Meewerken in breder oecumenisch verband

2008-06-06
  • Jaargang 52
  • nummer 12
Op de allerlaatste zitting van de Landelijke Vergadering van Zwolle, ongeveer een jaar geleden, speelde bij een van de kleine agendapunten de vraag of we er als kerken goed aan zouden doen aansluiting te zoeken bij de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK, zie ook het kader). Het zou onder andere betekenen, dat we als Nederlands Gereformeerden zouden gaan meewerken aan een nieuw ‘Liedboek voor de Kerken’.

Het voorstel kwam van de commissie ‘Liedboek 2000', in 1994 ingesteld om de ontwikkelingen rond het kerklied en een eventueel nieuw liedboek met aandacht te volgen. Veel gebeurde er niet in de eerste dertien levensjaren van deze commissie. Maar toen in 2007 het voorstel van de ISK, om te gaan werken aan een opvolger van het ‘Liedboek voor de Kerken’, door de deelnemende kerken werd aanvaard, werd de vraag van participatie ook voor onze kerken actueel. En dan echt als volwaardig deelnemende kerk, aangesloten bij de ISK. Want meewerken aan een nieuw liedboek ‘als waarnemer’ vond de ISK niet wenselijk. Het was dus in feite ‘alles of niets’. De commissie kwam met een positief advies en werd vervolgens positief verrast door de vergadering, toen het voorstel met algemene stemmen werd aangenomen.

Aan de zijlijn?
Tegelijk moet er bij gezegd worden, dat deze stap wel in lijn was met het besluit van de Landelijke Vergadering 1994/95 (Apeldoorn) om als Nederlands Gereformeerden - mocht er gewerkt gaan worden aan een nieuw liedboek - niet aan de kant te blijven staan. Bij de totstandkoming van het Liedboek van 1973 was dat wel gebeurd, terwijl het Liedboek daarna breed ingang vond in onze kerken. De ontwikkelingen rond het nieuwe liedboek gingen vervolgens niet zo snel, zodat de naam van de commissie (als enige met een jaartal) al vrij snel iets gedateerds kreeg.

Ontwikkelingen
Maar officieus was er wel degelijk flink wat stroming in de kerkzang. Het evangelische lied kreeg vanaf het midden van de negentiger jaren meer en meer ingang in onze kerken. Inmiddels wordt in een aantal gemeenten naast het Liedboek voor de Kerken uit de Evangelische Liedbundel (2000) gezongen, terwijl anderen werken met een eigen bundel. En in de meeste kerken zullen de liederen van buiten het Liedboek wel geprojecteerd worden met een beamer. Deze ontwikkelingen gingen ook de PKN niet voorbij. Ook daar werd het Liedboek in toenemende mate als te smal en enigszins verouderd ervaren. Het gevolg was, dat ook daar plaatselijke kerken meer en meer naar aanvulling gingen zoeken, aanvankelijk in de lijn van het liedboek (Alles wordt Nieuw, Zingend Geloven), maar later ook breder (Zingende Gezegend, Evangelische Liedbundel, Opwekking, Taizé). Een wekelijks geprinte liturgie of projectie via de beamer is ook binnen de PKN bepaald geen uitzondering.

Een nieuw liedboek?
Hoe groot is, gelet op zo’n ontwikkeling, de behoefte aan een nieuw liedboek?
Die vraag rees niet alleen op onze Landelijke Vergadering, maar speelde ook ter synode van de PKN.
Toch besloten de in de ISK participerende kerken om de stap naar een nieuw liedboek te zetten, in de hoop met zo’n basisboek de breedte van de kerken beter te kunnen bedienen.
Want het nieuwe liedboek is bepaald niet alleen bedoeld voor gebruik in de zondagse kerkdiensten, maar voor de volle breedte van het gemeenteleven-met zijn vergaderingen en kringen. En verder moet het een liedboek worden voor thuis en op school.
Het nieuwe liedboek zal ook breder zijn in vergelijking met de uitgave van 1973, zowel in het liedrepertoire als ook, dat je in deze bundel naast liederen gebeden zult aantreffen. Recente Zwitserse, Duitse en Engelse liedbundels, die rond 2000 verschenen, zijn daarbij inspirerende voorbeelden.
Tegelijk betekent een nieuw liedboek niet het einde van recente ontwikkelingen, zoals het gebruik van de beamer. Gelet op het eigene van plaatselijke gemeenten (ligging en situatie) zou dat ook onwenselijk zijn. Het wordt een heuse uitdaging om als kerken te komen tot een goed gebruik van boek en beamer bij de gemeentezang - optimaal flexibel en tegelijk goed geregeld.

Haken en ogen
Dat laatste brengt me bij de haken en ogen, die aan zo’n nieuw liedboek vastzitten, zoals auteursrechten en financiële aspecten. De keuze van de liederen kan soms mee afhangen van de prijs, want aan liederen hangen verschillende prijskaartjes - zo werd gezegd tijdens officiële startbijeenkomst op 9 mei in Amersfoort. Dat was voor mij nieuw en het geeft wel aan dat dichters, componisten, drukkers en kerkgangers elkaar het leven flink lastig kunnen maken.
Nog ingewikkelder ligt het rond de projectie van liederen, zoals iedere gemeente die liederen projecteert kan weten. Het wekt bij mij des te meer het verlangen naar een situatie, waarin dit soort juridische en financiële zaken breed en voor alle partijen inzichtelijk zijn geregeld. Maar dat is dus niet eenvoudig. Verder probeert de ISK te werken aan de kwaliteit van de begeleiding van de gemeentezang.
Ook dat kan geen kwaad, alleen al omdat de gemeentezang steeds gevarieerder is geworden. Zodat naast de begeleiding met orgel of piano ook andere instrumenten en instrumentgroepen hun plaats krijgen in de kerkdiensten.
Op zulke punten hopen we elkaar als kerken van verschillende signatuur te kunnen dienen.

Open en constructief
Het agendapunt ‘Liedboek 2000' was niet een van de hoofdpunten van de Landelijke Vergadering van 2007, zo begon ik dit artikel. Maar het besluit tot deelname aan de ISK (inmiddels is dat een feit) heeft los van al het muzische, de boeiende kant van de breedoecumenische samenwerking. Bij kerkelijke samenwerking denk ik doorgaans aan de plaatselijke mogelijkheden en daarbij weer allereerst in de richting van de kleine oecumene en gemeenten van evangelische signatuur.
In dat licht is het opvallend, dat er plaatselijk ook meer contacten zijn gegroeid in oecumenische richting. Zo is er een forse toename van het aantal Nederlands Gereformeerde Kerken, dat is gaan participeren in een plaatselijke Raad van Kerken. Verder heb ik de indruk dat de herkenning en samenwerking op het terrein van diaconaat en evangelisatie ook in de breedte is gegroeid. Dat is de plaatselijke ontwikkeling en daarbij sluit een paar landelijke initiatieven aan. Ds. Ad van der Dussen is al een paar jaar betrokken bij de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden, een orgaan binnen de PKN en ervaart dat overleg als heilzaam. Hij schreef er in Opbouw over in het najaar van 2007. Verder heeft de SEV, als het gaat om financiële regelingen, zijn contacten met de PKN. Zo begreep ik onlangs. In die lijn zie ik ook onze participatie binnen de ISK als een mogelijkheid tot open en constructieve samenwerking, om zo de breedte van de Nederlandse kerken te dienen. En wie weet kunnen we daarin ook wel iets van een bruggetje zijn tussen de protestants-oecumenische kerken enerzijds en de kleine oecumene en de evangelische kerken aan de andere kant.

Drs. F. Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-Noord, lid van de redactie en Opbouw en afgevaardigde van onze kerken in de ISK.

De ISK werd in 1958 opgericht om de ontwikkeling en het gebruik van het kerklied te bevorderen. De Protestantse Kerk Nederland is de grootste deelnemende kerk binnen de ISK. De Nederlands Gereformeerde Kerken zijn de eerste denominatie, die zich sinds de oprichting van de ISK aansluit. De ISK heeft zich na de uitgave van het Liedboek (1973) niet alleen bezig gehouden met de muzikale aspecten (uitgave van begeleidingsbundels, organisatie van cursussen), maar ook met juridische zaken (b.v. auteursrechten). Verder verscheen onder de paraplu van de ISK een hele reeks van bundels met nieuw geschreven liederen (Zingend Geloven). In de negentiger jaren groeide het verlangen naar een nieuwe uitgave van het Liedboek. Het concrete voorstel van de ISK in die richting werd vorig jaar door de deelnemende kerken aanvaard, zodat sinds mei 2007 het werk aan een nieuw liedboek ter hand is genomen. Dat liedboek moet in 2012 beschikbaar zijn (zie verder http://www.kerklied.net).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief