Weigerambtenaar

2011-10-14
  • Jaargang 55
  • nummer 20
Alom aanwezig in de kerkbladen: de zogenaamde ‘weigerambtenaar’, de man of vrouw die weigert een huwelijk te voltrekken tussen mensen van gelijk geslacht. Onlangs kwam ik in drie verschillende kerkelijke bladen een artikel daarover tegen. Er blijkt onderling wel wat verschil in visie te zijn.
In het Christelijk Weekblad van 9 september komt de jurist Jurg van der Vlies aan het woord. Hij maakt zich zorgen over het feit dat waar vroeger het beroep op het geweten door de overheid gerespecteerd werd, dat nu niet meer het geval lijkt te zijn:

Onze gewetensvrijheid wordt uitgehold en degenereert. Het geweten wordt niet meer erkend als een zaak van onze diepste identiteit. Een gebied waarin we de stem van God kunnen horen en waaruit wij onze richtlijnen putten voor ons morele handelen. We leven in een tijd waarin het als onprofessioneel wordt ervaren als we een persoonlijke overtuiging hebben die wij laten meewegen en meeklinken in ons dagelijks bestaan. () Ik vrees dat het geweten straks een gebied is waar we nog slechts de stem van onze overheid ontmoeten die uitmaakt wat goed en wat kwaad is. We mogen vinden wat we willen achter onze eigen voordeur, maar de overheid bepaalt meer en meer ons handelen daarbuiten. () En zo zijn we feitelijk weer terug in vroeger eeuwen waar je ambt je werd ontnomen en je soms de stad of het land werd uitgejaagd als je er andere principes op na hield dan die van de meerderheid of van degenen die op dat moment de macht hadden.

Het is duidelijk: deze man (z’n artikel had trouwens eerder ook al in het Reformatorisch Dagblad gestaan) maakt zich grote zorgen.
Daartegenover klinken in twee bladen uit Vrijgemaakte kring veel laconiekere geluiden; sommigen zullen zeggen: veel té laconiek.
In de Gereformeerde Kerkbode van 16 september schrijft ds. W.L. de Graaff:

Het is jammer dat het woord weigerambtenaar is ontstaan. Want in dat woord schemert de verharde tegenstelling door tussen voor- en tegenstanders van het homohuwelijk. Toch is voorzichtigheid geboden om als christen je vierkant op te stellen achter de weigerambtenaren.
Ook als is dat heel verleidelijk.
Het is ook wel wat te gemakkelijk de weigerambtenaren te zien als de nieuwe martelaren van de christelijke kerk die we als christenen op handen moeten dragen. Want dan zouden we niets anders doen dan wat ook het COC () doet, die ook het liefst de homoseksuele medemens op het schild van het martelaarschap hijst.

De Graaff kan zich goed voorstellen dat er trouwambtenaren zijn die moeite hebben het sluiten van een homohuwelijk. Maar:

Toch zijn er maar twee opties mogelijk.
Allereerst kun je besluiten je werk als trouwambtenaar helemaal op te geven.
Daar zou veel begrip voor op te brengen zijn wanneer je geweten als trouwambtenaar teveel bezwaard zou raken.
() De tweede optie is een betere. Sluit alle huwelijken, ook die tussen twee mannen of vrouwen. Want huwelijken moeten gesloten worden, ook die van christelijke echtparen die hun huwelijk in de kerk willen laten bevestigen. En bovendien, als trouwambtenaar hoef je niet in ethisch en principieel opzicht een oordeel te vellen over een huwelijksaanvraag.
Het gaat erom dat de wet van de Nederlandse staat wordt nageleefd.
In De Reformatie van 9 september komt prof. Ad de Bruijne aan het woord:

Het debat dat christenen op dit punt onderling te voeren hebben, wordt mijns inziens vertroebeld door hun politieke strijd naar buiten toe. Die vormt een verlate stuiptrekking van het jarenlange gevecht van christelijke politici tegen de invoering van het homohuwelijk.
Toen dat gevecht verloren werd, betrok men als laatste schans de wacht bij het recht van ambtenaren om op dit punt gewetensbezwaard te zijn. Op zichzelf is het een prima politiek doel om ruimte voor gewetensbezwaren te verdedigen.
Wel lijkt het me onverstandig om daarbij zo te focussen op de ‘weigerambtenaar’.
Het wordt toch wat verdacht wanneer christenen in de huidige maatschappij alleen rond het thema homohuwelijk gewetensproblemen voelen opkomen. Maar vooral: dit politieke doel is relatief. De echte kwestie is hoe wij zelf als christenen ons moeten opstellen in een niet meer christelijke samenleving. Mijns inziens is het vaak niet nodig om gewetensbezwaard te zijn, ook niet als je de wet vertegenwoordigt bij een huwelijk dat anderen aangaan. Wie deelneemt aan een niet-christelijke samenleving, werkt regelmatig indirect mee aan wat in het licht van het evangelie niet goed is. Zolang je zelf een consequente en heldere christelijke levensstijl vertoont, kan dat. Soms zou onze medewerking echter zo rechtstreeks worden dat we het evangelie ongeloofwaardig maken. Dan moeten we onszelf niet verschansen in gewetensbezwaren, maar net als de vroege kerk bepaalde verantwoordelijkheden of zelfs beroepen gewoon mijden.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief