het bevrijdingspastoraat af te wijzen of verdacht te maken. Het onderwerp is daar te belangrijk voor. De Heer geeft zijn kerk ook vandaag de opdracht om het evangelie te verkondigen, om zieken te genezen en om gebondenen te bevrijden. Om te groeien in die opdracht is het ook nodig elkaar steeds kritisch te bevragen, ook over een onderwerp als ‘zegen en vloek’.
Bedreigde vrijheid?
Wilkin van der Kamp stelt in zijn boek Zeven stappen op weg naar de vrijheid dat het voor de vrijheid van je (geloofs)leven noodzakelijk is om je bestaan te onderzoeken op de werkzaamheid van vloeken. Liefst samen met een pastoraal begeleider, zou je moeten speuren naar eventuele vloeken die in je voorgeslacht over je zouden zijn afgeroepen. Of misschien is er iemand die tijdens je eigen leven een vloek over je heeft uitgesproken.
Tenslotte kun je ook zomaar jezelf vervloekt hebben. Daarom is het zoeken naar en het verbreken van vervloekingen volgens Wilkin van de Kamp één van de zeven onmisbare stappen naar de vrijheid in Christus (p.5,6).
Maar wat is Bijbelse basis voor zo’n stelling? Het uitdrijven van demonen, het verbreken van bindingen - de Here Jezus gaat er ons in voor en Hij geeft ons er de opdracht en bevoegdheid toe. Maar als het over ‘vloek’ gaat ligt dit anders. Als de zonden, die de straf (vloek) veroorzaakt hebben, beleden zijn, is de zaak met God in het reine. Een extra ritueel voor het verbreken van zo’n vloek vinden we in de Bijbel nergens.
Generatievloeken?
Het is goed om te kijken naar wat men onder een generatievloek verstaat en hoe men denkt dat die werkt. Derek Prince schrijft in Zegen of vloek: ‘Een vloek zou ook vergeleken kunnen worden met een lange kwaadaardige arm die vanuit het verleden uitgestrekt wordt. Hij rust op u met een duistere benauwende kracht die de volle ontplooiing van uw persoonlijkheid belemmert.’ (p.15).
Prince geeft ook een voorbeeld (p.16): ‘Tijdens een reis (…) ontmoette ik een intelligente hoogontwikkelde rechter.
Zij kende Jezus persoonlijk als haar Verlosser en was zich niet bewust van onbeleden zonden in haar leven. Toch vertelde ze mij dat ze geen echte voldoening kende. (…) Toen ik met haar sprak ontdekte ik dat ze stamde uit een hele generatie van afgodenaanbidders.
Ik legde haar uit dat volgens Exodus 20:3-5, God een vloek had uitgesproken over afgodenaanbidders, tot in het derde en vierde geslacht.
Toen liet ik haar zien hoe zij door Jezus, haar Verlosser, van deze vloek bevrijd kon worden.’
Dat betekent dus dat deze vrouw in haar relatie met de Heer zuiver leeft.
Maar dat Prince, omdat ze geen zegen in haar leven ervaart van mening is, dat er naar een stoorzender (een vloek) gezocht moet worden.
Dan blijkt dat deze vrouw het slachtoffer is van haar voorouders (een ‘generatievloek’). Maar zou deze vrouw zich dan niet net als Israël bij de Here kunnen beklagen. In Ezechiël 18:2 lezen we: ‘Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden’. Deze klacht wordt door de Here, bij monde van de profeet Ezechiël juist hartgrondig verworpen.
Een vloekende God?
Bij deze ‘(generatie)vloek’ wijst men vooral naar het doorwerken van de straf tot in het ‘derde en vierde geslacht’. In het Oude Testament vinden we deze tekst over het ‘derde en vierde geslacht’ vier keer (Exodus 20:5,6; Deuteronomium 5:9; Exodus 34:6,7 en Numeri 14:18), maar geen enkele keer wordt het woord ‘vloek’ gebruikt. Als je stilstaat bij de betekenis van deze teksten is dat ook begrijpelijk.
Want deze teksten beschrijven Gods karakter. Het zou toch te ver gaan om een vloek als een wezenlijk onderdeel van Gods karakter te zien?
Dat het in deze teksten niet zomaar om een wetsregel of causaal principe gaat, blijkt duidelijk uit Exodus 34:6,7.
De Here neemt deze woorden in de mond als Hij zichzelf beschrijft. Hij laat zien, dat Hij, die de zonde volstrekt serieus neemt, toch tegelijk een vergevend God is. Als Mozes (Numeri 14) de HERE hieraan herinnert, dan functioneren die woorden als een gebed om vergeving. Zo gebruikt Mozes deze tekst juist om een oordeel te voorkomen.
Ezechiël 18
Tijdens de ballingschap verweten de Israëlieten de HERE, dat zij te lijden hadden onder een God die de zonde van het voorgeslacht op hen botvierde, terwijl ze zelf onschuldig waren.
Namens God zegt Ezechiël: ‘Ik wil het nooit meer horen’ (18:3). Zou de Here niet minstens zo sterk reageren op verhalen over generatievloeken? Een generatievloek veronderstelt dat er mensen zijn, die in hun persoonlijke relatie met de Heer zuiver staan, maar toch (door een magische vloekmacht) aan allerlei ellende onderworpen zijn, omdat hun voorouders gezondigd hebben. En dit zou dan door de Here als straf gegeven zijn?
Hoe werkt een vloek?
Maar functioneert de vloek dan in Genesis 3? Daar lezen we dat de mens door de opstand tegen God een vloek over de aarde gebracht heeft: ‘de aardbodem is om uwentwil vervloekt’.
Ook de onderlinge verhoudingen tussen de mensen zijn verstoord. Maar de enige daadwerkelijke vloek die de Here uitspreekt, is die over de slang.
Direct daarna lezen we, dat de Here vijandschap zet tussen de slang en de mens. De Bijbel laat ons hier dus juist zien, dat God er alles aan doet om de mens bij die vervloekte duivel vandaan te houden. Dat staat op gespannen voet met een God, die door de vloek de mensen juist met de duivel in verband zou brengen.
Wilkin van de Kamp ziet een vloek als een soort zender die de demonen oproept om de vervloekte met onheil te treffen. Hij schrijft: ‘Een vloek werkt als een zendmechanisme, dat een speciaal signaal uitzendt’…. ‘De demonen ….. vangen het signaal op en zullen alles op alles zetten om de voorspelling te doen uitkomen.
Zolang de zonde niet beleden is,( …) en de vloek niet verbroken wordt, blijven deze woorden in de geestelijke wereld als een signaal uitgezonden worden.’ (Zeven stappen op weg naar de vrijheid, p.51,52). Dit is volgens Van de Kamp een beschrijving van een vloek. En dit zou ons dus laten zien wat God doet als Hij de zonde van ouders bezoekt aan de kinderen.
De Here zou een soort onheilsmagneet verbinden aan de kinderen van zondige ouders. Maar dat is wel een heel ander beeld dan we in Genesis 3 van de Here krijgen. Daar zien we juist dat het Gods bedoeling is om ‘vijandschap te zetten’ tussen de zondige mens en de slang.
Zelfvervloeking?
Tenslotte wil ik nog even aandacht besteden aan wat geschreven wordt over ‘zelfvervloeking’. Je zou namelijk ook onder een vloek gebukt kunnen gaan door je eigen woorden. Mensen zouden zichzelf bewust of onbewust onder een vloek kunnen brengen.
Terecht zegt men, dat de Bijbel leert dat we voorzichtig moeten zijn met woorden. Dat de Schrift ons bewust maakt van de verwoestende werking van roddel en leugen, is duidelijk.
Maar als men het heeft over zelfvervloeking, gaat men toch een forse stap verder.
Ten diepste stelt men vaak dat je aan menselijke woorden, niet alleen natuurlijke of psychologische kracht moet toekennen, maar ook een sterke geestelijke kracht.
Dan wordt er wel verwezen naar Genesis 1. Gods Woord heeft scheppingskracht: ‘Hij zei (…) en het was er’. Zo zou het ook met menselijke woorden gaan. Als ik mijzelf of een ander vervloek, dan schep ik een geestelijke werkelijkheid, dan schep ik uit het niets een onheilsmacht, die er alles aan zal doen om de uitgesproken vervloeking waar te maken.
Het lijkt mij dat de mens hier op een voetstuk komt te staan, waar we niet thuishoren.
Scheppen met het woord, iets uit het niets te voorschijn roepen is een eigenschap van God, waar geen mens over beschikt. Wij kunnen met onze woorden veel onheil teweeg brengen, maar gelukkig is dat niet onbeperkt.
Wij zijn schepsel en geen Schepper.
Wees waakzaam!
Er is een geestelijke strijd gaande. Wij kunnen niet alert genoeg zijn om de streken van satan en zijn knechtjes te ontmaskeren en te bestrijden. Binnen de reformatorische kerken is daar lang niet altijd voldoende aandacht voor geweest. Laten we dankbaar zijn dat daar door mensen als Derek Prince en Wilkin van der Kamp opnieuw naar gekeken wordt. We moeten waakzaam zijn want de duivel gaat rond als een brullende leeuw.
Laten we onze ogen niet sluiten voor de mogelijkheden die de duivel heeft om mensen door zondig gedrag en foute denkpatronen aan zich te binden en uiteindelijk zelfs te bezetten.
Satan zal alles doen wat in zijn vermogen ligt om het geestelijk leven van christenen onvruchtbaar te maken.
Maar bij die waakzaamheid hoort ook, dat wij wat over die geestelijke strijd te berde gebracht wordt toetsen aan de Bijbel. In deze strijd moeten we niet meer willen weten dan de Bijbel ons leert. Hierbij staat me geen biblicistische benadering voor ogen, waarbij je elke hedendaagse benadeoffer ring met een Bijbeltekst zou moeten legitimeren. Wel moeten we steeds kijken uit welke bron een bepaalde gedachte afkomstig is. Soms lijkt de praktijk van vervloekingen die in het magisch denken en in het heidens bijgeloof gevormd is, invloed te krijgen op de christelijke bestrijders ervan.
Dan kan het gebeuren dat men terecht komt in een sfeer van angst of in een sfeer van speculaties die mensen door fascinatie gevangen houdt.
Het is dan niet denkbeeldig dat wij de duivel bestrijden op een terrein waar hij helemaal niet werkzaam is, waardoor hij elders vrijspel krijgt.
Zegen van Abraham!
Laten we ook oppassen voor de schade van het welvaartsevangelie. God heeft beloofd zijn kinderen te zegenen.
Vaak zal die zegen ook een materiële kant hebben. Maar de Heer heeft ons in dit leven geen garantie van rijkdom en gezondheid gegeven.
Natuurlijk moeten we bij armoede en ziekte onze toevlucht bij de Heer zoeken.
Hij wil onze gebeden horen en verhoren, ook door wonderbaarlijke genezingen en bevrijdingen. In dit leven hebben wij de garantie dat de Heer ons nooit in de steek laat als wij ons aan hem toevertrouwen, maar we hebben geen garantie van rijkdom en gezondheid. Tegelijk zijn het juist welvaart, rijkdom en voorspoed waarmee de duivel het meeste succes lijkt te halen. Want de afgod die tegenwoordig de meeste aanhangers heeft, is die van de mammon.
Als wij God vragen ons te zegenen, laat het dan vooral een gebed zijn om de zegen van Abraham, om de vervulling met de Heilige Geest. De Heilige Geest, die ons ook het inzicht en de wijsheid geeft om op een goede manier te groeien in de ‘dienst van de bevrijding’.
Ds. Joop van ’t Hof is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Barneveld-Voorthuizen.