Waarover spraken zij

1985-03-01
  • Jaargang 29
  • nummer 9
Vorige week zaterdag werd in Enschede de tweede zitting van de Ned. Ger. Landelijke Vergadering gehouden. Belangrijkste punt op de agenda: de verhouding tot de Chr. Ger. kerken. Ter tafel lag het rapport daarover van de commissie voor contact en samenspreking, De vergadering had weinig reden tot optimisme, want het gaat niet goed met de samensprekingen tussen de Ned. en Chr. Ger. kerken; sinds 1981 zijn er geen echte vorderingen meer gemaakt. Aanvankelijk leken de besprekingen tussen beide kerken snel tot resultaten te leiden. Her en der werd kanselruil mogelijk en in de kerken van Lelystad, Almere en Nieuwegein kwam het zelfs tot een fusie.

Uit een enkele jaren geleden in Chr. Ger. kring gehouden enquête bleek echter dat er daar op twee punten belangrijke bezwaren leven tegen de Ned. Ger. kerken. Men heeft vooral moeite met de prediking en met de handhaving van de Ned. Ger. kerkorde. Wat betreft de prediking, daarin zou in de Ned. Ger. kerken te gemakkelijk worden gesproken over de "toe-eigening van het heil", omdat men er vanuit zou gaan dat àlle leden van de gemeente ook kinderen van het verbond zijn. In de Chr. Ger. kerken is men de mening toegedaan, dat in de gemeente zowel bekeerde als onbekeerde mensen zitten. Beide groepen moeten in de preek worden aangesproken. Het tweede bezwaar tegen de Ned. Ger. kerken geldt de handhaving van de kerkorde, het Accoord van Kerkelijk Samenleven".
In een aan dit Accoord voorafgaande verklaring spreken de Ned. Ger. kerken uit, dat het al of niet aanvaarden van het (een) kerkeiijk Accoord geen oorzaak van verwijdering of breuk tussen gemeenten die één zijn in geloof en belijden mag zijn. Het is vooral deze passage waar men in Chr. Ger. kring moeite mee heeft. Overigens heerst er ook in de Chr. Ger.
kerken op deze punten lang geen eenstemmigheid. De Landelijke Vergadering hard dan ook de indruk dat de interne verdeeldheid van de Ohr. Ger. op de tafel van de Ned. Ger. commissie werd gedeponeerd. Een aantal afgevaardigden had moeite met het feit, dat de Ned. Ger. altijd de zondebok zijn in de besprekingen met de Chr. Ger ook de Chr. Ger. zou best het één en ander te verwijten zijn en dat hebben de Ned. Ger. nooit gedaan.
Afgevaardigde ds C. Bakker prees vooral het geduld van de oommissie met de Chr. Ger. deputaten. Hij riep de kerken op zich bewust te zijn van hun taak in de wereld. We leven niet op een eilandje, maar we zijn er voor de wereld, waarin de kerk moet staan als een stad op een berg en een licht op een kandelaar. Drs O. Mooiweer zocht een positievere benadering. Hij herinnerde aan het optreden van de Chr. Ger. Prof. dr J. P. Versteeg, die de Ned. Ger. kerken in bescherming nam tegen de geuite kritiek op een doppersynode enkele jaren geleden in Zuid-Afrika. Ook noemde hij het feit dat twee andere Chr. Ger. hoogleraren, Prof. dr J. van Genderen en Prof. dr W. van 't Spijker zich in het verleden in positieve zin hebben uitgelaten over het Ned. Ger. Accoord van Kerkelijk Samenleven. Toch konden de woorden van ds Mooiweer de mineurstemming op de Landelijke Vergadering niet wegnemen.

In een toespraak tot de vergadering zei ds J. Westenink, secretaris van de Chr. Ger. Deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders, dat het de Ned. Ger. kerken inderdaad moeilijk wordt gemaakt. Daar is ook wel reden voor, meende ds Westerink. In het spreken over de prediking gaat het immers om het hart van de kerk. Geestelijke eenheid, met name op het punt van de toe-eigening van het heil moet aan kerkelijke eenheid voorafgaan. Hij sprak verder de vrees uit, dat té snelle eenwording van beide kerken zou kunnen
leiden tot versterking van een bepaalde, door hem niet nader omschreven, stroming in de Chr. Ger. kerken, De Landelijke Vergadering besloot de samensprekingen met de Chr. Ger. voort te zetten met dien verstande, dat de gesprekken over de prediking vooral in de plaatselijke kerken gevoerd moeten worden. De commissie werd opgedragen waar mogelijk de plaatselijke kerken te dienen met informatie en advies over de samenwerking met de Chr. Ger. Het ziet er al met al naar uit dat de Ned. Ger. en de Chr. Ger. kerken nog een lange en moeilijke weg naar eenheid hebben te gaan.

De Landelijke Vergadering sprak verder nog over de contacten met de Vrijg. Ger. kerken op Oost-Soemba. Deze kerken kwamen, na de scheuring tussen de Ned. en Vrijg. Ger. kerken aan Ned. Ger. kant te staan, toen zij weigerden tussen één van beide te kiezen. In eerste instantie nam toen de kerk van Den Haag de contactoefening op zich. Later werd dit werk overgenomen door een Convent van Kerken, waarin Maassluis de financiële belangen behartigde. Sinds begin dit jaar zijn alle werkzaamheden overgenomen door de Stichting Oost-Soerrrba (SOS). Op Oost-Soemba is ds P. P. Goossens werkzaam in de opleiding van kerkelijke werkers. Hij is momenteel in Nederland en kon daarom de Landelijke Vergadering toespreken. Os Gossens riep de afgevaardigden op om de kerken op Soemba te erkennen als steunvragende buitenlandse kerken. De Landelijke Vergadering besloot daarop dat de Commissie voor Contact met Buitenlandse Kerken moet gaan uitzoeken op welke wijze de steunverlening aan de kerken op Soemba het best kan worden geregeld.

Tenslotte moest de Landelijke Vergadering aandacht geven aan het rapport over het Contactorgaan van de Gereformeerde Gezindte (COGG). In dat orgaan wordt door vertegenwoordigers van vrijwel alle kerken die op enigerlei wijze gereformeerd willen zijn, gepraat over onderwerpen die de eenheid binnen de geref. gezindte kunnen bevorderen. Voor de Ned. Ger. kerken nemen ds H. J. van der Kwast en ds Z. G. van Oene deel aan de activiteiten van het COGG. Rapporteur, ds .v. d. Kwast, merkte teleurgesteld op dat er weinig toenadering valt te bespeuren tussen de in het COGG deelnemende kerken. Hij constateerde enorme verschillen in de gereformeerde kerken. Ds C. Bakker vond dat er in het COGG meer moet worden gedaan dan alleen praten. De vergadering besloot de contactoefening binnen het COGG voort te zetten,

De volgende Landelijke Vergadering zal D.V. worden gehouden op 23 maart 1985 ook in Enschede. De beide Ned. Ger. kerken daar verzorgen op voortreffelijke wijze de organisatie van de Landelijke Vergadering 1985.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief