Mijn Vader werkt
1982-07-09
OPENINGSWOORD JEUGDDAG 1982 - Jaargang 26
- nummer 27
Werken, arbeiden is voor God niet vreemd. En voor de Here Jezus ook niet. God is met Zijn werk begonnen 'in de beginne'. In de schepping laat God Zijn almacht zien. Als de schepping is voltooid - en dus ook de mens is geschapen - kan Hij constateren dat alles wat Hij deed goed was. Omdat het goed èn af is kan God daarna gaan rusten. Hij rust op de zevende dag. Die zevende dag wordt door Hem gezegend en geheiligd (Gen. 2: 3). Zoals het werken van God volkomen was, was ook Zijn rust volmaakt. De rust van de zevende dag is de rust van , de sabbat. Het ·is een geweldig iets dat God deze rustdag aan Zichzelf en aan de mens heeft gegeven. Het is zó geweldig dat de schrijver van de brief aan de Hebreeën de rust van de zevende dag in verband brengt met de eeuwige rust straks na Jezus' wederkomst. In Hebr. 4 staat dat er een sabbatsrust overblijft voor het volk van God. En de schrijver voegt er aan toe: 'Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de Zijne'. Tot die rust ingaan gaat niet vanzelf, dat brengt spanning mee, we moeten op onze hoede zijn en er ernst mee maken (Hebr. 4 : 1, 11).
In Johannes 5 wordt ons een verhaal verteld dat in tegenspraak schijnt met wat ik zo juist zei. Het verhaal gaat over Jezus die op de sabbat iemand beter maakt. Het is een bekend verhaal, het verhaal van een man die lam is en in de badinrichting Betsaïda op genezing hoopt. Hij wacht al 38 jaar op het moment dat hij als eerste in het water zal kunnen gaan, nadat een engel dat water in beroering heeft gebracht. Maar steeds is hem iemand voor, telkens komt hij te laat. Geen wonder als je niet lopen kunt. Blijkbaar is niemand op het idee gekomen die man eens te helpen. Maar dan komt Jezus en Hij maakt die mangezond, zonder dat er water aan te pas komt. Die man hoeft alleen maar op te staan en te gaan lopen. En dat gebeurt. Jezus moet het heil brengen en laten zien en zó moet Hij bezig zijn met het werk van Zijn Vader. En bij dat werk kan geen sabbat Hem in de weg staan. De lamme man kan lopen en hij gaat met zijn matras gelukkig uit de badinrichting, Jeruzalem in. Het lijkt allemaal zo mooi, maar juist dán is er een levensgroot conflict.
Eigenlijk zou iedereen dankbaar moeten zijn. Voor de joden echter is deze genezing op sabbat een niet te verteren zaak. Dat Jezus zieken geneest is al moeilijk voor hen, maar dat Hij het zelfs op de sabbat doet past helemaal niet in hun godsdienstig denken en handelen. Een zieke op sabbat beter maken, die man zijn matras laten dragen, dat gaat niet, dat is werk in plaats van rust. De joden lijken het gelijk aan hun kant te hebben. Maar Jezus stelt hen duidelijk in het ongelijk. Hij verbindt Zijn werk - ook dat van op de sabbat - met het werk van Zijn Vader. Hij zegt: 'Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook'. Jezus wil hiermee zeggen dat Hij in Zijn werk Zijn Vader volgt. De Zoon kan immers niets van Zichzelf of Hij moet het de Vader zien doen (Joh. 5 : 19). De preek die Jezus in aansluiting op deze opmerking houdt is de moeite van het lezen zeker waard (Joh. 5 : 19-47).
Door deze genezing op de sabbat laat Jezus zien dat er met Zijn komst iets is veranderd. De tijd van allerlei geboden en verboden betreffende de sabbatsviering is voorbij. Jezus maakt de dingen nieuw en zó plaatst Hij het gebeuren op de sabbat in het licht van het evangelie, van het heilswerk van God. Jesaja 35 gaat in vervulling, dát moeten de mensen gaan zien: blinden zien, doven horen, lammen lopen. Het heilswerk doorbreekt het oude sabbatsgebod en geeft er een uitbreiding aan. De joden beweren dat Jezus de werken van God niet doet omdat Hij op sabbat een zieke beter maakt en iemand een matras laat dragen. Jezus laat zien dat dát nu juist het nieuwe is dat Hij brengt, dat christelijke vrijheid heenreikt over het oude sabbatsgebod.
Jezus werkt de werken van Zijn Vader. Hij gaat de weg van het lijden, maar ook de weg van de heerlijkheid. Hij neemt mensen met Zich mee, van begin tot eind. We denken vandaag aan Zijn hemelvaart. Jezus ging heen naar Zijn Vader, niet om te gaan rusten van Zijn werk, maar om verder te werken. Hij ging heen om voor mensen plaats te bereiden. Z6 bleef Hij ook ná Zijn lijden bezig in het werk, van Zijn Vader. En omdat Hij in dat werk bezig blijft roept Hij ons op (Joh. 6 : 28) om eveneens Gods werk te werken. Er blijft een rust over voor Gods kinderen, straks en ook vandaag. Maar het is geen rust van het stilzitten. Het is een rust waarin plaats is voor werk. En Hemelvaart garandeert ons dat ál ons werk ten diepste sabbatswerk is, werk van de rust waaraan Jezus Zich verbonden heeft.