Op de drempel van reformatie

1982-07-02
  • Jaargang 26
  • nummer 26
De redactie zond mij het vriendelijk verzoek om in uw blad enige reakties te geven op de artikelen van ds G. van den Brink onder de titel "N aar een federatie met de Christelijke Gereformeerde Kerken?" Graag wil ik aan dit verzoek voldoen, niet alleen omdat ik als deputaat van de CGK bij een eventuele federatie nauw betrokken ben, maar vooral omdat de zaak van de eenheid tussen, de NGK en de CGK (ik zou zeggen: natuurlijk) mijn grote belangstelling heeft. In mijn reacties op de artikelen van ds v. d. Brink wil ik zoveel mogelijk zijn betoog volgen.
Evenals in bijna alle samensprekingen van de Commissie van de Landelijke Vergadering en de deputaten van de CGK. komen ook in de artikelen van ds v. d. Brink steeds twee zaken aan de orde, n.l. de organisatorische, kerkordelijke, federatieve zaken, en de zaken van de prediking en de geestelijke leiding. Over deze beide punten geef ik graag enige opmerkingen.

Federatie en eenheid
Onder deze titel vat ik samen de ontwikkeling van de federatiegedachte zowel in de NGK als de CGK.
Het is verblijdend uit het relaas van ds v. d. Brink te lezen dat beide kerkengroepen de "federatie" gelijk "vulden". "Een federatie zou alleen te aanvaarden zijn als stap in een proces van vereniging op basis van (h)erkenning van elkaar als kerken van Christus". Zo de CGK. En: Het gaat in bedoelde federatie niet om een organisatievorm waarbij beide partijen principieel zelfstandig zullen zijn en blijven, maar om een verbond van kerken, die via toenemende samenwerking op weg zijn naar eenheid." Zo de NGK. Van federatie is dus slechts sprake als de eenheid in het verschiet ligt. Dus wanneer is uitgesproken dat op grond van Christus' bevel en zijn gebed de kerken tot eenheid moeten komen. Niet in het algemeen. Maar heel concreet: de NGK en de CGK mogen niet gescheiden blijven voortbestaan, omdat zij in elkaar de kerk van onze Here hebben herkend en erkend. De weg van de federatie is er dan om overblijvende moeilijkheden te overwinnen. Zo lang dit uitgangspunt niet is aanvaard, is welke vorm van federatie ook voorbarig, "institutionalisering van de pluriformiteit" en gevaarlijke kerkpolitiek. Men begint dan maar reeds met organisatorische combinaties terwijl de eigenlijke basis ontbreekt. Men overspeelt degenen die nog niet zo overtuigd zijn van de roeping tot deze concrete eenheid.
En .men maakt het alleen maar erg moeilijk om bij later' gebleken geschillen de klok terug te draaien.
In dit licht moet m.i. ook gezien worden de aarzeling van de generale synode van de CGK in 1980.
Men aarzelde op de drempel van de federatie, omdat men nog aarzelde ten aanzien van de geboden eenheid. Er waren nog dingen die de eenheid in de weg stonden, zoals bleek uit de opdracht die deze synode aan deputaten gaf. Daarom zie ik nogal wat verschillen in de voorstellen die ds v. d. Brink doet in zijn derde artikel onder het hoofd: "Wat kunnen we doen?" Het abonneren op de bladen van de andere "partij" kan natuurlijk altijd, ook zonder federatiegedachte. Een vergaande samenwerking op het gebied van de pers (Opbouwen De Wekker) zou ook best mogelijk zijn. In sommige deputaatschappen zou kunnen worden samengewerkt, b.v. ADMA (algemene diaconale en maatschappelijke aangelegenheden), onderwijs, industrie, Israël. Maar met de emeritikas zou het al veel ingewikkelder liggen.En helemaal met de Theologische Hogeschool.
Niet omdat ik van mening ben dat de CGK die beslist in eigen hand moeten houden, maar omdat het onderwijs aan die school onder kerkelijk toezicht staat; hoe zou een tuchtzaak, dit onderwijs betreffende, moeten worden aangepakt, en door wie? Hiermee wil ik bij voorbaat elke inbreng van de NGK niet uitsluiten, maar een regeling hiervan lijkt me niet zo simpel, zo lang het niet helemaal duidelijk is welke nu "de kerken" zijn van welke de school uitgaat.

De Kerkorde
Wij kennen natuurlijk de geschiedenis, en dus de bezwaren die er in de NGK leven tegen een te strakke regeling van het kerkelijk samenleven . We hebben daar ook wel begrip voor. Ik wil ook geen moment ontkennen dat in de CGK soms veel onkunde over de principiële achtergronden van de kerkelijke regelingen wordt aangetroffen. Ook in de KO moet het hart van onze Here kloppen. En wie deze regelingen ziet als een soort Wetboek in wereldse zin, begaat er ongelukken mee. De historie kent trieste voorbeelden. Van harte ben ik het met ds v. d. Brink eens dat er principiële bepalingen zijn, waartegen andere, niet principiële regelingen aanleunen. Of er b.v. naast de classes ook particuliere synoden zullen zijn, is geen principiële aangelegenheid. Maar als er· plaats zou worden gemaakt voor een soort bisschopsfiguur, zou onmiddellijk de principiële visie op het kerkelijk ambt aan de orde komen. Er zijn zaken waarmee het gereformeerde karakter van een Kerkorde staat of valt. Zo behoort het m.i. tot dit gereformeerde karakter dat de kerken bezig zijn elkaar te bewaren bij het Woord Gods. Dus dat er toezicht op elkaar is. En dat men in dit opzicht naar elkaar wil en moet luisteren. Dit heeft weer betekenis voor het tuchtrecht van meerdere vergaderingen en voor de waarde van hun besluiten. Het is geen wonder dat in de besprekingen tussen Commissie en Deputaten artikel 31 KO en artikel 34 van de Regelingen zo breed werden bediscussieerd.
En ik ben bijzonder dankbaar voor de besluiten van de Landelijke Vergadering te Breukelen dienaangaande. Ik meen te mogen zeggen dat op dit principiële punt we elkaar gevonden hebben.
En verder zal een kerkorde voortdurend aangepast moeten worden aan de situatie. Immers niet de kerkorde, maar de Belijdenis is het akkoord van samenleven tussen de kerken.

Soepeler kanselruil?
In zijn derde artikel pleit ds v. d. Brink voor een soepeler regeling van kanselruil. Vooral de bepaling van de CGK, dat alleen predikanten van kerken "waar hetzelfde nauwer samenleven tot stand gekomen is" naast de eigen predikant kunnen voorgaan, volgens kanselruil (en dus ook in gemeenschappelijke diensten) acht hij te strak. Nu valt er m.i. wel kritiek te leveren op de "Voorlopige regeling voor het' gestalte geven aan eenheid met kerken van gereformeerd belijden" (KO, bijlage 9). Maar voor het genoemde kan ik begrip opbrengen. Daarin wordt n.l. rekening gehouden met het feit dat een predikant niet buiten zijn eigen gemeente kan handelen naar eigen inzichten, als deze belangrijk verschillen van die van zijn eigen kerkenraad. Dat wordt individualisme.
Het kan de verhouding kerkenraad-predikant grondig bederven.

Plaatselijke federatie
Op de synode van de CGK-1980 werd ook een voorstel ingediend "om de federatiegedachte te aanvaarden met een toespitsing op wat plaatselijk bereikbaar is". Dit voorstel werd verworpen, wellicht mede omdat niet helemaal duidelijk was wat ermee werd bedoeld. Toch gaat het in de kerken allereerst om de plaatselijke kerk, en pas daarna om het kerkverband. En deze beide lopen niet synchroon. Hier en daar is een plaatselijke kerk tot een uitspraak over de geboden eenheid gekomen, die veel verder gaat dan wat het kerkverband durfde zeggen. In sommige plaatsen is er niet slechts sprake van kanselruil, maar zelfs van gemeenschappelijke diensten; in een enkel geval zelfs van gemeenschappelijke viering van het avondmaal. Dit laatste is geen federatie meer. Daar is naar. Schrift en Belijdenis een zaak van eenheid. Kanselruil en zo nu en dan een gemeenschappelijke dienst kah 'altijd nog gezien worden als een kennismaking, een proef. Daarmee kun je nog ophouden. Dat kan natuurlijk met een gezamenlijke avondmaalsviering niet, omdat daarmee dit sacrament in de “proef" zou zijn betrokken.
Maar waar het plaatselijk zo ver gekomen is, kunnen nog federatieve regelingen misschien nodig zijn, ze zullen als het goed is ervaren worden als een last die spoedig moet worden opgeruimd. Ik ben mij bewust dat er binnen de CGK op enkele plaatsen verhoudingen zijn die meer op een federatie dan op een kerkelijke eenheid lijken. Maar dit zijn toestanden die nimmer als normaal mogen worden aanvaard. Ze hebben te maken met een kerkelijke nood en kerkelijke onmacht, die nimmer tot tevredenheid mogen leiden. Over die kerkelijke nood in het volgende artikel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief