Midden in het leven
1982-08-27
In de winkel van Nancy Black, scheepsfournituren te Oban, is het mudvol als in een onderzeeboot. De scheepskleren, alle soorten tuigage, kijkers en vele, vele andere zaken, zijn ordelijk gestapeld op schappen, langs de muren, in vitrages; ja ze hangen van de zolder neer. Je raakt niet uitgekeken.- Jaargang 26
- nummer 31
De,wereld van het zoute water is boeiend en verlokkend. Je blijft kijken. Je proeft de zilte lucht. En dan hangt daar, op een toevallig vrij stukje, aan de muur een gedichtje.
Ja waarlijk, een paar versregels. Wat - een gedicht? Een gebed, een zeemansgebed.
Er gaat iets door je heen, wanneer je leest:
Lord, be merciful,
my boat is zo small
and thy ocean so wide.
Ieder, die deze winkel binnenloopt om iets in de volte te zoeken, leest dat gebed van een zeeman. Die onthoudt het. Die zal het zachtjes uitspreken, wanneer hij eens in de situatie komt, waarin dit gebed is geboren: Heere, wees mij genadig! Mijn bootje is zo klein en uw oceaan is zo groot.
Zo'n gebed heet in onze taal een schietgebed. In het Frans: une 'prière jaculatoire, in oud-Nederlands: een schootachtig gebedeke, in het Duits: ein Stoszgebet, in het Engels: a jaculatory prayer. Het is (vergunt u even de verklaring) de verwijzing naar de toestand van iemand, die in plotselinge nood haastig even de afzondering moet opzoeken. Dat beeld is wat onfris. Maar reëel, en zulke dingen komen in onze taal veel meer voor. U kunt de verklaring nu wel weer vergeten en alleen onthouden de inhoud van dit schietgebed: .Heere, wees mij genadig, mijn bootje is zo klein en uw oceaan is zo groot". Het zal u nog eens te pas komen. Nood leert bidden.
In de tweede wereldoorlog werd een Brits vlieger neergeschoten. Zijn naam was E. G. Day. In zijn zak werd een gebed gevonden. Het werd vertaald door drs Barend Rijdes en luidt:
Almachtig God,
die ook hier zijt,
ik richt tot u een kort gebed.
Ik vraag u in dit uur van strijd geen schild,
dat van de dood mij redt.
De onveranderlijke baan,
waarvan geen ster terzijde wijkt,
verwikke niet, noch breng tot staan de kogel,
die mijn hart bereikt.
Ik vraag niet om uw bijstand nu,
geen zegepraat, die mij verblindt;
mijn vijand, die ik haat, is u
(ik weet:) een even dierbaar kind.
Dit bid ik: weest Gij aan mijn zij
wanneer mij hier de dood ontmoet.
Almachtig God, die stierf voor mij
leer mij, hoe of ik sterven moet.
Mensen die veel alleen zijn - bij voorkeur in de natuur, zoals jagers en vissers, zeelui en herders, bergbeklimmers en geologen - kunnen hun gedachteleven uitbouwen. Zij worden immers minder afgeleid van de diepste levensvragen, hebben meer contact met hun Schepper, worden meer vertrouwd met dagelijks gevaar, met de grenzen van leven en dood.
Zo vond ik ergens een vissersgebed, dat ik graag u zou doorgeven. Het gaat over de zalm, hier kortweg fish genoemd. Die wordt met de hengel gevangen in bergriviertjes of onder een waterval. Met een kunstvlieg aan de haak wordt de zalm verleid, zich vast te bijten. Maar eenmaal aan de haak volgt een machtig gevecht, eer de zalm binnen is: De lijn wordt gevierd, voor zover de vis Wil wegzwemmen; daarna ingehaald, voor zover de vis toegeeft. De tactische kunst is nu, zolang met het dier te "spelen", tot het zich gewonnen geeft en in een "landing net", een sterk schepnet, kan worden binnengehaald. Mocht de vis ondermaats zijn, dan wordt hij teruggezet. Wordt hij goed bevonden, dan wordt hij meegenomen.
Zo, dit moest even vooraf, -om alle beelden uit het gebed te verstaan. En nu het Anglers Prayer:
God grant that I may wish to fish
until my dying day; that,
when it comes to the last cast,
and to the final play,
then, in the Lord's safe landing net
and peacefully asleep
in mercy I’ll be judged by Him
as good enough to keep.
Laat mij het trachten te vertalen met hulp van bovengegeven uiteenzetting.
Dan komt het gebed hier op neer:
God geve dat ik mijn lust in het vissen
mag behouden tot mijn laatste levensdag;
en, als het op een eind loopt
en het laatste spel gespeeld wordt,
dat ik dan, in het veilige schepnet
van de Heer, rustig inslapend
in zijn genade goedgekeurd mag worden
om behouden te worden.
Dat is toch een bijzonder gebed, niet? De 'visser, die als Petrus in zijn werk opgaat, identificeert zichzelf met zijn zalm. Hij zou zelf als een grote vis willen worden binnengespeeld, als het zijn tijd zou zijn, om veilig bij God te belanden. Let op de woordspeling "goedgekeurd om behouden te worden". Behouden, niet omdat hij zo'n waardevolle vis zou zijn - maar omdat de Heer zo genadig is.
Tenslotte het gebed van een jager. Het is van E. van der Meulen, in hetSaksisch .geschreven, behoort al jaren tot mijn verzameling, en werd een dezer dagen opnieuw in De Nederl. Jager afgedrukt. De titel is "Bladschot". Met een bladschot wordt een stuk grof wild geveld en wel zo, dat het vrijwel onmiddellijk en pijnloos expireert. Ook hier heeft de bidder zich met het wild vereenzelvigd en benijdt het om zijn plotselinge en pijnloze dood. Luister naar het zoetvloeiende Drents, of Twents (of Veluwswant ook daar wonen Saksers.)
't Heui is vot! De rogge riejpt!
De bronst is gangs, de sikke fiejpt
en oweral driewt bökke.
Ze zint eteld, ze zint ekeurd,
va'doag was 't oale an de beurt
en 't wol veduld ok lukke!
Joa, oonzen Heer gaf 'm van 't joar
veur 't afschot vriej,
noe lig 'e doar zo stille in de weere...
'n Zuuver bladschot lag 'm daal
en ieder ofschot, 't elke moal
mo 'k doarop prakkezere...
Pas stön 'r nog in 't lange grös,
luk loater hef 'r in de mös
nog lang 'ne sik 'edreewve.
Gin schrik, gin zeert, 'n reukloos schot!
Gin liej'n. Zomoar in eenmoal vot
oet 't volle rieke leewve.
Wat leu steerf' net zo, en 't lat
wa' of z'n bladschot hebt 'had!
't Het steet zomoal stille!
Zo'n dood das joa 'n meui besloet,
ging ik d'r zomoal tusken oet
dan har ik miejne wille.
'k Vroag nich waorumme, nich wanneer,
'k Vroag: "Als 't zo wiet is Leeuw'n Heer
dat Doe miej 'moal kömp hale,
Zuuk miej dan op in Oe'n netuur,
en lig mie] rustig en sekuur
doar met 'ne bladschot daale..."
Laat me trachten dit schone gebed te vertalen. "Het hooi is binnen, de rogge rijpt en de reebronst is in volle gang: de reegeit geeft haar bronstgeluid, overal drijven de bokken (achter de geiten). Ze zijn al geïnventariseerd en beoordeeld: vandaag was die oude bok aan de beurt en werkelijk, het lukte. Ja, het was verantwoord tegenover de Heer der Schepping, om hem dit jaar te vellen. Nu ligt hij daar stil in de weide. Een zuiver blad schot legde hem neer. En bij elk dodelijk schot moet ik erover nadenken. - Zo pas stond hij nog in: het lange gras, even later heeft hij in het moeras een geit gedreven. En zonder schrik, zonder pijn, zonder het schot te ruiken was hij in eenmaal weg uit zijn mooie rijke leven. - Sommige mensen sterven zo, dat het lijkt alsof een bladschot hen heeft weggenomen.
Dan staat het hart zo maar stil. Zo'n dood is toch een mooi levenseind. Ik zou er zelf het liefst op die wijze willen uitstappen. Ik vraag niet waarop (de dood komt) of wanneer. Ik vraag slechts: als het zo ver is, lieve Heer, dat u mij eens komt halen - wilt u mij dan zoeken in uw eigen natuur en wilt u mij daar met een rustig en zuiver bladschot neerleggen?"