Kerkbladen en hun perikelen
1982-08-20
Onder deze titel schreef ds L. H. Kwast een artikel in de "Friese Kerkbode" d.d. 2 juli 1982. In dit artikel trok de volgende passage met name onze aandacht: - Jaargang 26
- nummer 30
De lezers moeten je productie ergens aan kunnen toetsen. Er moet een standaard zijn waaraan schrijvers en lezers zich kunnen oriënteren. Die standaard is voor mij het Evangelie van Jezus Christus, het gezaghebbende Woord van God. Daarvan bestaat een confessionele uitlegging waarnaar ik telkens luister: het gereformeerde belijden. Vermoedelijk is dat niet alle lezers naar de zin. Maar ik ben voor mezelf nog geen standaard tegengekomen die mij meer aanspreekt en mij betrouwbaarder voorkomt.
Omdat over die standaard in, onze kerken geen eenstemmigheidmeer bestaat, komt elke redacteur van elk kerkblad van tijd tot tijd in moeilijkheden. Daar moet hij zich dan naar eer en goed geweten doorheen slaan.
Daarvoor is hij redacteur van een kerkblad. Tegelijk staat hij onder een andere druk. Hij moet proberen om - oneerbiedig gezegd - de club een beetje bij elkaar te houden. Hij mag zijn eigen standpunt wel naar voren brengen, liefst met goede argumenten, maar hij mag dat standpunt niet op de spits drijven. Hij moet zich wachten voor polarisatie. Hij mag, al schrijvende, de Hoofdredacteur, Jezus Christus, niet voor de voeten lopen.
Dat laatste is wel het allerbelangrijkste!
We voorzien dit van het volgende commentaar: Het past ons in een bepaald opzicht niet de ander te storen in de discussie, die in "zijn" kerkgemeenschap op gang gebracht is. Maar een zekere bescheidenheid mag ons niet verhinderen kritische kanttekeningen te plaatsen bij opmerkingen, die trachten die discussie enigermate te verwoorden. Het is buiten kijf, dat elke kerkboderedacteur, hoe beperkt zijn arbeid in een plaatselijk kader ook mag zijn, zijn eigen moeiten kent ten aanzien van een verantwoorde vulling van de diverse kolommen. Het werkt soms wel eens belastend! Maar de man kent ook zijn eigen vreugden als hij merkt dat zijn werk gelezen wordt, mensen aan het denken zet en de vorming van een welomlijnde mening bevordert. De band aan de confessie achten wij in deze tijd een belangrijk ding! Want niet alleen moet enerzijds een ergerlijk confessionalisme geconstateerd worden, maar ook aan de andere kant het gevaar van confessioneel relativisme nergens worden onderschat. Je zou bijna zeggen, dat het een Scylla en Charybdis is waartussen een kerk, wil die nog echt gereformeerd blijven, moet door varen. We hebben in dat verband ook wel begrip voor wat de gewaardeerde scribent uit Friesland onder woorden brengt in de uitdrukking: "Hij moet proberen om - oneerbiedig gezegd - de club een beetje bij elkaar te houden." Maar hier duikt toch tevens een vraag op. Is het gebrek aan eenstemmigheid in de kerkelijke kring van collega Kwast niet uitgemond in een elkaar weerspreken waarbij de één de anderhoe hard en indringend hij ook roepen mag - niet meer bereiken kan? En is dat niet te wijten aan het trieste feit, dat er veel mensen zijn, die zich gereformeerd blijven noemen, terwijl zij al lang het gezag van de Heilige Schrift miskennen en de belijdenis finaal hebben losgelaten? Is polarisatie niet een veel te zwakke term voor de typering van een dergelijke ontwikkeling? Ik vraag niet of het mogelijk is, maar wel of het verantwóórd geacht moet worden tot elke prijs "de club een beetje bij elkaar te houden"! Loop je zo tóch niet met al je goede bedoelingen en je gehechtheid aan de kerken, die je lief -zijn, het risico "de Hoofdredacteur" Jezus Christus voor de voeten te lopen?
Onder: Wierum lees ik op pag. 15 van bovengenoemde uitgave een artikeltje, dat handelt over de al of niet aanvaardbaarheid van kerkelijke verdeeldheid. Daarin komt dit zinnetje voor! "Wie het met zijn eigen belijdenis op een akkoordje gooit, bevordert niet de oecumene".
Zou mendaarover eens diep willen nadenken? We hebben de verwertikeltje, dat handelt over de al of oecumene in deze tijd heel hard nodig! Trouwens: onze Heiland Zèlf heeft het gebóden en ervoor gebéden! Maar voor ons gevoel schijnt het steeds meer een niet te verwezenlijken ideaal te worden. Dáár openbaart zich een duidelijk spanningsveld.
Moge dit alles ons stimuleren tot de bede: Veni Creator Spiritus! "Kom, Schepper Geest, bezoek uw kerk met álhet heil van Christus' werk!"