Onder de zon (4)
1985-02-22
Werp uw brood uit op het water, toch zult gij het vinden na vele dagen. Verdeel het in zevenen, ja, in achten, toch weet gij niet welk kwaad er op aarde zijn zal. Als de wolken met regen gevuld zijn, gieten zij dien uit over de aarde; en als een boom valt, zuidwaarts of noordwaarts, ter plaatse waar de boom valt, daar blijft hij liggen. Wie steeds op de wind let, zal niet zaaien, en wie steeds naar de wolken ziet, zal niet maaien. Zoals gij de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God, die alles maakt.- Jaargang 29
- nummer 8
Zaai uw zaad in de morgen en laat uw hand tegen de avond niet rusten, want gij weet niet, of het ene gelukken zal of het andere, dan wel of beiden tezamen goed zullen zijn.
Prediker 11 : 1-6 (naar de vertaling NBG mei kleine wijzigingen in vs 1, 2 en 6)
Het gevaar dat wij bij het lezen van het boek Prediker een verkeerde weg inslaan is het grootst, telkens als Prediker ons op God wijst, en dat doet hij herhaaldelijk. Nu moeten wij de gevolgen van dat er naast zitten niet voor al te rampzalig houden. De exegese van de bijbel is niet alléén zaligmakend, zoals men ons tegenwoordig wel wil laten geloven. Wel zaligmakend is dat woord van Paulus, waarin hij zegt dat de schriften wijs kunnen malken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus (2 Tim~ 3 vs 15). Dat maakt de goede exegese met overbodig, maar het geloof blijkt zo af en toe in staat, de schadelijke gevolgen van tekortschietende uitleg te elimineren.
Ik beweer daar nog al wat en ik geef haastig twee illustraties. Juist met het oog op het boek Prediker. Er zijn een paar boeken in mijn bezit die telkens weer alle opruimwoede overleven. In de eerste plaats twee bundeltjes van dr A. A. v. Ruler, 'Dwaasheden in dit Ieven'. Morgenwijdingen, die zijn gehouden voor de. AVRO-microfoon. Bij de AVRO zat je in die uren waarlijk goed! Boekjes met een enorme schat aan wijsheid, bovendien geestig hier en daar, sprankelend en diep godvrezend. Toch deel ik op allerlei plaatsen 'niet de exegese van de toch zeer geleerde schrijver. Ten diepste ligt de grote waarde van deze bundels niet in de perfektbeid van de uitleg, maar in het geloof dat hier zo duidelijk richtinggevend is. Het tweede voorbeeld is een boek; dat in onze kring bekendheid geniet: dr K. J. Popma, 'Heersende te Jeruzalem'. Een poging om het boek Prediker te lezen als het verslag van een dialoog. Ik stem niet in met dit uitlegkundig uitgangspunt, maar weer blijkt de waarde van het boek niet verloren te gaan door de m.i. onjuiste exegese. Ook bier wint het geloof het en het boek dankt het behoud van een plaatsje in mijn kast aan de schat aan wijsheid die er in opgeslagen is.
Zo troost ik ook mijzelf een beetje. Ik las in enkele preken van jaren geleden en ontdekte dat ik toch verder was gekomen als ik mij consequenter had gehouden aan de sleutel die ik bij het schrijven van deze stukjes probeer te hanteren. Toch betreur ik niet die preken van destijds.
Wie er bij geleefd heeft en zijn weg bij heeft gekozen zal toch niet beschaamd zijn uitgekomen.
Het woord van God blijkt niet geboeid, ook niet door de beperkte bekwaamheid van de exegeet. Overigens leze niemand hierin een aanmoediging om het bij de exegese van de bijbel niet te hauw te nemen.
Ook in die oude preken ontdekte ik dat ik de neiging bad, een verkeerde weg in te slaan zodra Prediker God ter sprake brengt. Wij hebben dan de neiging, het woord God te vullen met alles wat wij vanuit de bijbel weten omtrent de God van Israël, de God en Vader van onze Here Jezus Christus, maar ik meen dat' dat nu juist niet de bedoeling is. Let er eens op .dat Prediker nergens de naam van Israëls God noemt en ook overigens zich in zijn geschrift met laat kennen als een gelovige Israëliet.
Zelfs als hij over de kulrus spreekt (4 vs 17) kiest hij woorden, waaraan hij niet als Israëliet te herkennen is. Wel rekent hij er op dat wij al lezend niet vergeten dat hij een wijze is, die de Here vreest (ik kies nu bewust de naam van Israëls God).
Vergeet nooit zijn verwijzing naar de vrome en wijze Salomo, die toch ook de bedoeling heeft dat Prediker zich laat kennen als een gelovig man. Maar in zijn onderzoek blijft hij tot in de uiterste consequentie een man; die leeft bij wat je onder de zon ziet en hoort, ook als hij over God spreekt.
Prediker zegt van de gang van zaken op aarde zulke trieste dingen, dat wij ons min of' meer gerust voelen als hij ons bij God brengt. Dan voelen we ons meer op ons gemak onder zijn leiding. Maar goed lezend is juist wat hij over God weet te zeggen zo ontzettend triest.
Lees eens mee in dit hoofdstuk. Prediker wijst er opnieuw op dat je onder de zon nergens van op aan kunt. 'Werp je brood eens uit op het water', zegt hij. Maar Luther vertaalde al: 'Laat uw graan over het water varen' en aannemelijk is inderdaad dat Prediker hier het oog heeft op de meest riskante onderneming van zijn dagen: de scheepvaart, de handelsvaart met name. Een zaak voor waaghalzen en speculanten, maar Prediker zegt: Doe er eens aan mee! Iedereen verk1aart je voor gek, maar je zult zien vroeg of laat komt er wat uit. Daar staat echter tegenover - zo gek zit het leven in elkaar: wees nu eens overbezorgd en angstig en probeer alle risico te vermijden. Verdeel je vermogen in zevenen of achten. Toch blijft de kans dat je alles verspeelt, want je weet nooit welk kwaad er op aarde zal zijn. Die gedachte werkt Prediker nu in kleurige beelden in deze perikoop verder uit. Het komt er allemaal op neer dat het leven een riskante zaak is en dat je nooit kunt weten waar je goed aan doet. Deze bewering doet de wijsheid van Predikers dagen al op haar fundamenten schudden, want die meende door een sluitend systeem het leven veilig te kunnen stellen. Juiste daden op de juiste tijd! En nu brengt Prediker midden in dit hoofdstuk ineens God ter sprake. Is God nu het betrouwbare punt midden in alle onzekerheid en onbetrouwbaarheid?
Nee, juist niet. God is eerder het toppunt van alle riskante zaken. 'Zoals ge de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van de zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God, die alles gemaakt heeft'. God is in deze gedachtegang net zo onbetrouwbaar als het weer. Je weet met Hem nooit waar je aan toe bent. Wat het leven onder de zon zo riskant maakt is juist God, die alles gemaakt heeft. Het is niet voor het eerst dat Prediker zo over God spreekt. Een paar keer eerder in zijn boek heeft hij God en lot eigenlijk over één kam geschoren.
Wij doen Prediker geen onrecht wanneer wij protesteren tegen dit beeld van God. Het is ook niet zijn bedoeling, een godsbeeld bij ons aan te prijzen. Het is integendeel zijn bedoeling een godsbeeld af te breken. Elk godsbeeld af te breken dat de mens zichzelf bouwt met behulp van zijn wijsheid. Wie onder de zon God zoekt, met behulp van eigen denken komt uit bij een God, drie de hoogst denkbare vorm van onzekerheid, onbetrouwbaarheid betekent.
De weg die Prediker met ons gaat: één consequent volgehouden rondblik onder de zon is misschien de meest effectieve weg om er ons van te weerhouden, God ergens anders 'te zoeken dan daar, waar Hij zich van boven de zon, vanuit de hemel openbaart, in zijn Woord, in zijn Zoon. In een leven dat vol van riskante zaken 'is hebben we dan een volstrekt betrouwbaar punt gevonden. We worden met het gezicht in de richting van de waarheid gezet, meer niet. We hebben een weg voor ons. We zien niet zo ver; alleen onze eerstvolgende voetstap wordt bijgelicht, maar er is ons wel gezegd, waar de weg op uitloopt.
De mensheid van nu is vergeleken met een gezelschap dat onderweg is met een touringcar. Iemand heeft de luiken naar boven dichtgedaan. Er is alleen uitweg naar opzij. De mensen kunnen alleen 'onder de zon' kijken. Wie wil weten wat ze daar zien moet het boek Prediker lezen.