De toekomst van de predikantenrol

2008-06-06
  • Jaargang 52
  • nummer 12
Werkt de predikant van de toekomst nog fulltime en als solist? Of werkt hij samen met andere (misschien goedkopere) krachten, zoals kerkelijk werkers, die de catechese of een deel van het pastoraat verzorgen of zelfs voorgaan in diensten? Is de predikant een spin in het web of specialist in enkele taken waarvoor hij specifieke gaven heeft? Staat hij als mens onder de mensen dicht bij zijn gemeenteleden of is hij meer een geprofessionaliseerde deskundige met werktijden en een zakelijk telefoonnummer?

‘We werken in gemeenten die zeer verschillen, maar we zijn behoorlijk één in visie wat betreft het centraal stellen van Christus.’ Zo vatte Johan Ebbers uit Steenwijk in het plenaire deel van de Nederlands Gereformeerde predikantenconferentie één van de zes groepsgesprekken samen. De conferentie, 13 mei in Kampen, was bedoeld als ‘werk- en studiedag over ons werk als predikant’. In groepjes werd gepraat over vragen van de commissie Predikantsprofiel, over een voorstel voor een gedragscode voor predikanten en andere kerkelijk werkers en ook voor het gebed werd in groepen uiteengegaan.

Lijnen doortrekken
De conferentie bleek weinig zinnigs te kunnen zeggen over de toekomst.
Wel kun je lijnen doortrekken. De commissie Predikantsprofiel had een paar vragen opgesteld waarin dat de opdracht was. De eerste luidde: hoe ziet je gemeente er over tien of twintig jaar uit als er geen bijzondere dingen gebeuren? En de tweede vraag, die nadrukkelijk pas daarna beantwoord mocht worden, luidde: wat is je droom als je denkt aan je gemeente over tien of twintig jaar?
Deze dubbele vraagstelling prikkelde om na te denken over de eigen visie op het predikantswerk in de toekomst.

Toekomstbeeld
De conferentie was vooral een werkbijeenkomst met groepsgesprekken, waarna Paul Kurpershoek (Groningen) al interviewend plenair reacties in de zaal los maakte. Dick Lagewaard (Veenendaal) vond het opvallend, dat de verwachting bij krimpende gemeenten hetzelfde is als bij groeiende gemeenten, namelijk dat die gesignaleerde ontwikkeling zal doorgaan.
Terwijl iedereen bij de vraag naar de eigen visie en hoop op het zelfde spoor zat. Waar de één aarzelde over het profiel van de predikant van de toekomst en daar zelf nog geen duidelijk beeld van had, liet een ander een duidelijk geluid horen: ‘Het gaat om goede theologie, toerusting, meer specialisme’, vond Frank Bruintjes (Kampen).

Core business
De vraag naar de positie van kerkelijk werkers als HBO-theologen kwam ook aan de orde. Diverse predikanten konden spreken uit ervaring. Peter Strating (Den Haag) vertelde dat het soms niet voor iedereen zichtbaar is wat een kerkelijk werker doet. Het is belangrijk de taak en de taakverdeling met de gemeente te communiceren.
Wilbert Scheffer (Zwolle), die zelf kerkelijk werker was voordat hij als predikant begon, zei dat het niet alleen de taakverdeling is, maar ook de manier waarop je dingen doet. ‘Kerkelijk werkers hebben andere tools meegekregen vanuit hun opleiding.’Kor Muller (Haarlemmermeer) zag de kerkelijk werker meer als aanvulling op de predikant.
‘Als je het hebt over de vraag of er ruimte is voor de kerkelijk werker als vervanger van de predikant, dan wordt het pas spannend.’ Jan Mudde (Haarlem) hoopte dat kerkelijk werkers er eerder dan over tien of twintig jaar komen. ‘Want als je vanuit gaven denkt, zullen er taken vrijkomen voor kerkelijk werkers.’

Op de vraag van Kurpershoek of hij kerkelijk werkers ook op de kansel zou willen zien, zei hij: ‘De prediking is de core business van een predikant. Als er één terrein is waarop hij deskundig is, dan is het wel de Bijbeluitleg en de prediking. Dat zal het voorlopig ook blijven.’ Het laatste woord is nog niet gesproken over de predikant van de toekomst. In september wijdt Opbouw dan ook een special aan dit onderwerp.

Onderliggende waarden
In de middag kwam nog een andere commissie naar voren die de Landelijke Vergadering heeft ingesteld. Deze legde naar aanleiding van de vorige predikantenconferentie een eerste versie van een gedragscode voor kerkelijk werkers (ambtsdragers, maar ook vrijwilligers) voor. Ook kerkenraden en gemeenten ontvangen deze eerste versie binnenkort. De bedoeling is het gesprek op gang te brengen en ‘gedragingen te benoemen die ontoelaatbaar worden geacht’. Uit de discussie kwam naar voren dat een gedragscode geen juridisch document is, maar onderliggende waarden naar voren brengt. Het is belangrijk dat er een veilig klimaat is in het gemeentewerk en dat mensen zich kunnen toevertrouwen aan een ander op momenten dat ze kwetsbaar zijn. Eén van de onderwerpen in de gedragscode is de ‘niet-functionele aanraking’. In de discussie werd de vraag gesteld of het enthousiasme van een jongere, die gewend is anderen te omhelzen, daar ook onder valt. Zodoende werd duidelijk dat een code niet alles kan verwoorden en vastleggen.
Een andere vraag die bleef hangen is, aan wie je de code moet voorleggen en of hij alleen geldt voor ambtsdragers (zoals predikanten) of ook voor kosters, leiding van jeugdclubs en andere vrijwilligers. Vooralsnog heeft de eerste versie als titel ‘Gedragscode voor kerkelijk werkers in de Nederlands Gereformeerde Kerken’.
Een aparte beroepscode voor predikanten valt nog te overwegen, zo werd gezegd.

Drs. Laurens van Baardewijk is redacteur van Opbouw en predikant van de NGK in Loosdrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief