Ligt Jacob's steen in London? (1)
1985-02-22
Naar de vaste overtuiging van talloze Britten ligt de steen, die eens Jacob tot peluw diende (Gen. 28: 11-22), in de Westminster Abdij te London. Dezelfde steen, die Jacob na zijn droom tot een altaar heeft opgericht, zou thans onder de troon liggen, waarop sedert zeven eeuwen de Britse vorsten zijn gekroond. Deze overtuiging is zo sterk, dat het niet gewenst is haar in de Engelse pers te bestrijden.- Jaargang 29
- nummer 8
In een land, dat zo aan tradities hangt ais Engeland, is deze steen heilig. Wij willen u de geschiedenis met onthouden; al ware het maar om aan te tonen, dat wij echt alle sterke Britse verhalen niet geloven.
Inderdaad staat in de Westminster Abdij een houten troon, waaronder een platte steen zichtbaar is: ruw, onbehouwen en mysterieus. De Westminster Abdij is voor nationale plechtigheden ongeveer wat de Nieuwe Kerk van Amsterdam voor ons volk is: een vorstelijk heiligdom, beladen met vaderlandse geschiedenis. En van die steen weet elke schooljongen, u te vertellen, dat koning Edward I hem in 1296, uit de kloosterkerk te Scone (Schotland) heeft geroofd. Het was de steen, zo zal hij u vertellen, waarop vroeger alle Schotse koningen werden gekroond. Om die lastige Schotten een stuk macht te benemen werd hun heiligdom gestolen. Ongeveer zoals eens de Filistijnen de ark des Verbonds stalen, teneinde Israëls macht te breken.
Nu is het een feit, dat tussen Engeland en Schotland altijd een strijdvaardige verhouding heeft bestaan. De Zuidelijken beschouwden de Pieten én Schotten als barbaren, die nodig getemd moesten worden, Aan de andere kant voerden de Noordelijken graag strooptochten uit over de grens, om in training te blijven en de "Sassenach" hun vuist te doen voelen. Twee Romeinse keizers hebben een muur gebouwd, om zich tegen de invallende Schotten te beschermen!
Toch hebben de Schotten na 1296 nauwelijks enige rechten op die historische steen doen gelden, De laatste keer was in 1950 toen een stel Schotse heethoofden zich in de Westminster liet insluiten om er 's nachts mét de steen weer uit te komen. De steen bereikte Schotland, maar is na enig politiek discours in London's abdijkerk teruggelegd. (We hebben niet lang geleden voor de televisie een getrouwe reproductie van die laatste strooptocht gezien.)
Maar afgedacht hiervan hebben de Schotten zich aan hun zogenaamde kroningssteen - waarboven eeuwen lang Schotse koningen zijn gekroond -: opvallend weinig gelegen laten liggen, Dat wierp vragen op. De historische feiten, die' voorheen nogal wat verspreid lagen zijn, onlangs door de historicus A. C. MacKerracher in "Scots Magazine" op een rijtje geplaatst. Ze laten maar één conclusie toe: er is geen sprake van. dat de steen in de Westminster Abdij iets met Jacob te maken zou hebben. Integendeel, de waarheid is een tikje ontluisterend voor Engelands nationale trots.
Eenmaal was de legendarische "Stone of destiny" (steen van het noodlot of orakelsteen) het heiligste symbool van de Schotse onafhankelijkheid. Reeds in de Ierse oudheid was het onder Kelten een gebruik: zijn nieuwe koning te kronen, staande of zittende op een heilige steen.
De kronieken van Ierland spreken van de Lia Fail, een orakelsteen die geluid maakte, wanneer een wettige troonopvolger er op plaats nam. Sommige bronnen beweren, dat deze steen uit het Heilige Land was gekomen; andere. dat een visser hem voor. Ierland met zijn anker uit zee had opgehaald. In later eeuwen hebben Engelse schrijvers er de steen van Jacob van gemaakt. Toen dan ook in 503 Fergus I als eerste Schotse koning met een groep Ierse landverhuizers naar Schotland trok, nam hij een grote steen uit het vaderland
mee. Het was zeer beslist niet de Ierse Lia Fail, die nog later in de Ierse kronieken voorkomt.
Het was "een stukje vaderland", een simpele zwarte steen. Het enige dat hem waarde gaf was, dat de steen vermoedelijk, een meteoriet, is geweest; dit is bij onderzoek in de vorige eeuw door Londense deskundigen gezegd. Alle volkeren ter wereld hebben meteorieten, uit de lucht gevallen stenen. als heilig beschouwd.Denk maar aan de Kaäba te Mekka, die verblindend wit was in de lucht - maar zwart toen die op de aarde lag.
Zo hadden de emigranten in deze zwarte steen een stukje vaderland vastgehouden; net als Klein Duimpje, die de weg naar hei ouderlijk huis door steentjes vasthield. Deze steen is in 563 aan de zendeling Columba geschonken, toen die zich op Iona had gevestigd. Bij,de eerstvolgende koning, in 574 door Columba uitgevoerd, werd de kroningssteen niet vermeld. Die moest zijn geschiedenis nog maken. Maar de steen kreeg zijn geschiedenis wel. De twee biografen, Cumine en Adamnan, hebben van Columba geschreven dat deze zijn hoofd altijd te ruste legde op de platte Iersesteen, Ook dat Columba, rustend op deze peluw, de droom van Jacob zou hebben' herbeleefd. engelen zien stijgen en dalen tussen hemel en aarde.') Tenslotte beschreven ze, dat deze steen na de dood van Columba als een grafsteen' overeind is gezet. En lag ook hierin niet een parallel met de handelingen van Jacob? De steen werd steeds heiliger.
Tijdens de invallen der Noorse Vikingers zijn Columba's relieken van Iona weggehaald, naar Dunkeld vervoerd en tenslotte in de kloosterkerk van Scone veilig gesteld. Sedertdien zijn de Schotse koningen inderdaad naar oud Iers-Keltisch gebruik, zittend op deze steen, gekroond te Scone. .Dat heeft, geduurd van 849 tot 1296. Op de grootzegels, die van deze Schotse koningen zijn nagelaten, is hun troon - en daarin of daaronder de steen - duidelijk te zien. Wij noemen alleen de koningen Alexander I, David I, Maleolm IV en Willem de Leeuw, die samen van 1107 tot 1214 regeerden. De laatste koning, boven deze steen gekroond, was John Balliol in 1292.
Op dat ogenblik was de historie van de steen met die van Columba
verweven. Een der grootzegels draagt het inschrift: "laat mij wijs zijn en voorzichtig en nederig als Columba". En via Columba's droom, die Jacob's droom herhaalde, via de Ierse steen' die uit het Heilige Land zou zijn gekomen, werd deze meteoriet .nu als Jacobs altaarsteen herkend. Door wie? Door de Engelse historieschrijver William de Rislhanger, die in 1327 boekstaafde: "geplaatst op de koningssteen, welke Jacob onder zijn hoofd had gediend toen deze van Beërsjeba naar Haran reisde, werd de koning (Joho de Balliol) op Sint Andreasdag plechtig gekroond in de kerk te Scone".
Dat schreef William 31 jaar nadat de Schotse steen naar London was gehaald. Hij' was langzamerhand een Engelse steen geworden en werd nog steeds heiliger. Maar ondanks deze officiële verklaringen van historieschrijvers was er op dat ogenblik al gerechte twijfel ontstaan aan de echtheid. Want gestolen goed gedijt niet, zegt het spreekwoord.
Wel was Edward I kinderlijk gelukkig, toen hij in 1296 del Schotse, kroningssteen triomfantelijk mee naar London bracht. Hij bestelde meteen bij een Londonse goudsmid, Mr: Adam, een bronzen troon, waarin de steen zou moeten passen. Maar de troon was nog niet gereed, of hij werd afbesteld. Edward stuurde een stel rovers naar Scone in Schotland - twee jaar na zijn eigen strooptocht - die volgens de annalen van het klooster de abdij, geheel ondersteboven haalden, in een vertwijfelde poging iets onvindbaars te vinden - om daarna met lege handen terug te gaan. Edward wist genoeg. Hij bestelde een simpele houten troon, die honderd shillings heeft gekost. Hij decreteerde, dat op deze troon nimmer koningen zouden worden gekroond, alleen priesters gewijd. Toch heeft hij niet kunnen voorkomen, dat na hem alle Engelse koningen, en later alle koningen van het Verenigd Koninkrijk, boven deze steen werden gekroond. Tot op den huldigen dag.
Een volgende keer de ontknoping.