Revolutie in Nederland (2)
1982-07-02
(In dit tweede artikel schrijft ir. Wigboldus over de drie sekseverhoudingen waarover de - Jaargang 26
- nummer 26
antidiscriminatiewet handelt en het protest dat dit wetsontwerp opriep.)
Man-vrouw
In de eerste plaats kent de bijbel een blijvende ongelijkheid zowel als gelijkheid van man en vrouw. De man werd gesteld tot eerste onder gelijken (primus inter pares). Immers, de vrouw is wel geschapen als hulpe (ongelijkheid), maar dan toch als hulpe tegenover de man, niet onder hem maar hem terzijde gesteld (gelijkheid). Het feminisme, rechtgeaarde navolgster van de ontaarde man-nin (wo-man), wil de gegeven orde verstoren. U houdt het waarschijnlijk niet voor mogelijk, maar momenteel leeft de feministischebeweging zich met name uit in een theologie, die de oud-heidense godinnendienst in ere wil herstellen. Die cultus vierde in de Verenigde Staten al begin 70er jaren hoogtij, maar is vanaf ongeveer 1981 ook naar ons land komen overwaaien.5) U zult mij nu vragen: moet de rolverhouding tussen man en vrouw, buitens- of binnenshuis, dan maar blijven zoals die de laatste eeuwen was, afgezien vàn de veranderingen welke daarin de laatste eeuw al zijn aangebracht op een wijze die wij mee konden maken? Welnee, de geschiedenis is ons gegeven om het scheppingsonderscheid en het scheppingsverband te ontwikkelen en herstellen op alle terreinen des levens.
De man hoeft ook echt niet overal op de voorgrond te blijven staan, om als hoofd van de vrouw te kunnen fungeren. Maar tegen de uitwissing van het onderscheid .en verband, in de revolutionaire geest van vrijheid en gelijkheid, zeggen we om Gods wil nee. 6)
Huwen - hokken
Ten tweede over het huwelijk dat de bijbel in ere wil zien gehouden. Ik laat de ter sprake gebrachte oude verzwakking van het huwelijk (polygamie in de lijn van Kaïn en.
Lamech) en toekomstige verdwijning van het huwelijk (in de opstanding, pas dan zullen man en vrouw niet gehuwd zijn) rusten. Het hokken verengt het huwen tot een louter private aangelegenheid. Een dergelijk privatisme is uitgesloten bij hen die Gods navolgers willen zijn. God zelf gaf immers als Bruidegom een lichtend voorbeeld. Hij, de Eeuwige, sloot het verbond van eenkennige liefde en trouw met zijn uitverkorene, Israël, zeer duidelijk in het openbaar, toen Hij het op Horeb door grote tekenen bevestigde. Hij zwoer bij zichzelf, omdat er geen hogere overheid was, en de omringende volken hebben het geweten! De regering wil de instelling van het huwelijk niet eerbiedigen, maar achter de individualistische en ongedurige tijdgeest aanlopen.
Het beroep van de man mag volgens haar dan ook geen consequenties meer hebben voor dat 'van de vrouwen omgekeerd. Een sterk voorbeeld ter verduidelijking. Als prins Claus zich kandidaat zou willen stellen voor het parlementslidmaatschap, dan zou de regering daar niets op tegen nebben. terwijl u en ik dat - gezien de positie van zijn vrouw, koningin Beatrix - ronduit onwijs zouden vinden. De regering wil zichzelf verbieden, voor zoiets zo nodig een stokje te steken. Gehuwden moeten in het openbaar gelijk, oftewel als ongehuwden, behandeld worden. Aangezien de mens maar één hart heeft, zal zijn gedrag als ongehuwde extern, verwoestende gevolgen hebben voor zijn gedrag intern. Anders gezegd: de regering werpt zich in feite op tot bevorderaar van echtbreuk en echtscheiding. Dat is je reinste revolutie, omwenteling: een overheid die de ongebondenheid aanwakkert in plaats van bedwingt. En dat is de dood voor de samenleving!
Hetero - homo
In de derde plaats de homoseksuele levenspraktijk. die de regering met de homofiele geneigdheid over één kam wil scheren. De Here God heeft in het nieuwe zowel als in het oude verbond zijn grondige afkeer
van homoseksueel gedrag getoond. Wij lopen als Ned. Gereformeerden het gevaar, de homofilie eenzijdig op een individueel pastorale wijze te benaderen. Dat is wel in de pas met de tijdgeest, maar minder bijbels en barmhartig dan het lijkt. De Schrift ziet de homofilie primair profetisch, als een symptoom van verwording waaraan een beschaving en samenleving zich praktiserend kan overgeven: Sodom, Kanaän, Grieken en Romeinen. 7) Als dat gebeurt, staat het gericht Gods voor de deur van zo'n cultuur. Uit het feit, dat het Nieuwe Testament zich hoofdzakelijk keert tegen de heteroseksuele zonden van de meelevende kerkmens - die buiten zijn zal God oordelen - moeten geen verkeerde conclusies worden getrokken. 8) De verstoring van de goede verhouding tussen man en vrouw begint met heteroseksuele zonden. De ontaarding slaat pas om in verwording, als 'een beschaving over het hoogtepunt heen is en tot wetsontbinding overgaat. 9) De heteroseksueel moet niet denken, dat God voornamelijk het einde van misvorming door duizend zonden aanziet. Hij ziet het begin, het hart aan. Wel zijn we gewáárschuwt, nu de westerse cultuur een schrikbarende toename van homofilie - door geboorte of opvoeding - en van homoseksualiteit te zien gaf. Het is vreselijk gaan spannen tussen God en de westerling. Komen wij als christenen tussenbeide - door verootmoediging en bekering, smeking en voorbede, evangelisatie en -ander reddingswerk in Gods kracht - nu het nog kan? 10) Tot zover over de antdiscriminatiewet, met name als symptoom van wetsontbinding, waardoor zich boven het Westen dreigende wolken samenpakken.
Protest
Nu hoef ik u niet te herinneren aan het verzet, dat begin januari van evangelische en reformatorische zijde losbarstte. Eigenlijk was het tegenoffensief al in november vorig jaar op gang gekomen. Toen gaven tal van christenvrouwen gevolg aan een oproep, om de feministisch geïnspireerde emancipatie-enquête van de regering bijbelgetrouw in te vullen. In januari ging over de protesterenden een golf van verontwaardiging heen. Tal van christelijke leiders, aangetast door het virus van de Schriftkritiek, probeerden te schipperen. Bij sommige voormannen en -vrouwen van christelijke zijde barstte echter een soort haatexplosie los. Zij bleken zich zo aan de wetteloosheid te hebben overgegeven, dat ze de kant van de meest venijnige revolutionairen kozen. Voor de opmerkzame christen viel het op, dat de grootste verontrusting en strijdvaardigheid niet bij de reformatorischen maar bij de evangelischen werd gevonden. 11) In de reformatorische gelederen weerden de leden van revolutionair bestookte kerken zich over het algemeen sterker dan de leden van kerken waarin hooguit een voorspel van omwenteling te vinden is.
Van de evangelische christenen zijn de zwakten onder ons breed genoeg uitgemeten, om daaraan nu voorbij te kunnen gaan. Hun geestelijke kracht ontlenen de evangelischen aan hun aanwezigheid op de verst vooruitgeschoven posten in de ontkerstende wereld, namelijk daar waar de verloren zonen en dochters vastlopen en rijp zijn voor redding. De evangelischen weten het beste, wat er in de revolutionaire wereld te koop is aan bedreiging van de kerk, omdat zij zich zoveel moeite getroosten om doodgelopen zondaren de stem van de Vader in het hart te doen horen. Hun gelederen tellen dan ook verhoudingsgewijs velen, die als pas bekeerden een radicaal nieuw leven zoeken, dat zich door geen antidiscriminatiewet wil laten kortwieken.
Wat de strijd van Ned. Hervormde en (syn.) Gereformeerde zijde tegen de revolutionaire zedenpolitiek betreft, bij velen was omstreeks eind vorig jaar nog slechts een druppel nodig om de emmer van het incasseringsvermogen te doen overlopen. Met name, het drijven naar eenzijdige ontwapening stuitte in de maanden rondom de jaarwisseling op verrassend verzet, vooral in de Gereformeerde Kerken. Daardoor schoot ook de anti-discriminatiewet bij niet weinigen in het verkeerde keelgat. De reacties mogen nog zo aan zuiverheid en diepgang te wensen hebben overgelaten, er is een keerpunt bereikt en daarmee hebben we van nu af rekening te houden. In veel mindere mate lijkt me dit toch ook te gelden voor de Rooms-Katholieken, onder wie bisschop Simonis zich weerde op een wijze die bij geen enkele voorman in de grote protestantse kerken te vinden was. Maar nu de Ned. Gereformeerden. Toen mijn vrouw en ik eind december meer dan 100 brieven over de anti-dicriminatiewet verzonden naar personen en organisaties waarmee we verbonden zijn, hoofdzakelijk binnen eigen kerkelijke kring, ontvingen we de magerste reacties van Ned. Gereformeerde en de krachtigste reacties van Ned. Hervormde zijde. Dat gaf te denken! Later kwam onze pers overwegend - net als de Hervormde en de Gereformeerde synode - met mosterd na de maaltijd. Dat ook de inhoud van sommige Ned. Gereformeerde reacties ons verdriette, zal u nu wel niet meer verwonderen. Wat zit er achter dat alles? Daarover volgende week.
(wordt vervolgd)
Noten:
5) Zie daarover Denise Dijk: "De betekenis van de Goddess movement" (Tijdschrift voor Vrouwenstudies 2 (1981)559-580)en uitgebreide citaten in Trouw van 19-12-1981en 3-4-1982 uit het blad Nummer van studenten.
aan de theologische hogeschool van de (syn.) Gereformeerde Kerken. Diepe wortels van het feminisme vindt men beschreven in het hoofdstuk "God de Vader - God de Moeder de verering van Maria als koningin des hemels (vgl. Jeremia 44) kon weleens nabij zijn. Als drie Maria zalig prijzen, een reformatorisch christen, een revolutionaire feministe en de huidige paus, dan doen zij bepaald niet hetzelfde.
6) Voor een evenwichtige benadering van de huidige problematiek verwijs ik gaarne naar drs R. T. Huizinga: "Tegen de emaricipatierevolutie het evangelie" (Nieuw Nederland 8 (1982) 3, 15-16).
7) In het Nieuwe Testament komt de homoseksualiteit onder het hellenisme slechts zeer zijdelings ter sprake. Een uitgebreide paragraaf "Het oude Griekenland en de hefde" in Marcel Eck: "Homoseksualiteit" (vert. 1969) geeft te lezen: "Men kan zeggen dat de Griekse homoseksualiteit vóór de 5e eeuw niet voorkomt, dat ze in de 5e en de 4e eeuw wortel schiet en dat ze vervolgens achteruitgaat en ontaardt". Ik zou liever niet van ontaarding maar van bezoldiging der zonde spreken. Eck verzuimt om te signaleren, dat het oordeel over de verwording van de beschaafde Grieken werd voltrokken door de halfbarbaarse Macedoniërs, die de leiding van Griekenland overnamen en het hellenisme inluidde. Over de verhouding tussen homofilie en gnostiek iets meer in mijn onder (1) vermelde zwartboek.
8) Van de zijde der Schriftkritische christenen wordt weleens gepoogd, munt te slaan uit het stilzwijgen van de bergrede over de homoseksualiteit, terwijl de wortel van de heteroseksuele zonde zozeer is ontmaskerd in Jezus regeringsverklaring. Toch is het stilzwijgen op een heel andere wijze welsprekend dan men denkt. Om dat nader te verduidelijken, verwijs ik naar Rom. 1, een hoofdstuk dat slechts in het licht van Rom. 2-3 gezond kan worden verklaard (vgl. 2 Sam. 12 : 1-14). De spits ligt bij de heteroseksuele zedemeesterende Joden, niet bij de homoseksuele zedenverwilderende Romeinen.
9) De complicatie die ontstaat door de samengesteldheid van culturen uit subculturen; wordt hier buiten beschouwing gelaten.
10) Bijbelgetrouw pastoraat over homofielen laat zich nief intimideren door de loze bewering, dat 5% van alle maatschappijen en groepen altijd uit homofielen bestaat. Wel denkt het na over de wortels van verwording en - om in de lijn van de reformatorische wijsbegeerte te spreken -de roepingsmacht van de revolutionairen. Bestudering van het artikel van Jane Caplan: "Sexuality and homosexuality" in "Women in society. Interdisciplinary essays" (81), uitgegeven door The Cambridge Women's Studies, Group, bepaalde mij sterk bij het verband tussen homofilie en feminisme. Ietwat cru gefor-, muleerd kan men misschien stellen, dat naarmate iemand meer in gezonde zin homofiel is, hij of zij ook ster--
ker heterofiel is, Man en vrouw hebben elkaar in het huwelijk meer te bieden, naarmate de eigen identiteit van beiden beter ontwikkeld is. Die ontwikkeling is niet gebaat bij wat ik nu maar even valse homofilie noem, namelijk een omgang tussen twee' van hetzelfde geslacht min of meer naar het model van de omgang tussen twee van tegenovergesteld geslacht. Bij een overjeugdige vestiging van heterofiele liefdesrelaties lijkt me het huwelijk echter evenmin gebaat, terwijl voor een gebrek aan ethische omgang van de gehuwden met één of meer seksegenoten hetzelfde geldt. De liefdesverhouding van David met Jonathan moge mede uit de huwelijksnood van David geboren zijn (nood levert wel meer een deugd op), dit kan niet gezegd worden van de vriendschaps- en liefdesverhouding die Davids grote Zoon met Johannes (de discipel) en, Lazarus onderhield. In hoeverre probeerden de revolutionairen, hoe averechts ook, te voorzien in een versterking van seksuele identiteit, in een opheffing van vervreemding?
Jane Caplan toont ons de radicale feministen die om feministische redenen lesbisch willen leven. Mijn onder (1) vermelde verhandeling beziet verwording en homofilie met name in cybernetisch perspectief, dat ook de goede en verkeerde verhouding tussen man en vrouw vóór de decadentie' raakt.
11) Protestbrieven van reformatorische kerkeraden tegen het wetsvoorontwerp en van christelijke partijen tegen de show "Tot hiertoe (heeft de Heere ons geholpen)" droegen m.i. meermalen te eenzijdig het karakter van een min of mee vrijwillige iets als bidstonden sprait in dat verband dan boekdelen.