Christelijke Theologie na Auschwitz (3)

1982-09-03
  • Jaargang 26
  • nummer 32
Afvallig christendom
Zo nog eens overdenkend wat ik tot dusver over ons onderwerp geschreven heb, stel ik mezelf de vraag: ben je nu toch niet bezig heel dat afschuwelijke verschijnsel van het Europese antisemitisme van je af te schuiven? Toch niet, zo is mijn antwoord. Ik kan het boek van dr Jansen niet lezen zonder diepe schaamte over deze schandvlek die op ons werelddeel rust. En toch wil ik blijven trachten te nuanceren.
Schuld moet niet als een emmer zwarte verf over de hoofden van de menigte worden uitgeslingerd. En helemaal onverdraaglijk is het wanneer de minst schuldigen het meest worden belast. Vandaar mijn verdediging van het calvinisme. En dan toch eenmaal bezig zijnde met het nuanceren zou ik wel de stelling aandurven dat antisemitisme in Europa typisch iets is voor een afvallig christendom; voor een christendom dat de levende band met de Here Jezus Christus kwijt is en het diepe conflict met het Jodendom niet langer geestelijk beleeft; voor een christendom dat het verschil met de Joden sociaal, economisch en zelfs racistisch duidt en zich daarvoor meent op de Bijbel te' kunnen beroepen; voor een christendom dat de bijbelkennis onder de mensen (bij voorbeeld ten aanzien van de Farizeeërs) misbruikt om een platte anti-joodse stemming aan te kweken, maar aan -het eigenlijke geschil met het joodse geloof zelfs bij benadering niet toekomt. Wanneer ik zo het afvallige christendom aanwijs als de hoofdschuldige van het Europese antisemitisme, voeg ik daar direct aan toe dat voor die afval niemand immuun is en dat dus uitglijdingen in antisemitische richting ons allen bedreigen (zoals we bij Luther hebben gezien). Toch maakt het een groot verschil of je bij jezelf tegen die geloofsafval strijdt dan wel of je je daarin oefent. Waar christenen ophouden hun geestelijk leven vanuit Christus te voeden en naar Christus' geboden in te richten, daar met name ontstaat een sfeer waarin de gifplant van het antisemitisme grote kansen krijgt. Juist zoals men in protestantse kringen die aan. hun oorsprongsniveau ontzonken zijn een plat en ongeestelijk antipapisme kan aantreffen. Ook daar vind je het schaamteloze misbruik van het religieuze conflict voor de hetze tegen de Katholieken.

De dode kat
Er zijn meer soorten van antisemitisme, maar in Europa heeft het inderdaad te maken met de evangelieprediking. Niet in die zin dat deze prediking er de wortel van is. Dat is een beschuldiging die dr Jansen ten onrechte lanceert en waar hij zelfs het Nieuwe Testament in betrekt (pg. 157/8,418/9). Tussen de (inderdaad óók antijudaistische) prediking van het Nieuwe Testament en het Europese antisemitisme ligt wel 'n verband maar het is niet oorzakelijk. Het is te vergelijken met het verband tussen zonnewarmte en een kattenkadaver. Is de kat levend dan doet de zon haar aan alle kanten goed. Maar is het beest dood, dan bespoedigt de zonnewarmte 't verrottingsproces. Je kunt niet zeggen dat de zon de dood van de kat veroorzaakt; die dood komt ergens anders vandaan. Echter, als de dood eenmaal is ingetreden, dan misbruikt hij de zonnewarmte. Zo misbruikt een van zijn wortels afgesneden christendom het evangelie voor anti-joodse hetzes en tenslotte zelfs voor Jodenvervolging. Kan het Evangelie dat helpen? Nee, net zo min als de zon in het voorbeeld.
We moeten de oorzaak zoeken waar die ligt: bij de geestelijke afstand die onze cultuur van het evangelie genomen heeft. Daarom is een dood christendom voor het Jodendom het gevaarlijkst. Dat is wat de tweede wereldoorlog ons heeft laten men.

Solidariteit?
Maar is het wel geoorloofd om de schuldbrief aan zo een bepaald adres te sturen? Is dat niet in strijd met de solidariteitsgedachte? Dr. Jansen schrijft op pg. 428/9: ,,'Toen alle slachtoffers Joden waren, waren alle moordenaars christenen' (Elie Wiesel), in het beste geval indifferente toeschouwers. Christenen spreken meestal over de 'Endlösung' als over iets dat door een bijzonder goed georganiseerde, bijzonder gewetenloze en bijzonder kleine groep van mensen is gerealiseerd en dan voegen zij onmiddellijk eraan toe dat de nazi's natuurlijk geen christenen waren, dat de kerken ook vervolgd werden, dat het volk blind was en in verwarring werd gebracht. .. maar zij ontwijken de belangrijkste vraag: Was Hitler alléén schuldig?" En op pg. 446 schrijft hij: " ... dat de misdaden niet begaan zijn .door heidenen maar door gedoopte christenen" en van F. W. Marquardt citeert hij op pg.
447 met instemming de uitspraak dat "Auschwitz ons vandaag raakt als niet meer en niet minder dan een gericht over ons christendom; een gericht over de manier waarop wij christenen waren en zijn; sterker - vanuit de optiek van de slachtoffers van Auschwitz - Auschwitz raakt ons als gericht over ons christendom zelf. En Auschwitz raakt ons als oproep tot omkeer. Niet alleen ons gedrag moet anders, ons geloof zelf moet veranderen. Die omkeer raakt het wezen van het christendom. zoals we dat tot nu toe begrepen hebben". Het is duidelijk dat de solidariteitsgedachte hier ten uiterste is doorgevoerd. Maar waarom worden dan in ditzelfde boek kritiekloos de stellingen aangehaald van een zekere Jules Isaac, waarin deze onder meer beweert (pg. 479): "Jezus nu heeft volgens de evangeliën tevoren duidelijk aangegeven wie voor zijn lijden verantwoordelijk waren: de hogepriesters, de' notabelen en leraren, een slag mensen waarvan het joodse volk net zo min het monopolie heeft als welk ander volk ook"? Als een Jood zich zo gemakkelijk van zijn historische medeverantwoordelijkheid voor de dood van Jezus kan ontdoen, zou het dan een christen verboden zijn om achter de doop van Hitler en zijn trawanten, niet in feitelijke maar in geestelijke zin, een vraagteken te zetten? Ik meen toch rustig te kunnen stellen dat het Sanhedrin van destijds in geestelijke zin meer joods was dan dat Hitler en de zijnen christelijk waren. Het is tekenend voor de geringe mate . van objectiviteit bij de schrijver dat hij op dit aangelegen punt zo onkritisch.
met twee maten meet of laat meten. Maar hoe dat nu verder ook zij, ik geloof dat er christenen en zelfs christelijke gemeenten zijn die zonder zelfverheffing en mèt een goed geweten kunnen zeggen dat zij aan antisemitisme of Jodenvervolging part noch deel hebben (gehad), precies zoals er in het begin van onze jaartelling Joden zijn geweest die aan de dood van Jezus onschuldig waren. Deze besten mogen we niet wegverven of met het solidariteitssop overgieten. Daarvoor hebben we hen te hard nodig. We ontkomen er gewoon niet aan om hier, zoals op elk ander gebied, te onderscheiden tussen echte christenen en schijnchristenen, zoals ik dan ook gedaan heb. Dr Jansen doet het m.i. te weinig.

Schuldig aan Jezus' dood
Maar nu schampten we zoeven in het voorbijgaan aan het uiterst gevoelige punt van de schuld der J0den aan de dood van Jezus. Hoe is het daarmee eigenlijk gesteld? Het is begrijpelijk dat er ook onder de christenen velen zijn die na alles wat er in de historie met die beschuldiging is uitgehaald daarover niet meer willen horen. Toch, willen we elkaar als Joden en christenen serieus blijven nemen, dan moeten we het erover hebben. In alle objectiviteit dan moet vastgesteld worden dat het Jodendom van toen en daar in zijn officiële vertegenwoordigers als hoofdschuldige aan Jezus' dood is aan te wijzen. Ik weet wel dat ook Pilatus en in hem de Romeinse overheid een deel van die schuld draagt, maar het is zoals Jezus tot Pilatus zegt: hij die Mij aan u heeft overgeleverd heeft groter zonde (Joh. 19: 11). Dat Pilatus een geringer aandeel in de schuld heeft dan de joodse leiding komt niet doordat hij een niet-Jood was, maar omdat hij verder van de goddelijke openbaring in Christus afstond. Omgekeerd moeten wij het schuldig zijn van de Joden niet uit hun Jood-zijn verklaren, maar uit het feit dat zij als volk onder de goddelijke openbaring in hoge mate verantwoordelijk zijn te stellen. Als Jezus' dood binnen de Nederlandse samenleving van onze dagen zou plaatsvinden - en eigenlijk kan ikmij het proces tegen Hem op onze Dam of zo ijzig duidelijk voorstellen - dan zou om dezelfde reden het Nederlandse volk daarvoor in hoge mate verantwoordelijk moeten worden gesteld. En dat zou dan niets met ons Nederlanderschap te maken hebben, maar hiermee dat het licht van Gods openbaring onder ons zo klaar geschenen heeft.

Serieus nemen
Ik zou willen dat het Jodendom, inzoverre het zich rekenschap van dit verleden geeft en daar geen afstand van doet door schuldbelijdenis, voor deze verantwoordelijkheid manmoedig stond. Ik zou hen dan bestrijden maar niet verachten, laat staan vervolgen. Waarom niet? In de eerste plaats omdat ik hun rechter niet ben en vervolgens omdat ik er zonder meer vanuit ga dat zij in hun zware vonnis over Jezus oprecht en te goeder trouw zijn geweest. De beschuldiging luidde immers 'godslastering', omdat Jezus zichzelf als de Zoon van God beleed? Wel, wie om deze reden en op deze beschuldiging een evenmens ter dood brengt of laat brengen, moet door een brandende ijver voor de eer van God bezield zijn. Dat verdient respect.
Laat ik het zo stellen: Als ik er helemaal niets van geloofde dat Jezus Christus de Zoon van God is, dan zou ik, toen levende, het J0dendom zijn bijgevallen in zijn doodvonnis over Jezus en dan zou ik, nu levende, zijn (ter dood?) veroordeling verdedigen. Immers, wie in een geplaagde tijd, vergelijkbaar met de onze, als niets meer dan mens, zegt: "Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Matth. 11 : 28-30), - die is een aartsbedrieger en verdient inderdaad niet te leven. Wie zonder de Zoon van God te zijn zegt: "Wie van u overtuigt mij van zonden?" (Joh. 8 : 46), is een onuitstaanbare kwal (al zou ik hem geloof ik laten lopen). Wie op enkel menselijke titel zegt: "Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt ... om mijnentwil... " (Matth. 5: 11), is die niet waard zèlf gesmaad en vervolgd te worden? Wij vergeten wel eens (en met name de moderne theologie vergeet het stelselmatig!) dat als we het God-zijn van Jezus 'aftrekken' er niet zomaar 'een best aardige man' overblijft, maar een misdadiger en een volksverleider en - inderdaad - een godslasteraar. En als wij tegenwoordig zulke mensen ongemoeid' laten dan is dat niet aan onze tolerantie toe te schrijven - immers, wanneer ook maar het kleinste eigenbelang op het spel staat, blijkt van die verdraagzaamheid maar erg weinigmaar dan komt dat voor rekening van onze onverschilligheid en gemakzucht. Daarom, als we Jezus' terdoodveroordeling naar de maatstaven van die tijd beschouwen,nee, dan zeg ik niet dat we er begrip voor krijgen; dat kan geen sterveling van ons verlangen. Maar wel leidt dat ertoe, dat we het vonnis en het proces waarlangs het tot dit vonnis gekomen is volstrekt serieus nemen en zeggen: jullie zóuden gelijk hebben - áls niet Jezus de Christus, de Zoon van de Levende God was. Maar komen we zo langs een sympathiek omweggetje toch weer niet terecht bij de oude beschuldiging van 'Godsmoord' , die in de geschiedenis zulke heftige emoties en bloedige reacties heeft losgemaakt? We moeten het daar een volgende keer over hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief