Nalatigheid
1982-08-27
Het klassiek gereformeerde levensgevoel, dat zo wondermooi is, trof me onlangs weer eens in een oud formuliergebed, bedoeld om gebruikt te worden “voor de Predikatie”. Daarin wordt de schuld van de gemeente beleden op een zeer indringende wijze. Daarin staat o.a. “…zo hebben wij nog bovendien met de daad Uw geboden menigmaal en zonder ophouden overtreden, nalatende wat Gij ons geboden hadt, en doende wat ons klaarlijk verboden was”. Er is zonde van nalatigheid. Ik heb wel eens vromen daarover horen klagen. Maar is dat toch maar uitzondering. Eens bezocht ik iemand, op een verjaardag, van diep in de negentig en zoals voor de hand lag lazen we samen Psalm 90. Daarin wordt gesproken over onze ongerechtigheden en over de verbolgenheden des Heren over die ongerechtigheden. Degene die ik bezocht was een vrouw. Iemand waarin ik nooit kwaad had ontdekt. Ze leefde een zorgvuldig leven. Ze vreesde de Here. Maar toen ik in mijn spreken blijkbaar liet merken dat ik vond ze dat niet zoveel kwaad had bedreven antwoordde ze: “ik ben zo oud geworden en als ik denk aan alles wat ik verzuimd heb, wat ik had kunnen doen en wat ik niet gedaan heb, dan word ik er bang van". Ze kende het besefvan de zonde van de nalatigheid.Toen ik de term gebruikte kendeze die ook. We moeten over de zonde vannalatigheid maar niet gering denken en we moeten de uitdrukkingen “zonde van bedrijf” en “zonde van nalatigheid” maar niet naar de kerkelijke afvalbelt verwijzen omdat ze zo ouderwets klinken. Want ze zijn wel ouderwets, maar ze geven een werkelijkheid weer, waarover we in de schuld moeten komen voor God. Een ander heel mooi gebed uit dat klassieke gereformeerde leven is het Avondgebed. “Wil al onze zonden bedekken door Uw barmhartigheid, gelijk Gij alle dingen op aarde met de duisternis des nachts bedekt, opdat wij daarom van Uw aanschijn niet verstoten worden”.
- Jaargang 26
- nummer 31