Naar Zuid-Afrika (1)
1985-03-01
Het was een hele overgang, van het koude vaderland naar het haast tropisch warme Potschefstroom vice versa. Na onze terugkeer, werd uit allerlei reacties aanstonds duidelijk dat er in onze kerken intens is meegeleefd met de gang van zaken op de Nationale Synode van die Geref. Kerk in Zuid-Afrika, die van 8 tot 22 januari j.l. is gehouden. In tamelijk uitvoerige verslagen hebben het Nederlands en het Reformatorisch Dagblad hun lezers op de hoogte gebracht van de besluiten, die op genoemde synode genomen zijn.- Jaargang 29
- nummer 9
Bijzondere aandacht kreeg het besluit om met onze kerken correspondentie aan te gaan.
Er is mij gevraagd om via een aantal artikelen in Opbouw iets te vertellen over de belevenissen van ds P. Veldstra en ondergetekende, die namens onze kerken deze synode hebben bijgewoond. Met die Geref. Kerk in Zuid-Afrika, meestal de Dopperkerk genoemd, hebben onze deputaten voor samenspreking met buitenlandse kerken al enige jaren contact met de bedoeling om tot kerkelijke correspondentie te komen. Correspondentie aangaan betekent in de eerste plaats dat de betrokken kerken elkaar aanvaarden als kerken van Christus. Van te voren moet dan duidelijk worden dat men éénzelfde geloof deelachtig is en in belijdenis en wandel samen optrekt. Er zijn verschillende vormen van correspondentie. Het is mogelijk een zo nauwe band aan te gaan dat men a.h.w. in één kerkverband leeft, maar er zijn ook andere vormen van correspondentie in ruimere zin.
Men kan zich afvragen of zo'n band met kerken aan de andere kant van de aardbol voor onze kerken van zoveel betekenis is dat er twee predikanten uit hun werk worden gehaald en een dure reis gaan maken om een synode te bezoeken.
Ik kan u dan direct uit de droom helpen. Vorig jaar heeft men in Kampen herdacht dat 25 jaar geleden het zendingswerk in Zuid-Afrika is begonnen. Door bemiddeling van en in samenwerking met die Geref. Kerk in Z.-A. was dit alleen mogelijk. Er is toen een verbintenis aangegaan met deze kerken en in een hartelijke samenwerking en verstandhouding kwam het zendingswerk van de grond.
De kerken van Haarlem Leerdam, Den Haag en Bunschoten-Spakenburg volgden het voorbeeld van Kampen en kregen een zendingsterrein elders in Zuid-Afrika toegewezen, Momenteel werken namens onze kerken ds H. Vonkeman, ds W.J. Kurpershoek, ds R. Keessenberg, ds A. Reitsma, ds B. Wielenga en ds P. Busstra als zendelingen in dit grote land en we weten allen dat er veel zegen op hun werk heeft mogen rusten.
Onze zendelingen behoren tot die Geref. Kerk ter plaatse en de kerken, ontstaan door onze zendingsarbeid behoren tot het verband van genoemde kerk. Van de zijde van de zendende kerken en de zendelingen is er op aangedrongen dat onze kerken officieel correspondentie zullen aangaan met de kerken waarmee we al jaren samenwerken in de zending. De vraag dringt zich op, waarom er niet al veel eerder aan deze zaak is gewerkt.
Hierbij moet worden bedacht dat de zending in Zuid-Afrika dateert van vóór de scheuring in de vrijgemaakte kerken. Tot het jaar 1976 onderhielden de Dopperkerken correspondentie met de Geref. Kerken (syn.) in ons land en kwamen daarom niet in aanmerking voor erkenning van de kant van de Vrijgemaakte kerken. die nauwe banden hadden met de Vrije Geref. Kerken in Zuid-Afrika, die gesticht zijn door emigranten uit onze (de vrijgemaakte) kerken. De samenwerking in de zending was daarom 'zoiets als: bloed kruipt waar het niet gaan kan, en in de kerken hier een omstreden zaak. Na de scheuring in de zestiger jaren ontstond er een nieuwe situatie.
De kerken die ons buiten verband zetten werkten niet langer mee in de samenwerking voor de zending, zodat atle lasten (in 1985 ong. f 1.200.000 voor rekening van onze kleine groep komen.
Het enthousiasme en de bereidheid de gelden op te brengen zijn er niet minder om.
Al spoedig werd besloten om de Geref. Kerk in Zuid-Afrika te vragen met ons in correspondentie te treden en na het voorbereidend werk van onze deputaten lag het in de verwachting dat de synode in Zuid-Afrika in 1983 een positief besluit in deze zou nemen. Er deed zich toen een wat onverkwikkelijke complicatie voor.
De kerken binnen verband zijn de laatste jaren zeer actief op het niveau van de "wereldkerk" en hun deputaten reizen heel de aardbol rond op zoek naar zusterkerken.
In dit kader verschenen in Zuid-Afrika in 1983 ter synode van de Dopperkerken Prof. J. Kamphuis en ds H. J.de Vries teneinde een voorlopige relatie van kerkelijk contact aan te hielden. Waren de kerken in Zuid-Afrika nu plotseling "ware" kerken geworden, die in aanmerking kwamen voor nauwe contacten met de vrijgemaakte kerken in Nederland?
Hoe is in dit verband de positie van de Vrijgem. Kerken in Zuid-Afrika. Vergadert de Koning der kerk op verschillende adressen?
Het ligt niet op mijn weg die vragen te beantwoorden: belangrijk schijnt te zijn dat die Geref. Kerk in Zuid-Afrika de banden met de Geref. Kerken (syn.) in Nederland heeft verbroken. De aanbieding door J.K. en H.J.d.V. overgebracht was niet zonder voorwaarden en nadere gegevens ontleen ik nu aan een artikel van P. A. Bergwerff in het Nederl, Dagblad: De Doppers en Nederland. Eén van de voorwaarden was dat de kerken in Zuid-Afrika geen correspondentie mochten aangaan met onze kerken en het desbetreffend voorstel ter synode niet zou worden aangenomen. Aan de komst van genoemde broeders was een correspondentie voorafgegaan, waarin een memorandum was overgelegd, waarin informatie werd gegeven over onze kerken.
Op onze Landelijke Vergadering in Breukelen heb ik destijds één en ander uit dit memorandum geciteerd. Al wat er aan goeds is in onze kerken, in de prediking, in trouwe ambtelijke bearbeiding, in christelijk leven werd, als in 1967, als niet geacht en wat er naar het vrijgemaakte oordeel niet recht was breed uitgemeten. Terug nu naar de Doppersynode in 1983, waar Prof. Kamphuis het woord voerde. "Zij trachtten in de commissie van voorbereiding alsmede in de plenaire vergaderingen van de synode duidelijk te maken dat het in/het geding van 1967 e.v.j. dat leidde tot het ontstaan van de "buitenverbandkerken" om meer ging dan om een relatiefonschuldige broedertwist, maar het gezag van Schrift en belijdenis voluit in geding waren, aldus P. A. Bergwerff (cursivering van mij).
Schrift en belijdenis voluit in geding in 1967! (zo leer je nog eens wat). Hierbij valt op te merken dat alle verslagen in het Ned. en Reform. Dagblad en voor de E.O. over de synode in Potschefstroom van de pen, van deze P. A. Bergwerff zijn, die een 'bekwaam en eerlijk journalist is; het is echter de vraag of iemand met zo'n duidelijke, extreme overtuiging de aangewezen man is om het gelding dat door de Vrijgemaakte kerken aanhangig was gemaakt te verslaan. Het is ds Veldstra en mij gebleken dat de afgevaardigden Kamphuis en De Vries hun werk grondig hebben verricht bij het geven van informatie over onze kerken, daarbij ijverig bijgestaan door de Vrije Kerken in Zuid-Afrika, zodat wij bij onze komst ter synode voor een grote achterstand kwamen te staan.
Indertijd, toen we in Breukelen uitdrukking gaven aan onze diepe verontwaardiging over de halve waarheden in het memorandum dat naar Afrika was gestuurd, verstond men in vrijgemaakte kring niets van die verontwaardiging, Het was toch allemaal waar! De citaten waren te leveren! Maar dan komt toch de vraag: Wat is waarheid naar de Schriften.
Verdraagt die zich met achterklap en onverhoord oordelen en veroordelen, Is het waarheid alleen het kwade te noemen en het goede te verzwijgen? Hoe komt het over in de harten van christenen wanneer men voortdurend bezig is de andere partij zwart te maken? Men kon in zijn ijver het doel wel eens voorbijgeschoten zijn.
Valt er dan op onze kerken niets aan te merken?Zeker en wanneer er aanleiding voor was hebben wij dit niet ontkend; maar wanneer iemand fouten heeft, betekent dit nog niet dat hij fout is in de gemeenschap gefundeerd in het bloed van Christus.
(wordt vervolgd)