Gods woord tot Jezus
1982-08-20
Verschil- Jaargang 26
- nummer 30
Jezus is gekomen om zich door Johannes te laten dopen. Dat betekent: om Zijn volk voor tè gaan door de poort naar het nieuwe verbond, waar Ezechiël van gesproken had.
In de beschrijving van wat op die doop volgt, rs er een opvallend verschil tussen Markus en Mattheüs/Lukas. Bij de twee laatste is het volgende - het neerdalen van de Geest en het spreken van de Vader - vooral beschreven als een boodschap voor Johannes de Doper en anderen. Zo lezen we ook in Joh. 1 : 32,33: En Johannes getuigde en zeide: Ik heb aanschouwd, dat de Geest neerdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: op wien gij den Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het die met den heiligen Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is. Johannes heeft gezien wat er gebeurde, de woorden van God gehoord, en ze gebruikt. Ook Petrus gebruikt het getuigenis over deze gebeurtenis: 2 Petr. 2 : 17.
In de weergave van de woorden uit de hemel bij Mattheüs en Lukas blijkt ook dat ze voor anderen bestemd zijn. "Deze is mijn Zoon, de geliefde ..." lezen we daar. Bij Markus: "Gij zijt mijn Zoon".
De hemelse stem wijst Jezus aan. Markus beschrijft, wat Jezus zelf hoorde en zag.
"Markus vertelt. Plotseling laat hij ons kijken met de ogen van Jezus: 'En Hij was het water nog niet uit, of hij zag: de hemelen weken uiteen, en de Geest - als was het een duif - kwam nederdalen op hem' " (C. J. den Heyer, Amsterdamse cahiers I - 1980 - p. 82).
Het is zinloos, de vraag te stellen: wat is er nu precies gebeurd, welke van de manieren van weergave is de juiste? In beide weergaven wordt dezelfde gebeurtenis beschreven. Bij Mattheüs en anderen in haar betekenis voor het volk en voor de prediking. Bij Markus vooral in haar betekenis voor Jezus zelf.
De hemel geopend
In het woordgebruik van Markus treft ons nog een verschil. Bij Mattheüs en Lukas lezen we: de hemelen openden zich ... Bij Markus: Hij zag de hemelen scheuren. Een sterke uitdrukking.
Ze doet denken aan Jes. 64 : 1: Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij nederdaaldet. .. om geduchte daden te verrichten die wij niet verwachten (vs 3).
Die woorden komen uit het gebed van een boeteling, dat in het vorige hoofdstuk begonnen is. Bij de doop van de Here Jezus heb ik daar al naar verwezen: als de Engel van Gods aangezicht gaat Jezus Zijn volk voor op de weg naar een nieuwe toekomst, op de weg naar het nieuwe leven. De bidder uit Jes. 63f 64 ziet terug naar Ex. 23. En hij bidt om een open-scheurende hemel. Bij de puinhopen van Jeruzalems tempel vraagt hij: Zult Gij U hierbij inhouden, 0 HERE? Zult Gij zwijgen en ons bovenmate verdrukken (64 : 12)? Hij vertrouwt, dat de HERE zal luisteren. Is Hij niet de God, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht. Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan U denken (vs 4, 5). Zo scheurt de hemel open voor Jezus. En voor allen, die naar Hem willen luisteren.
De Geest daalt neer
Uit de hemel, opengescheurd tot verlossing, daalt de Geest van God neer op Jezus. In dit komen van de Geest, en in de woorden die daarna uit de hemel klinken, vinden we de belofte terug uit Jes. 42 : 1: Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd; hij zal de volken het recht openbaren.
Deze knecht krijgt de woorden mee (vs 6, 7): Ik, de HERE, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën; om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn. De klanken komen ons bekend voor. We vinden ze ook in Jes. 61: de Geest des HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om... uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God...De woorden van Jes. 61 heeft de Here Jezus voorgelezen in de synagoge te Nazareth (Luk.4 : 18). Hij werkte daar in de kracht des Geestes (vs 4)!
Een stem uit de hemel
Met de woorden van Jes. 61 wordt het neerdalen van de Heilige Geest genoemd: gezalfd worden. Uit het O.T. weten we, wat het betekent als iemand wordt gezalfd.
Een paar bekende geschiedenissen zijn die van de zalving van Saul en van David door SamuëI. Die geschiedenissen laten zien, dat het gezalfd zijn vooral betrekking heeft op het koningschap. De stem uit de hemel spreekt daar ook over. Die stem zegt: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde.
In Psalm 2 :.J hebben de woorden: "mijn zoon zijt gij" betrekking op de koning. De HERE Zelf is als een Vader voor de koning van Israël. In 2 Sam. 7 : 14 zegt de HERE van Davids zoon: Ik zal hem tot een vader zijn en hij zal Mij tot een zoon zijn. Nu zegt God uit de hemel tot Jezus, die zich heeft laten dopen: U bent mijn Zoon. En Hij zalft Hem met Zijn Geest.
Ook in die zalving tot koning maakt de HERE een profetenwoord waar, dat sprak over de nieuwe toekomst voor Zijn volk. Ik denk aan de woorden uit Ezechiël 34 : 23,24: Dan zal Ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik, de HERE, zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden.
Gij zijt Mijn Zoon - met deze woorden stelt de HERE Jezus aan als Zijn Gezalfde, als de Christus. Daarbij is er één groot verschil tussen deze woorden hier en in Ps. 2 : 7. In de psalm maakt God de koning tot Zijn (menselijke) zoon. Hier maakt God Zijn eeuwige Zoon (die mens werd) tot koning.
In Hem openbaart zich nu de liefde van God.
Daarom heet Hij ook: de Geliefde. Zo kan, Paulus in Kol. 1 : 13 spreken over het "Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie de verlossing hebben, de vergeving der zonden.
Terwille van die vergeving vereenzelvigde Jezus zich met ons: Hij liet Zich dopen met de doop der bekering, tot vergeving. En omdat Hij dit deed, stelde God Hem aan als de Knecht, die het recht zal openbaren'. De HERE zegt: zo is het, zoals Ik het wilde. Zo openbaart U, mijn Zoon, inderdaad Mijn liefde. Ik ben trots op U. Zo kunnen we de woorden "in U heb Ik mijn welbehagen" wel verstaan.