Begin van het evangelie
1982-07-02
Een vreemd begin- Jaargang 26
- nummer 26
Markus 1 : 1 luidt: Begin van het evangelie van Jezus Christus. In de St. V. leest U er dan nog bij: de Zoon van God - waarschijnlijk wel terecht. Het is een wat vreemde manier om een boek te beginnen.
Het is ook een andere manier dan de bij de andere evangelisten vinden. Mattheüs begint met een "geboorteboek" van de Here Jezus. Lukas begint met een korte verantwoording; en gaat dan iets over de voorgeschiedenis vertellen. Johannes heeft zijn "proloog", waarin hij vertelt wie de Heiland is, over Wie het in zijn boek zal gaan. Markus zegt niets meer dan: begin van het evangelie. En dan gaat hij zijn verhaal beginnen bij de gebeurtenissen, die Mattheüs en Lukas pas in het derde hoofdstuk van hun boeken vertellen, en Johannes wel in zijn eerste hoofdstuk, maar dan toch pas na een brede inleiding. Dit begin is kenmerkend voor de stijl van Markus ..Hij schrijft een boek met vaart. Die vaart wordt o.a. getypeerd door veelvuldig gebruik van het woordje "terstond". Alleen in de beschrijving van de laatste dagen van Jezus' werk wordt de vaart afgeremd. Dan beschrijft Markus van stap tot stap de weg, die de Heiland gaat. De vaart zit er bij het eerste vers van zijn boek al in. Begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. We kunnen ons afvragen: heeft het zin, zo te beginnen? Het spreekt toch vanzelf, dat de eerste regel van een boek het begin is?
Is die regel niet overbodig? Die vraag kunnen we alleen beantwoorden door na 'te denken over de betekenis van het woord "evangelie".
Evangelie
We kunnen waarschijnlijk zonder nadenken zeggen, wat het woord "evangelie" betekent.
Dat hebben we op school geleerd, en anders wel op catechisatie. "Evangelie" betekent: blijde boodschap. Een goed bericht. Onze gedachten gaan dan verder in deze richt het dagelijks nieuws aan het papier van deting: dat goede bericht is op papier gezet,zoals krant wordt toevertrouwd, en zo, naar ons toe komt. Het goede nieuws van de Here Jezus Christus komt naar ons toe via het papier van de bijbel. En dan vooral het papier, waarop de eerste vier boeken van het nieuwe testament gedrukt zijn. Die vier boeken noemen we "evangeliën". Net of andere bijbelboeken het goede nieuws niet brengen. Dat doen ze natuurlijk wel. Paulus noemt zichzelf niet voor niets een "dienaar van het evangelie". En noemt zijn boodschap niet voor niets: "mijn evangelie".
Uit dergelijke uitdrukkingen blijkt wel, dat "evangelie" niet is wat wij er makkelijk onder verstaan: een van de eerste vier boeken van het nieuwe testament. Als we nadenken, zeggen we dan ook niet: het evangelie van Mattheüs, van Markus, van Lukas of van Johannes; maar: naar de beschrijving van Mattheüs en anderen. Deze mannen beschrijven het evangelie, Dat betekent: ze beschrijven wat gebeurd is. In het evangelie krijgen we niet alleen te maken met wat de Here zegt, maar evenzeer met wat Hij doèt. Met dit bericht doet de Here iets.
Zo kunnen we zeggen: dat bericht doet je wat. Om een voorbeeld te noemen: we kunnen ons voorstellen met hoeveel spanning moeders en vrouwen in Engeland de berichten over de vloot- en troepenbewegingen bij de Falklandeilanden volgden, als hun zoon of man daarbij was. Ze waren bij die berichtgeving betrokken. En niet alleen bij de berichtgeving, maar bij de gebeurtenissen, die bericht worden. De woorden van de nieuwsberichten zijn niet los te maken van de gebeurtenissen.
Zo zijn de woorden van de bijbel niet los te maken van Gods daden. De woorden brengen de gebeurtenissen in huis. Gods woorden brengen Gods goede daden in huis.
Begin van het evangelie
Begin van het evangelie betekent nu: begin van de woorden, waarmee Gods goede daden bij ons in huis gebracht worden. Let U even goed op: bij ons in huis gebracht worden.
Het gaat niet om lang geleden, en om andere mensen. Het gaat om ons. Nu, Begin van het evangelie betekent: wat God nu doet, begon toen en begon zo. Markus wil niet zeggen: begin van mijn boek over de Here Jezus Christus, de Zoon van God.
Dan zou het eerste vers inderdaad overbodig zijn. Dan zou er niets veranderen, als we het weg lieten.
Markus wil iets anders zeggen. Hij wil zeggen: begin van het werk van God, dat Hij in Zijn Zoon voor ons deed en doet. Hij wil zeggen: zo, als ik het nu ga beschrijven, begon God Zijn werk. En dat werk, dat in de periode die ik beschrijf, begon, gaat nog altijd door. Want de prediking van het evangelie gaat verder. Paulus was een dienaar van dat evangelie. En Petrus. En anderen na hen. De zendelingen die het in de wereld uitdragen, de dienaren die het in de gemeente verkondigen. Ze hebben allen de boodschap van de Here Jezus Christus. De boodschap van Gods werk in Zijn Zoon. En die boodschap begon, doordat Gods Zoon op aarde kwam. Hij bracht het grote nieuws: het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. De woorden: begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God, zijn dan ook bedoeld als de titel van Markus' boek.
Evangelie van Jezus Christus
De titel, die Markus aan zijn boek meegeeft, geeft tevens de inhoud van het boek aan. En daarmee de inhoud van het evangelie, de inhoud van Gods goede boodschap voor ons.
Jezus Christus, Gods Zoon, is die inhoud. Markus gaat dan ook beschrijven wat Deze zei en deed.
Daarom acht hij het blijkbaar overbodig, een beschrijving te geven van de manier waarop Jezus mens werd. Het gaat hem om Zijn werk. In grote lijnen tekent hij dat, tot aan de lijdensweg, die hij in details beschrijft.
In dit alles is de Here bezig. Want er was geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden,en dat in Zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving er zonen aan alle volken (Luk. 24::47): Deze prediking als vervulling van Gods oude woorden heeft Markus op het oog, als hij zijn boek de titel meegeeft: begin van het evangelie van Jezus Christus, Gods Zoon.