Gods partner

1982-09-24
  • Jaargang 26
  • nummer 35
Gods partner (n.a.v. Willem Zuidema, Gods Partner, Ten HaveBaarn)

Hier volgt niet een echte boekbespreking, maar alleen wat zoal bij me bovenkomt als ik me dit boek voor de geest haal. Dat is de reactie van iemand die als student Holwerda hoorde zeggen: als je aan de tekenen der tijden denkt, moet je eerst naar Israël kijken. Dat is ook wat van dit boek blijft hangen bij iemand die de oorlog heeft meegemaakt. De eerste reacties van iemand die behoort tot het "orthodox-protestantisme". Israël weet daarin zijn vurigste bewonderaars te herkennen.
Drie dingen komen allereerst bij me boven als ik begin te schrijven:
1. De vreugde der wet zoals die beschreven wordt, bijvoorbeeld t.a.v. de sabbat. Dan denk je: er is nog iets in Israël dat doet denken aan de volmaakte wet der vrijheid, waar Jacobus 't over heeft (Jk. I, 25).

2. De ergernis die het boek bij me opriep als steeds werd gepraat over de schuld van de kerk tegenover Israël. Dat is me veel te ongenuanceerd. Ik weet me, als Daniël, schuldig aan de zonden der kerk ten opzichte van Israël in de periode voor de kerkhervorming (Dn. 9, 20).
En ik schaam me voor de tekorten van de kerken waarvan ik belijdend lid ·was gedurende een deel van de oorlog. Tekorten in woorden en daden. Al was het tekort in woorden na de vrijmaking groter dan daarvoor. En ik voel me wat mijn eigen gedrag betreft niet schuldig ten opzichte van Israël, behalve in de zin waarin Paulus van schuld spreekt: weest niemand iets schuldig behalve liefde (R. 13, 8). De veel voorkomende "Algemene belijdenis der zonden" van de kerk tegenover Israël lijkt me een ritueel te worden.

3. Het boek deed me ook denken aan die merkwaardige vergissing die door de Raad voor Kerk en Israël o.m. in 1970 werd gemaakt toen zij schreven: "zijn (Israëls) uniek karakter berust op Gods verkiezing, want het Joodse volk is nog steeds dat bijzondere volk dat op grond van Gods belofte verbonden is met dit speciale land. Alleen daarom hebben wij onvoorwaardelijk de staat Israël te aanvaarden". De vergissing is niet dat men een staat Israël zou moeten aanvaarden, maar deze staat Israël. Want het woord "de" heeft de betekenis van "deze". Wij geloven wel dat land én volk krachtens een verkiezing verbonden zijn, dat Israël eens weer in zijn land zal wonen. Maar we weten niet of dat dit Israël is en of dat thans is. Men herinnere zich de vestiging van de staat Israël, de eerste keer, door Mozes en Jozua. Mozes wist dat de HERE hem Palestina geven ging. Dt. 2, 24: "begin te erven". Maar het geopenbaarde plan van God was geen richtsnoer voor Israëls handelen. Het bekend gemaakte besluit van God voor Mozes geen casus belli, Mozes heeft volgens de wetten van het volkenrecht Sihon vredelievende voorstellen gedaan. En als Israël vandaag het volkenrecht overtreedt, "moet" het in zee worden gedreven. Nog een enkele opmerking over dit zeer lezenswaardige boek.
Bij 1: Wanneer ik Ben Goerioen lees: "ik besloot als levensstijl te kiezen: de rechtvaardige zal uit zijn geloof leven", dan bewonder ik dat, maar het snijdt me ook door de ziel (Hab. 2, 4 - R. I, 17).
Thuis voel ik me bij Spijkerboer, als hij zegt: "verheerlijking van het Jodendom helpt niets, geloof in Jezus Christus wel" (Trouw 9, april 1982).
Bij 2: Het idee (pag. 46) dat Jezus eigenlijk niet door het Joodse volk is veroordeeld maar door een complot in een niet-officiële zitting van het Sanhedrin, is weliswaar aantrekkelijk, maar bij het licht van Hnd. 2, 23; 3, 15; 5, 30 en 13, 27 twijfelachtig. Overigens dient er de wetten van het volkenrecht Sihon op gewezen te worden dat volgens het apostolicum Jezus onder Pontius Pilatus gekruisigd Is, Het zijn de Joden niet. die door de kerk primair genoemd worden als verantwoordelijk voor Jezus dood.
Bij 3: Ik kan me voorstellen dat Israël de herinnering aan de P.L.O. onder de hemel wil uitwissen (Dt. 25, 19). Het is anderzijds zeer wel denkbaar dat de staat Israël over enige decenniën niet meer bestaat. Zolang de verhouding Israël : naburen 1 : 10 is, zal Israël wel blijven winnen. Als het 1 : 30 wordt, niet meer.

Kortom: de boetvaardigheid van de christenen ten opzichte van Israël is evenals de speculaties over de staat Israël van voorbijgaande aard bij gebrek aan houvast in de Schrift en in de werkelijkheid. Een groot deel van het boek heeft echter met de vreugde der wet te maken en daaraan ontleent dit boek, dat ik aan één stuk uitlas, zijn blijvende waarde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief