Postille
1982-08-27
Ds. P. K. Keizer - "Postille". - Jaargang 26
- nummer 31
Uitgave van Copieerinrichting v.d. Berg, Broederweg 6, Kampen, 153 pag. -prijs f 15,-
Het hierboven aangegeven boekwerk bevat van alles wat naar het Woord vooraf van de schrijver: meditatites, bredere kerkbladartikelen, verkorte preken en een enkele onverkorte preek. Zonder dat we nu direct met kritiek willen beginnen, moet het ons wél van het hart, dat we het betreuren dat het karakter van de diverse bijdragen niet nader gespecificeerd is in de Inhoudsopgave. Overigens zijn we erg dankbaar. voor het feit, dat achter in het boek een zaakregister en een tekstregister is opgenomen. Wie al eerder met Ds. Keizer, emeritus predikant van de vrijgemaakt gereformeerde kerk te Groningen-Noord heeft kennisgemaakt via allerlei publicaties, weet dat hij een gedreven mens is. Hij heeft iets te zeggen en dat móet eruit! Daarbij bedient hij zich van een originele woordkeus en zinsbouw! Wat mijzelf betreft boeit deze collega mij steeds. weer zo vaak ik iets van hem lees of hem voor de radio hoor. Natuurlijk heeft dat ook een gevaarlijke kant! Als je wordt meegesleept door de spreek- en schrijftrant van een capabel man, kan het gebeuren, dat je kritiek verbleekt vanwege het fascinerende element in de inhoud en vormgeving van zijn verhaal. Maar bij een zo objectief mogelijke beschouwing van wat Keizer ons in dit boek voorschotelt, moet men wel tot de conclusie komen, dat hij zijn Bijbel kent en weet toe te passen op de tijd, waarin hij en wij leven. Hij past het Bijbels getuigenis niet aan de tijd, waarin wij een taak van God hebben ontvangen. Dáártegen verzet hij zich juist met alle kracht, 'die in hem is! Maar hij wil alle gebeurtenissen belichten vanuit het Woord van de Geest. En dat doet hij niet op een oppervlakkige manier om zo vlotte konklusies te trekken. Nee, hij heeft studie gemaakt van de nationale en internationale historie en doet met die kennis zijn winst bij de exegese van de Schriften. De auteur belijdt, dat het Verbond van Gods genade ons hele leven omsluit. Niets valt daarbuiten.
Maar dat betekent niet, dat de gelovige niet zijn worstelingen kent. Job en Jeremia - om twee O.T. voorbeelden te noemen - leggen daarvan een sprekend getuigenis af. "Dit alles is onbegrijpelijk voor wie meent, dat een christen altijd met een lachje door het leven gaat, met een gezicht van: wie doet me wat! Dat soort "geloofshelden" gelijkt meer op moderne filmhelden" (pag. 23). Jezus Christus wil ons verlossen van een lettergeleerdheid, die dood maakt.
"Maar de leer van Jezus maakt gezond en levend. Dat is een passend juk voor een mensenhart, zoals het een vreugde voor eens mens is goedzittende kleding te dragen. Dat is een "lichte last" (pag. 57). We ontvangen een uitvoerige uiteenzetting van de verzoekingen in de woestijn. De duivel met de Bijbel in de hand betekent: uitkijken geblazen! Heb zijn leugencampagne in de gaten! "Wij kunnen er niet tegenop. Wij liggen dikwijls onder. Maar onderliggen is het ergste nog niet. Het ergste is: geen weerstand bieden" (pag. 67). "Eigenlijk is de wereld in deze 40 dagen verlost. Daarom is Hij onze Verlosser" (pag. 60). Wat bevatten deze woorden een bevrijdende tendens en wat behelzen deze woorden tevens een indringende waarschuwing! Ds. Keizer heeft oog voor de betekenis van de tekenen der tijden en karakteriseert ze. als het tikken van een wekker, dat iemand "uit de slaap" houdt (pag. 87). Naar aanleiding van Rom. 7: 7: Is de Wet zonde? maakt hij twee machtige opmerkingen, nl.: "Bagatelliseer nooit uw zondige aard. - Relativeer nooit uw christen-zijn". Hiermee heeft de emeritus-pastor uit Groningen duidelijk een bepaald spanningsveld in het leven van het kind van God gemarkeerd!
Zo zouden we nog een tijdje door kunnen gaan, Maar we kunnen niet aan het citeren blijven. Er dient ook ruimte te zijn voor kritiek, indien nodig, in 'het kader van een boekbespreking.
En wat onze kritiek betreft moeten we kwijt, dat wij menen dat Ds. Keizer de uitleg van bepaalde Bijbelgedeelten wel eens teveel vult met vergelijkingsmateriaal, dat hij aan de geschiedenis ontleent (zie pag. 14 e.v.), Ook vind ik, dat hij in zijn kritiek op het zingen van gezangen eigenlijk te ver gaat. Al heb ik begrip voor de accentuering van de primaire positie en betekenis van de psalmen als liederen van het Verbond, de typering van de gezangen als "lichte kost, maar ook armer voedsel" (pag. 74) neem ik zo zonder meer niet graag over. Het ligt er maar aan wèlke liederen je zingt! Er zijn ettelijke Bijbelse hymnen, die ik voor geen geld van de wereld zou willen missen. Ze betekenen voor mij persoonlijk een fijnzinnige vertolking en gewenste bevestiging van mijn geloof! De opvatting van Keizer aangaande de toekomst van Israël in het voetspoor van G. Doekes en S. Greijdanus beschouw ik als een mogelijkheid waarover het laatste woord in de wereld van kerk en theologie nog niet gesproken is (zie hierover nader: Dr. J. v. Bruggen - "Het lezen van de Bijbel" - Uitgave Kok, Kampen - pag. 118 e.v.). Tot slot: Het woord: "vooruitwerkselen" - pag. 21) kan ik in mijn woordenboek niet vinden.
Overigens doet bovenstaande kritiek niéts af van onze diepe waardering voor dit boek! Graag bevelen wij het daarom hartelijk aan!