Durf jij dorst te hebben?
2011-10-14
Iedere dag haalt Mame water voor haar familie in Senegal. Ze heeft geluk. Ze woont dicht bij een waterput. De gemiddelde afstand naar een waterput in Afrika is namelijk zes kilometer. Veel vrouwen en kinderen besteden dus uren per dag om water te halen. Uren die ze niet kunnen besteden aan school, opvoeding of het bewerken van hun land. Maar, wat kan ik daar aan doen? - Jaargang 55
- nummer 20
Wat kan ik doen? Het heeft geen zin om water uit mijn kraan naar Mame te sturen. Ik weet niet eens waar Mame woont. Je kunt de vraag ook zo stellen: ‘Tja, wat kan ik doen?’ Zo wordt het struisvogelpolitiek, een makkelijke ontsnapping zijn om helemaal niets te doen. Kan één mens verschil maken? Ja, natuurlijk. Jij kunt een ander mens redden. Dat maakt in de wereld weinig, maar voor die ene mens een wereld van verschil.
Verschil maken
En soms maakt één mens wel het verschil.
Rosa Parks was secretaresse. In 1955 reed ze met de bus naar huis. In Amerika waren blank en zwart gescheiden.
Zij zat op een stoel voor kleurlingen. Toen een blanke passagier instapte en haar stoel opeiste weigerde ze. Ze werd gearresteerd en gevangen genomen. Wat zij toen deed werd de start van de burgerrechtenbeweging met Martin Luther King aan het hoofd. Of denk aan het verhaal van de Hutu Paul Rusesabagina, eens manager van hotel ‘Mille Collines’ in Kigali. Terwijl er om hem heen 1 miljoen mensen werden vermoord redde hij het leven van 1200 Tutsi’s.
Was hij een held? Hij redde ze door te vleien, om te kopen en chantage.
Maar hij redde ze wel, terwijl de rest van de wereld toekeek, of zapte naar de Lion King.
Wat kan één mens doen? De bijbel vertelt juist het verhaal van die éne mens die het verschil maakte. Jezus maakt het verschil tussen blind en weer kunnen zien, tussen verlamd en weer kunnen lopen, tussen veroordeeld en vrij, tussen dood en leven.
En dat niet voor één mens, maar voor de hele wereld. Volgelingen van Jezus kunnen deze vraag eigenlijk niet stellen.
Wij zijn mensen met hoop.
Red de wereld niet
Laten we daarom beginnen met een andere vraag: ‘Wat moet een mens doen?’ Ik wil die vraag beantwoorden aan de hand van wat Jezus zegt: ‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’
Het woord gerechtigheid komt weinig voor in de evangeliën. Bijna alleen in Matteüs en dan in de Bergrede. In hoofdstuk 6:1 staat: ‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’ Gerechtigheid is dus iets wat je kunt doen of beoefenen en wat God van ons vraagt. Jezus legt in het vervolg uit, wat gerechtigheid doen is: geven, bidden en vasten.
De rest van de Bijbel bevestigt dit beeld. In Jeremia 22:3 staat: ‘Dit zegt de HEER: Doe recht en gerechtigheid, red wie beroofd werd uit de handen van zijn onderdrukker, buit vreemdelingen, weduwen en wezen niet uit, pleeg geen geweld tegen hen, vergiet in deze stad geen onschuldig bloed.’ En Ezechiël 18:5-8 ‘Stel, iemand is rechtvaardig. Hij doet recht en gerechtigheid.
Wat doet zo iemand? Hij buit niemand uit, geeft de schuldenaar zijn onderpand terug en besteelt niemand. Hij deelt zijn brood met al wie honger heeft, wie naakt is geeft hij kleren; hij vraagt geen rente wanneer hij geld uitleent of toeslag wanneer hij het terugkrijgt; hij begaat geen onrecht en geeft een eerlijk oordeel bij onderlinge geschillen.’ Wat moet een mens dus doen? De wereld redden? Nee, niets anders dan recht doen, trouw liefhebben en nederig wandelen met de Heer zijn God.
Dat doet God wel
Wie zo doet, krijgt wel dorst naar totale gerechtigheid. Niet 1200 maar een miljoen Tutsi’s gered. Geen drinkwater voor Mame, maar voor alle kinderen in Senegal. Onze kelen zullen droog worden omdat we moeten slikken vanwege al het onrecht.
En wanneer wij proberen zelf die dorst te lessen, komen we bedrogen uit. Dan raken we teleurgesteld, gaan zappen, of ons bedrinken. Wij kunnen onze dorst naar gerechtigheid niet zelf lessen. ‘Dit zegt de HEER: Handel rechtvaardig, handhaaf het recht; de redding die ik breng is nabij, en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.’ God brengt het Koninkrijk, wij niet. Wij verzadigen niet ons zelf, wij worden verzadigd.
Durven we dorst te hebben?
Nog een keer die woorden van Jezus: ‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Even heel simpel grammatica: hongeren en dorsten is iets aanhoudends. Je bent hongerig. Je hebt dorst.
Wanneer wij dorst hebben, pakken we een glas frisdrank, of we draaien de kraan open. We gebruiken drinkwater om te drinken, onze tanden te poetsen, om wasmachine mee te vullen.
We gebruiken drinkwater om de auto mee te wassen, het toilet mee door te spoelen. In Nederland gebruiken we thuis gemiddeld 134 liter water per persoon per dag. Het gaat me er niet om of wij water verspillen.
Het gaat me hierom: kun je zeggen dat wij weten wat het is om dorst te hebben?
Volgens mij denkt Jezus bij dorst hebben aan vrouwen, die elke dag kilometers naar een bron moeten lopen. Zij hebben dorst. En aan kinderen in Kibera, een sloppenwijk in Kenya met 700.000 inwoners. Schoon water kost daar drie keer zoveel als bij in Nederland. Zij hebben dorst.
Dorst die ook niet gelest wordt met levend, gezond water. Het is niet leuk om dorst te hebben.
Nog een keer grammatica: hongeren en dorsten is tegenwoordige tijd. Zij zullen verzadigd worden, is toekomende tijd. Het is niet leuk om dorst te hebben, zeker niet als die dorst nog niet gestild wordt. Elk jaar sterven vijf miljoen mensen, vooral kinderen vanwege ziekten die via water worden overgedragen, zoals cholera, tyfus en diarree. Diep in ons hart weten we, dat dorst pijn doet. Stellen we daarom retorische vragen? Durven we wel te hongeren en dorsten naar gerechtigheid? Durven we de pijn onder ogen te zien, dat het Koninkrijk er nog niet is? Alleen wanneer we onszelf toestaan om echt dorst te hebben, zal de Heer onze dorst vervullen.
Wat kan één mens doen
Wat kan één mens doen? Begin hier: durf de pijn van het ‘nog niet’ onder ogen te zien. Een Zuid-Amerikaans gebed luidt als volgt: ‘Heer, geef voedsel aan hen die honger. hebben en honger naar gerechtigheid aan hen die voedsel hebben!’ Dat is bidden met het risico, dat het pijn bij gaat doen. Bid: laat uw koninkrijk komen. En weet: totdat dat Koninkrijk is gekomen, blijf ik dorstig.
Huilen we met niet veel te weinig over het onrecht in deze wereld?
Jezus ontweek het verdriet niet. Hij ging er door heen. Jezus ontweek de dorst en de honger niet. Het eerste wat we van zijn lichaam weten is dit: hij had honger en dorst. Hij ging er doorheen zodat hij ons, maar niet alleen ons, maar ook Mame uit Senegal eens zal kunnen verzadigen.
Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Maassluis en missionair consulent van de NGK. Dit artikel is een verkorte versie van een preek.