Verantwoordelijke jeugd

1983-03-18
  • Jaargang 27
  • nummer 11
De vorige week hebben wij in ons "Slaapzakpraatje" enige kwesties van het jeugdig buitenechtelijk verkeer aangestipt, Daarbij lieten we ons, wat cynisch wellicht, ontvallen: "vandaag is de vraag naar wat kán groter dan de vraag naar wat mag; de techniek schijnt het in veel gevallen van de ethiek te winnen".
Dat was droevig maar waar gesteld, als we dat even mogen constateren.
Maar het is niet alles. Gelukkig niet. Er is ook nog een andere mogelijkheid.
De mogelijkheid dat de jeugd - buiten ouderlijk toezicht staande en niet gehinderd door bedilzucht of wantrouwen - zelf haar verantwoordelijkheid voor God en de naaste aanvaardt. Zodat de jeugd begrijpt dat geluk, wil het werkelijk die naam waard zijn, langer moet duren dan een “heerlijk avondje".
Door de Nederlandse pers wandelde de laatste weken een protest, dat via de West-Duitse Belijdenisbeweging van de Franse jeugd afkomstig moet zijn en dat zelfs hier is doorgedrongen. Misschien hebt u het al gezien (en dan is het zeker niet verdrietig, het nog eens te lezen) maar wellicht ook is het nog nieuw voor u. Luister.

Weg met de socialistische, atheïstische zwijnenstal!

Weg met de sex op school. Sex-profeten en sex-leraren, de Franse jongens en meisjes zeggen tegen u: wij zijn niet zulke zwijnen als u denkt! Wij willen ons niet door u laten afstompen. Wij zijn jeugd, levenskracht, toekomst.
U bent oud door uw verdorvenheid, gewinzucht en verraad. U wilt ons vangen voor uw onreine vermaak. En als wij dan door uw onreine sexonderricht, uw voorbeeld en uw gebruiksaanwijzingen bedorven zijn dan wilt u ons manipuleren, zodat wij revolutie zouden maken in uw belang.
U zou ons onze gezondheid willen afnemen, onze toekomst, onze liefde en onze vreugde.

Ja, onze liefde! Maar bedenk dan, dat wij juist liefhebben wat u haat: onze familie, onze vader, onze moeder, onze broers, onze zusters, ons vaderland, het Frankrijk van de helden en de heiligen, het Frankrijk van de maagd van Orléans.
Wij aanbidden God. Wij aanbidden Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, geboren uit de maagd Maria. Diegenen onder ons, die niet bidden omdat zij niet geloven, hebben toch eergevoel en achting voor reinheid. U kènt geen reinheid, u wilt ons onze eer afnemen. Wij willen bruid-en-bruidegom zijn, geen partners. Wij willen vaders en moeders zijn, geen pillenslikkers en abortusplegers.
Verdwijnt! Maakt dat u wegkomt. Wij zullen ons verdedigen. En als u revolutie wilt, dan zullen wij die maken: tegen u en uw zwijnerij, uw boze bedoelingen en uw gewichtigdoenerij.
Huichelaars - wij willen niets weten van uw sex-onderricht, uw sex-praktijken en uw sex-artikelen, uw huichelachtige voorgangers en hun medeplichtigen.
Wat wij moeten weten dat weten wij, zonder u en tegen u.
Maar u gaat door en spreekt over wat u niet kent: de eer van de Franse jeugd, die u zoekt om te brengen.

Klinkt dat niet als een symfonie? Als een middeleeuwse hymne? Als regen op een dorstig land?
Vijftig jaar geleden kwam de Zuid-Afrikaanse jeugd voor de dag met haar Rein-Lewe-Bond, Dertig jaar geleden organiseerde de Britse jeugd zich in een federatie van neenzeggers tegen de sexuele corruptie. Vandaag spreken Franse christenen en niet-christenen zich duidelijk uit. Hun protest vindt weerklank in West-Duitsland en slaat aan in Nederland.

Nu kunnen we in zulk een manifest van de Franse jeugd iets vaneen slingerbeweging herkennen. Als we zo ver uit het spoor zijn geraakt en met zoveel kracht naar de goede weg terug winnen, dat we er over heen schieten, en in het andere uiterste terecht komen. Maar dat zou nog geen blijvende verbetering betekenen: het gevaar zit er immers in, dat de beweging straks terugslaat, herhaald wordt - en dan zitten we weer in de verkeerde buurt.

Maar liever zien we in het Franse protest een reformatie: een terugkeer tot de goede vormen, die ons leven de moeite waard maken. Want als de Franse (laten we mogen zeggen de Europese) jeugd in toenemende mate zijn vijand te woord staat, stelt zij zich veilig voor de toekomst. Daarbij geeft zo'n publicatie aan alle wankele zielen, die niet alleen durven staan al zouden zij het willen, een goede gelegenheid. Samen kunnen zij meer bereiken, beter volhouden, sterker vesting opbouwen.

Maar het voorstation van elke cultuurontaarding is de openbare zedelijkheid.
Een modeblad liet zich onlangs ontvallen, dat een vrouw er in haar kleding voor uit dient te komen, dat ze vrouw is. En dat vrouw-zijn houdt blijkbaar in: uitdagend en prikkelend door de straten van het leven te gaan, zo, dat geen mannenblik haar kan mislopen. Dat is dan wel een eenzijdige 'lezing van het: vrouw-zijn. Het moet toch ook mogelijk zijn als vrouw op 'te vallen, zonder te lonken, zonder het eerst een mond open te doen, zonder alle weelderigheid te exposeren die, als het goed is, niet voor iedereen maar voor de trouwe echtgenoot beschikbaar is? Geeft de Bijbel ons niet woorden als ingetogenheid, kuisheid en versierd-zijn met een stille en zachtmoedige geest? Zou een aldus versierde vrouw minder opvallen?

Natuurlijk valt die vrouw op. Voor velen is ze een tut, maar voor de ware Jozef is ze de vrouw die de Heere vreest.

Als we over openbare zedelijkheid spreken moeten we maar niet bij de vrouw blijven staan. Het is gewoonlijk de man, die de kranten maakt, de boeken, de films, de reclame. Hij is het ook, die de bloempjes plukt, welke volop in de publieke parken bloeien. Hij is het bovendien, die - eigen ethische verantwoordelijkheden afschuivend - de morele lasten op zwakke schouders laadt. A:ls de man niet langer van onvrouwelijke vrouwelijkheid gediend is, zal de vrouw zich graag aanpassen; zo is ze.

Blijft natuurlijk de vrees. De vrees om voor een Kenau te worden aangezien.
De vrees, om als Mietje te worden getiteld. De vrees om ais huichelaar terzijde geschoven te worden. De vrees om alleen over te blijven onder de moordende concurrentie. De vrees voor man-eaters en lady-killers. Maar vrees is een slechte raadgeefster. De Iiefde daarentegen (voelt u dat liefde heel wat meer is dan sexualiteit?) bant alle vrees uit, zei Johannes.

Laten we bidden, dat onze jeugd de verantwoordelijkheid voor een onbevlekt leven en een onbesmette ziel verstaat en aanvaardt. Dan is er onder Gods zegen een heerlijke toekomst voor de jonge generatie weggelegd.
Kinderen, wier naam aan het doopvont met Gods naam in één adem genoemd is, zijn 'te goed voor een zwijnenstal. Ze zullen koninkrijken beërven!

Bidt dagelijks voor onze jeugd. Die is belangrijker dan kernwapens en inkomens.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief