Klassiek gereformeerd

1982-09-03
  • Jaargang 26
  • nummer 32
Iemand schreef me: "Zondag hoorde ik bij de kerk nog al wat boze 'uitlatingen over een artikel van ds H. Amelink. Deze had nog al wat afgegeven op de melodieën, die op de landdag van de E.O. gezongen zijn. Volgens ds A. moet ook een melodie "gereformeerd klinken". En war daar verder volgt.

Het gaat blijkbaar om zijn Pastorale Notities van 25 juni. Dat artikel heb ik met aandacht gelezen en, na deze brief, herlezen. Ik vindals ik ook eens iets mag vinden - met de uitspraak van ds Amelink over het gebruik van onbenullige wijsjes voor onze prachtige psalmen de spijker op de kop geslagen. Ik zou dat zelf hebben kunnen schrijven. Sterker – ik heb zoiets in het verleden geschreven.

Toch wil ik graag nog even doorgaan. Want al ben ik het dikwijls van A tot Y met ds Amelink eens - in dit zijn artikel zie ik kans op een uiteengaan van gedachten; en zo'n kans moet ik toch even aangrijpen. Versta mij goed alstublieft. Ik zoek geen verdeeldheid …ik zoek een meervoudige belichting van een onderwerp, teneinde dat onderwerp scherper te doen zien. En is dat niet een van de aardigste dingen van ons weekblad: dat redacteuren en medewerkers het in onderdelen niet met elkander eens hoeven te zijn? Als ze het in de hoofdzaken maar eens zijn. Zo iets noemde Schilder meen ik de pluriformiteit in de kerk. Ten overvloede wordt dit artikel niet geplaatst zonder voorkennis van ds Amelink.

Eerst die melodieën, waarover ik het met ds A goed eens ben. Als wij over kerkzang spreken - en psalmzang is kerkzang, voor negen en negentig komma negen repetent procent - dan moeten we wel bedenken, dat wij Gods heilige woorden in de mond nemen. Dat wij die uitspreken voor zijn aangezicht. En dat wij - zoals in het oude verbond al voorgeschreven daarin heilig zullen zijn, omdat God de Heere Zelf heilig is. Daarom mogen we Calvijn en zijn medewerkers eindeloos dankbaar blijven, dat zij 420 jaar geleden de kerken - die voorheen nooit gezongen hadden! - Een zingbaar psalmboek hebben geschonken. Een psalter, voorzien van 124 melodieën, welke op twee na speciaal voor deze psalmen zijn gecomponeerd - en wel volgens aanwijzingen van Calvijn zelf. De. legende van O. Douen uit 1878: dat de psalmwijzen uit populare liedjes zouden zijn opgevouwd, is herhaaldelijk, en definitief door Pierre Pidoux in 1962, weerlegd.

Calvijn verzocht zijn componisten namelijk om “poids et majesté" te betrachten bij het schrijven van psalmwijzen. Poids et majesté moet betekenen: verhevenheid en waardigheid. Hij sprak hierbij over het feit, dat een gezongen waarheid nog beter in ons hart doordringt dan een gesproken waarheid.

Zelfs de techniek van het componeren is vooraf min of meer overeengekomen. Slechts twee notenwaarden zijn gebruikt - dat gaf een minimum aan ritmiek. De omvang van een octaaf werd niet gepasseerd ~ dat gaf een minimum en maximum aan expansie. De gregoriaanse melismen (waarbij de melodie haar eigen gang ging en de lettergrepen op vele noten uitgesmeerd werden) zijn op een uitzondering in psalmen 6 en 138 na vermeden: het woord had voorrang op de wijs. De zeven tonen van een modus werden gebruikt - dat leverde een stabiele toonladder, waarop de psalm zich bewegelijk kon waarmaken. Zowel de oude kerktonalie modi als de (toen) moderne majeur- en mineurladders werden door elkaar gebruikt: dat stempelde een jaartal op die wijzen; een jaartal uit het midden van de zestiende eeuw, waarin het kerkelijk gregoriaans - hoewel basis voor alle kerkzang - zijn dwingende greep op het muziekleven bleek te verliezen.

Het bestaan van die 124 psalmmelodieën van het Geneefse psalter is een wonder op zichzelf; is een van de zeer weinige sterk artistieke vruchten van de Reformatie. Overal ter wereld worden deze psalmwijzen gezongen door mensen, voor wie de psalmen waarde -hebben als liederen van Gods verbond. Het herstel van die kunstschatten, sedert 1938, is niet minder dan een gave Gods, waarvoor we diep dankbaar mogen zijn. 'Het betekent immers niet minder dan de voortzetting van christelijke zang, die in het moderne muziekidioom zich volledig inpast en aan alle eisen, zowel van muziek als religie, voldoet. Terwijl die zang tegelijk gans anders en eigensoortig en herkenbaar is gebleven tegenover alle modieuze decadentie in de muziekwereld.

De kerken welke de psalmmelodieën hebben losgelaten voor onbenullige wijzen hebben daar zelf de last van. Ik denk met name aan de Engelse en aan de Zuid-Afrikaanse kerken. Hier in Schotland worden maar enkele Geneefse wijzen gezongen - eerst verminkt en aangepast en brutaal versneden naar confectiemaat. Ginds in Zuid-Afrika is de mooie psalmberijming van prof.
dr. J.tR du Toit 'Schandelijk aangetast door de vele Engelse nuwe wijsies, waarover Totius getreurd heeft. (Hij heeft mij hier persoonlijk over geschreven en wilde het er niet bij laten zitten.)
Wanneer dus de E.O. op een landdag meent de psalmen 23 en 146 op populaire schlagers te mogen laten zingen, dan toont hij daarmee nog altijd de scholing en de smaak te missen, die hem van den beginne aan heeft ontbroken. Niettemin blijf ik de E.O. begunstigen: vele buitenkerkelijke' vrienden zijn er door bereikt en dat is niet gering.

Ben ik het tot zover eens met ds Amelink - hier kom ik aan zijn argumentatie, waarmee ik het bepaald niet eens ben. De rijkdom van het klassiek-gereformeerde; de klassiek gereformeerde leer, de klassiek gereformeerde theologie, het klassiek gereformeerde levensgevoel" en het klassiek gereformeerde lied, die zouden de E.O. moeten weerhouden van kerkmuzikaal overspel? Deze argumentatie overtuigt mij niet en zal wellicht anderen boos maken.

Wat is klassiek? Dat kan betekenen: behorende tot de Griekse of Romeinse oudheid - maar dat is de Reformatie niet. Dat kan verder betekenen: voortreffelijk, uitstekend, voorbeeldig in zijn soort, als model aanvaard of aanvaardbaar, met blijvend gezag. - En hier zal het wel om gaan. Want verder kan klassiek zijn: aansluitend bij de geest van de oudheid, of getuigend van zielsrust en zedelijk evenwicht, of traditioneel - en dat schijnt hier niet te zijn bedoeld. Goed dus, met klassiek is voortreffelijk, voorbeeldig bedoeld.

En wat is gereformeerd? lets wat een nieuwe vorm, een nieuw model, een nieuwe inhoud heeft gekregen - voornamelijk door de geestelijke vernieuwing die Reformatie heet. Gereformeerd is bijzonder: orthodox-calvinistisch. En klassiek-gereformeerd is dus: naar de regels voor een christelijke levensstijl, als Calvijn en zijn nadere verklaarders ons hebben aangereikt.

Hier neem ik afstand tot ds Amelink. Ik versta ds Amelink ten volle en ben overtuigd lid van een gereformeerde kerk - dat wast alle water van de Noordzee niet af. Maar wanneer het klassiek-gereformeerde element de christenen als universeel exempel wordt voorgehouden - en dit in alle trappen en delen, van leer tot lieddan vermenigvuldigen zich mijn vraagtekens.

Ik ben lid ener gereformeerde kerk: omdat ik daar, en daar alleen, een zuivere Woordbediening heb ondergaan, die mij tot in mijn merg is getrokken; en dit ondanks de oceaan van woorden, woorden. woorden. Maar niet omdat ik daar, en alleen daar, de voorbeeldige christelijke levensstijl heb aangetroffen. Ook niet omdat ik weg ben van de drie formulieren van enigheid, waarvoor ik vier maal mijn handtekening moest zetten, maar die sedert eeuwen ongewijzigd mank gaan aan de feilen van menselijke opstellers; hoewel ze eindeloos in een adem met Gods Woord worden genoemd,' hetgeen de indruk wekt alsof ze daarmee op één lijn liggen, Ook niet omdat ik in de gereformeerde leer van uitverkiezing en verwerping zoveel geluk heb gevonden. Ook niet omdat ·de gereformeerde theologie zoveel goeds voor onze niet-gereformeerde medemens heeft gebracht, of een zoutend zout betekende of een stad op een berg voorstelde. En helemaal niet omdat het klassiek-gereformeerde element onze kinderen en kleinkinderen vasthoudt bij de genade van onze Heiland - die alleen te loven en te prijzen is tot in eeuwigheid, amen.

Klinkt dat wat ongewoon? Dan meen ik Calvijn op mijn hand te hebben .lt... om van de Schrift even te zwijgen - die meer dan u of ik een afkeer van het simpele woord "gereformeerd" had. Een afkeer? Ja, voor zover het niet gepaard ging aan het "en zich reformerende". Het verleden deelwoord is het eind van het gereformeerde christendom - naar mijn onbescheiden mening.
Maar de term "en zich reformerende" opent perspectieven, die de eeuwen kunnen doorstaan en een blijvend licht in deze wereld garanderen. En dát woord mis ik onder ons, levenslang.

Om kort te gaan. Ds Amelink en ik zijn het op de hoofdzaken gelukkig goed eens: dat alleen de genade van onze Heiland ons zal redden van onze zonden, dwalingen, vooroordelen en tekortschieten; ook dat wij aan deze genade veel dank en een volkomen gecorrigeerde levensstijl verschuldigd zijn; ook dat Gods Geest ons tot een nieuwe gehoorzaamheid in staat stelt, tenzij we dat niet wensen; ook dat de Heere God ons in zijn Woord vele aanwijzingen geeft voor een wandel en een oordeel, die overeenkomen met onze bekering en dankbaarheid.

Maar ik geloof niet, dat het klassiek-gereformeerde element ons de sleutel geeft tot een betere wereld; dat zou zelfs het zich reformerende element niet kunnen. De sleutel tot een betere wereld ligt bewaard in ons persoonlijk geloof, verstaan en kennen van de almachtige God en van Jezus Christus. Niet via het kerkelijk ledenregister, niet via klassiek-gereformeerde elementen, maar door dagelijkse bekering en door een dagelijks gebedsleven wordt die gans andere levensstijl gevonden.

En die nieuwe levensstijl geeft waarborgen voor wat liefelijk is en wel luidt; voor wat heilig (afgezonderd van deze vergankelijke wereld) is. Zodat wij gaan aanvoelen, met welke offers wij de Heere kunnen tegemoet treden. Dan komen wij niet met deuntjes, waarvan de Heere zou zeggen: probeer dat uw koningen eens te verkopen (Mal. 1: 8.).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief