Cijfers en feiten
2008-06-06
Voor de vijfde keer (de eerste keer was in 1993) heeft het Steunpunt Kerkelijke Beheerszaken van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt een rapport geproduceerd over de inkomsten en de uitgaven van die kerken, met als titel Cijfers en feiten 2008. Dat klinkt niet bijster inspirerend. Toch lukt het Jan Westert, in De Reformatie van 17 mei, om er een zeer leesbaar verhaal uit af te leiden. Een verhaal ook dat niet alleen in Vrijgemaakte kring aandacht verdient. Veel van wat hij schrijft is maar al te herkenbaar.- Jaargang 52
- nummer 12
De opstellers signaleren een stijgend aandeel belijdende leden. Het aandeel belijdende leden is circa 2/3 en doopleden 1/3. Dat is een gevolg van de vergrijzing en de toename van kleinere gezinnen. Kerken vergrijzen dus en op langere termijn moeten we ook om deze reden uitgaan van een dalend ledental. Ik beveel aan om in de volgende uitgave de statistieken uit te breiden met gegevens over de leeftijdsopbouw van de kerken. Het is de moeite waard om een scenario te schetsen van de gevolgen van kerkelijke vergrijzing.
De gepresenteerde cijfers en feiten over werfkracht en vergrijzing zijn een spiegel voor de kerken om diepgaand over na te denken. Ik kom er in het vervolg nog op terug. De kenmerkende lijn is dat we gericht zijn op beheer en in stand houden en niet op werven (evangelisatie en diaconaat) of het vernieuwen van beleid. () De opstellers van het rapport hebben verheugd geconstateerd, dat de VVBinkomsten relatief meer stijgen dan de gemiddelde inkomsten van huishoudens plus de stijging van het aantal belijdende leden. De bereidheid om te geven in de kerken is inderdaad verheugend, maar vraagt ook om nader onderzoek naar de grenzen. Ik vermoed dat deze stijging er is vanwege de stijgende leeftijd binnen de kerken waardoor de kosten van het huishouden minder zwaar drukken. Deze veronderstelling benadrukt nogmaals het belang van onderzoek naar de gevolgen van de kerkelijke vergrijzing. () Waar geven we in de kerken het geld aan uit? () Een opsomming van de uitgaven: predikant (45%), gebouwen (12%), quota (11%), koster (9%), rente en aflossing (8%), bestemmingsreserve (7%), overig (8%).
De predikant is verreweg de grootste kostenpost. Dat is geen verrassing. Maar intussen is die predikant wel gemiddeld drie tot vier jaar ouder dan nog maar een paar jaar geleden; toen ruim 45, nu bijna 49 jaar. Westert:
Hoe bezielend is een kerk zonder voldoende aanwas van een nieuwe generatie jonge voorgangers? Zij immers maken deel uit van de generatie die de kerk van morgen vorm geeft. Zij zijn onderdeel van de leefwereld van hun eigen generatie. () De leeftijd loopt op, het aantal daalt. Is dat een bezielend signaal? () In het bijzonder vraag ik aandacht voor de uitgaven voor ‘zending, diaconie en evangelisatie’. Ze zijn sinds 1993 niet veranderd. Het aandeel evangelisatie is zelfs afgenomen. Bij de diaconale uitgaven geldt, dat er een aantal onwrikbare vaste patronen zijn waar te nemen. Er is een groot aandeel vaste afdrachten ten behoeve van aan de kerken gerelateerde organisaties.
Als ik de cijfers en feiten beoordeel tegen de achtergrond van thema’s als werfkracht en vergrijzing zijn ze een spiegel voor gereformeerden. Wat betekent leven in een geseculariseerd land echt voor ons? In welke mate hechten we aan de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus voor onze omgeving? Kennelijk zijn we zo druk met het gaande houden van ons eigen kerkelijk proces en het voeren van interne debatten, dat we een aantal wezenlijke vragen voor onze kerken buiten beschouwing laten. In “Cijfers en feiten” staat het voorbeeld van een kerk uit 1949. De uitgaven voor zending lagen daar gemiddeld op een hoger niveau dan nu.
De boodschap is: het patroon ligt vast.
Er doen zich geen opzienbarende veranderingen voor, terwijl er reden genoeg is om in een geseculariseerd land opnieuw positie te bepalen hoe en waartoe we kerk zijn. Cijfers en feiten zijn rationalisaties van kerkelijk beleid en leven. Gelukkig zeggen ze niet alles, maar reflecteren op deze gegevens is belangrijk. Laten we eens diepgaand nadenken over onze kerkelijke agenda en datgene wat daarin van een christen gevraagd wordt.
Financiële cijfers en feiten brengen geen bezieling voor het hart. Ze kunnen wel dienen als spiegel voor ons kerkelijk leven. Ze schetsen het beeld van consoliderende kerken. Er is een hartelijke motivatie om veel aan de kerk te geven. Vijftig miljoen euro per jaar is erg veel geld. Gelijktijdig bezorgen de cijfers mij het beeld, dat we bezig zijn met - en we hebben er de handen vol aan - consolideren van het bestaande. We zijn vooral met onszelf bezig. We houden de boel gaande. Is dit wat nodig is om kerk en christen te zijn in een geseculariseerd land? Is het terecht dat ik een spanning bespeur tussen ons kerkelijk beleid dat neerslaat in cijfers en feiten, en ons hart dat vraagt om bezieling en vernieuwing?
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.