Griekenland op z'n smalst
1982-08-27
In mijn herinnering zie ik Korinthe altijd vanachter de kolossale pot, die half op zijn kant liggend en gedeeltelijk ingegraven, het terrasje domineerde. In oude Griekse verhalen lees je van meerdere mensen die zich in veiligheid brachten door in een grote pot te springen, als er een of andere held - of een monster - in hun nabijheid kwam. Het begrijpen van zo'n verhaal wordt zeer vergemakkelijkt bij het zien van deze reuze onderkomens voor klassieke piggelmees. Je kunt er als sigarettenroker zeker tien eeuwen lang peuken ingooien voordat je hem hoeft te legen, schat ik.- Jaargang 26
- nummer 31
Zeven van de meest fotogenieke paaltjes in heel Griekenland houden met vereende inspanning een brede marmeren dwarsbalk op zijn plaats. Achter dit restant van de Apollotempel verheft zich de Akrokorinthos, een steile rots, van boven gekarteld door een kasteelmuur .
Als we de brede "plavuizen" van de oude weg naar Lechaion onder ons voelen, lopen we door een klassieke wereldstad die bijna overal maar tot okselhoogte reikt. Over de meeste imposante gebouwen van toen, kijken we moeiteloos heen.
Vlakbij zien we nog het blauw van de zee. De andere kust, iets meer dan twee kilometer de andere kant op onttrekt zich voorlopig met succes aan onze blik. We zijn hier in ...Griekenland-op-z'n-smalst.
In Korinthe was alles te vinden
Een wereldstad van formaat, toen Paulus er kwam. Veel joden. Voor een deel zijn ze naar deze stad uitgeweken, nu ze door de keizer uit de stad Rome zijn verdreven. Een onvoorstelbare mengelmoes van mensentypes, allemaal naar de wereldstad getrokken om er rijk of gelukkig te worden. Altijd ook zeelieden. Omdat Grieken erg bang waren voor de zee, bleven ze graag in de buurt van de kust, als ze toch op een boot moesten zitten. De schepen werden over een soort marmeren rails van de ene kant zeekust naar de andere getrokken. Twee kilometer er flink aan trekken en je was er, veilig en al. Je kon je boot weer opzoeken, als je van het winkelen terug kwam. Of het, net als je kapitein "hogerop" gezocht had in de tempel van de godin der liefde, waar haar priesteressen niet bepaald eenkennig waren. Verder handelaars, uit talloze landen, Priesters van verschillende godsdiensten. Een wirwar van militairen en ambtenaren. Romeinen, Joden, Egyptenaren. Zelfs Grieken! In Korinthe was alles te vinden, was alles te doen.
Paulus blijft plakken in Korinthe
Rond het jaar 50 van onze jaartelling komt Paulus er aan. Net als andere reizigers zal hij zijn ogen 'uitgekeken hebben, maar hij was niet echt onder de indruk. We lezen niet veel meer dan dat hij er andere joden tegenkomt met wie hij samen een tentmakersbedrijfje start. En verder, dat hij er geregeld in de Joodse kolonie over Jezus praat. Hij komt in conflict met een stel mensen in de synagoge, wordt er min of meer uitgewerkt en schuift één deur op. "Hij vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand genaamd Titius Justus, "wiens huis naast de synagoge stond". (Handelingen 18) Geen eind lopen dus! Toch heeft Paulus kennelijk erg tegen de problemen in Korinthe opgezien.
We lezen ook dat hij Jezus hoort spreken (in een visioen 1) dat hij een poos in de stad moet blijven. Misschien wilde Paulus wel zo gauw mogelijk hier wegwezen. Hij bleef er anderhalf jaar. In die tijd kwam hij in contact met de stadsoverheid - hij werd voor het gerecht gesleept, maar de aanklacht werd niet geaccepteerd. Zijn tegenstanders, die zich toch wat wilden afreageren, namen toen zij hun aanklacht zagen mislukken de leider van de synagoge eens flinkt te grazen.
Paulus wilde gauw weg, maar bleef een poos. Hij leerde de mensen er ook goed kennen. Toen hij weg was - vertrokken uit Kenchreeën, de oostelijke haven van de stad, bleef hij met zijn mensen daar contact houden. Twee brieven hebben we over, die hij aan hen schreef. Van geen enkele groep christenen weten we daarom zoveel, want het zijn lange brieven geworden.
Dronken aan het Avondmaal
Het waren moeilijke mensen, voor een groot deel. Eigenlijk hadden ze niet zoveel met Paulus op. Vonden hem geen geweldige spreker, waren niet onder de indruk van zijn uiterlijk.
Hadden de mentaliteit dat ze zelf graag uitmaakten wat ze deden en geloofden. Paulus behandelt alle problemen stuk voor stuk. Ze hadden de neiging zich in kleine groepjes te verdelen, die allemaal hun eigen leiders hadden. Ze kozen ook hun favorieten. De ene club zag wat in Paulus, die andere in Apollos, er was zelfs een groep die Christus wel zag zitten! (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 11). Als ze avondmaal vierden, samen in de kerk kwam de een al ongeveer beschonken aan, terwijl een ander op een houtje kon bijten. Paulus zegt dat je wel zo kunt omgaan met elkaar, maar dat het niets met het volgen van Jezus te maken heeft.
Toestanden onder christenen
Andere toestanden; iemand ging naar bed met zijn eigen moeder of stiefmoeder. Dat vonden zelfs mensen die God helemaal niet kenden een schandaal. Paulus maakt duidelijk wat hij ervan vindt (hoofdstuk 5). Als de mensen in de kerk moeite met elkaar hebben, lossen ze het niet in hun eigen kring op, maar slepen ze elkaar voor de rechter (hoofdstuk 6). Ook dat zou je anders moeten doen, schrijft Paulus. Niet iedereen lijkt de prostitutie van vroeger voor mensen die niet in Jezus geloofden was de Korinthische prostitutie iets heel gewoons, te hebben afgezworen (hoofdstuk 6). Paulus geeft commentaar. We kunnen het nog steeds lezen.
Opvallen met geestesgaven
Als je al die problemen hebt opgesomd, blijkt dat er nóg een wonderlijke toestand speelt.
Mensen die van God de gave hebben gekregen om in andere 'talen te spreken of mensen te genezen of te "profeteren", denken rechtstreeks namens God te kunnen spreken. Blijken' verwoed tegen elkaar op te concurreren. Wie maakt de meeste indruk? Als ze 's zondags bij elkaar komen willen zóveel mensen zich laten gelden, dat het een chaos wordt. Iemand die toevallig binnenloopt zal concluderen dat de hele club gek geworden is, zegt Paulus (hoofdstuk 14 vers 23). De gaven van God moet je natuurlijk bewaren, maar ze wel gebruiken om de héle gemeente daarin verder te helpen. Niet om zelf te gloriëren in iets dat buitengewoon interessant en opvallend is (hoofdstuk 12 tot 14).
Paulus wordt persoonlijk Tegenover al die zelfingenomen lui, de hele dag druk met de indruk die ze maken, praat Paulus over zichzelf. Nergens hoeft hij zichzelf meer te verdedigen.
Vooral de tweede brief is heel persoonlijk. We lezen hoeveel moeite hij had om tegen al die lui op te boksen. Zo zijdelings horen we ook wat hij allemaal had meegemaakt (2e brief, hoofdstuk 11). Hij geeft verder inzicht in wie God is, maakt duidelijk hoe je leven moet (laten ze maar eens bedenken hoe hij Jezus heeft gevolgd - wat dat voor zijn leven elke dag betekende). Problemen tussen mensen die alles kunnen en durven en anderen, die al gauw bang zijn iets te doen dat God niet wil, worden behandeld. En ga maar door. Enorm afwisselende onderwerpen, maar allemaal bedoeld die mensen in Korinthe iets te laten zien van liefde, betrokkenheid, eensgezindheid. Om te leven zoals God het wil.
Korinthe anno nu valt tegen
Terug naar het heden. Na een paar uur Korinthe wordt het voor ons tijd op te stappen. Het is allemaal wel aardig, maar buitengewoon vinden we het niet.
's Morgens hebben we al twee kleine steden gezien die zeker 1500 jaar ouder waren. Drie schitterend gave pilaren vlakbij het museum worden door ons met kennersblik zeker driehonderd jaar na Paulus geschat (klopte ookI). De beroemde Peirènebron blijkt nu een soort modderachtig water waar zo nu en dan wat water uit druppelt. We gaan maar niet de onderaardse gewelven in, want de modder lijkt onoverkomelijk. De markt is grotendeels verdwenen. Apollo's zeven zuiltjes worden wel op stevigheid getest. Ze houden het nog wel een tijdje uit, als er tenminste geen aardbeving komt. Tempels, markten, vergaderplaatsen in de openlucht, theaters, het is er allemaal' nog. De Korinthiërs zijn vertrokken. Je ziet er alleen maar toeristen. Grote drommen Amerikanen, onder leiding van een gids bezig hun culturele achterstand van eeuwen weg te werken. Japanners die alle cultuur op celluloid vastleggen. Hollanders en Duitsers, bijna niet bestand tegen de hitte.
Mensen zoals wij
We stappen op. De eindeloze rij souvenirshops is bekeken, wat goedkope dingen gekocht. De echt interessante zaken blijken onbetaalbaar. Vanaf terrasjes kun je zolang je wilt naar een stad van 2000 jaar geleden kijken. Korinthe gaf ons niet zo'n kick. We voelen geen band meer zoals Paulus die had. De Korinthiërs leken nogal op ons, denk ik. Er is niet zoveel aan hen geschreven dat wij ons niet zouden hoeven aan te trekken. Geen bijzonder innemende mensen; wel opvliegend, egoïstisch. Er is in de mensen niet zoveel veranderd, Wij moeten net zo goed als zij weten dat Jezus de "kracht van God" en "de wijsheid van God" is. Het was geen bijzonder stelletje daar. Toch lezen we: God heeft jullie willen uitkiezen om meer bijzondere mensen te beschamen.