Familie van God
2011-10-21
Orthodoxe christenen zijn meestal warme pleitbezorgers van het gezin: het is immers een scheppingsinstelling van God. Bij al die positieve aandacht en waardering wordt gemakkelijk vergeten dat in de Bijbel niet het natuurlijke gezin, maar de geestelijke familie van God centraal staat. Wat dat betekent, wil ik in dit artikel uitwerken. Tegelijk waak ik er daarbij voor om door te schieten naar een doperse benadering. In het licht van Gods familie krijgt ook de natuurlijke familie opnieuw betekenis. - Jaargang 55
- nummer 21
Niet alles wat natuurlijk heet, is daarmee ook blijvend. De Bijbel vertelt niet alleen over de schepping van het begin, maar ook over de herschepping in het komende rijk van God. Wij mogen die twee niet tegenover elkaar zetten, alsof God in de loop van de geschiedenis zou tegenspreken wat Hij zelf eerst zeer goed noemde. Tegelijk leert de Bijbel wel dat er grote verschillen bestaan tussen schepping en herschepping. God zal vervullen wat Hij maakte en daarbij geeft Hij het ook een meer volmaakte vorm.
Sinds de Heer Jezus opstond, leven wij in het laatste stukje van de geschiedenis, waarin de herschepping nadert.
Nog meer dan op de schepping van het begin, moeten wij ons daarom oriënteren op het koninkrijk dat komt.
Familiestructuur
Dat geldt ook voor onze omgang met gezin en familie. In het Nieuwe Testament blijkt dat God een nieuwe familie vormt, de gemeenschap van Jezus’ volgelingen. In de bijdrage van Van Houwelingen en Klinker (pag. 31-33) wordt van dat nieuwtestamentische accent iets doorgegeven.
Jezus zelf relativeert de bloedbanden met zijn moeder, broers en zussen. Iedereen die Gods wil doet, zegt Hij, is mijn moeder, broer of zus (Marcus 3:35).
De oervorm voor alle familieleven vinden we in God zelf. In God is sprake van een relatie tussen de Vader en de Zoon.
In die hemelse familie worden mensen voortaan opgenomen.
Met name in het evangelie van Johannes komt dat naar voren. Na zijn opstanding zegt Jezus tegen Maria van Magdala: Ik vaar op naar ‘mijn Vader die ook jullie Vader is’. En, voegt Hij eraan toe, vertel dat aan ‘mijn broers en zussen’ (Joh. 20:17). In het vaderhuis, Gods hemelse gezin, maakt Hij ook een plekje vrij voor ons (Joh. 14:2). Zoals al in Johannes 1:12 stond: verbonden aan Gods zoon Jezus krijg je het recht om ook ‘kind van God’ te zijn. Via zijn natuurlijke Zoon adopteert God ook ons tot zoons en dochters in volle rechten.
Die nieuwe familie betekent dat natuurlijke families straks op de nieuwe aarde geen rol meer spelen. Zowel Jezus als Paulus laat doorschemeren dat mensen in het komende rijk niet meer met elkaar getrouwd zullen zijn (Mat. 22:30; 1 Kor. 7:29vv). Er worden geen kinderen meer geboren. Er zullen geen bejaarden zijn op weg naar het graf. De geschapen familiestructuur heeft haar tijd gehad. Tegelijk spreekt de Bijbel over de gemeente juist wel in familietermen, zo sterk zelfs dat het Bijbelse taalveld van huwelijk en gezinsstichting op die gemeente wordt toegepast. In Efeziërs 2:15 staat dat God in de gemeente de twee (Israël en de volken) samenvoegt tot één nieuwe mens. Dat herinnert aan het één vlees worden van man en vrouw uit Genesis 2. Eén vlees worden hield meer in dan seksuele eenwording.
Het ging om het vormen van een nieuw levensverband, een nieuwe familie. Kennelijk wordt die geschapen structuur nu getransformeerd tot iets nieuws: de familie van broers en zussen rond Jezus. Christenen moeten niet vooral bekend staan als mensen die opkomen voor gezin en familie. Meer nog moeten anderen opmerken dat zij samen Gods familie vormen.
Oefenplek
Dat betekent niet dat de gewone aardse familie onbelangrijk wordt. In Paulus’ brieven aan Kolosse en Efeze gaat het eerst over de nieuwe gemeenschap in Christus.
Maar zodra Paulus concreet wil maken wat dat voor onze levensstijl betekent, begint hij juist met de huisgemeenschap waarin vrijwel iedereen destijds leefde.
Binnen die gewone aardse familie moet nu allereerst duidelijk worden wat het betekent dat christenen voortaan familie van God zijn. De navolging van Jezus in Gods nieuwe familie begint gewoon thuis. De familie is de plek bij uitstek om geheiligde levenservaring over te dragen en christelijke eigenschappen en praktijken in te oefenen: liefde, geduld, vriendelijkheid, vrijgevigheid, leven met een antenne voor elkaars behoeften, conflicten uitpraten voor de zon ondergaat, verkeerde begeerten afzweren, omgaan met wat van buiten de eigen kring komt en op het eerste gezicht vreemd voelt. De familie is ook de kring om met elkaar zonder valse schaamte te leren praten vanuit het geloof en om te leren bidden. In een familie leer je verder dat een mens niet voor zichzelf bestaat maar moet zoeken wat Gods roeping voor hem of haar is.
Je voedt je kinderen op voor die roeping, helpt elkaar die te ontdekken en laat je daarvoor vormen. In een christelijke familie leer je ook discipline en zelftucht.
Het is de eerste plek in een mensenleven waar onze oude mens wordt tegengekomen en aan banden gelegd. En het allerbelangrijkste: in een christelijke familie mag je elkaar helpen om Christus te leren kennen en je aan Hem over te geven.
Veel van deze praktische accenten rond de invulling van een christelijk familieleven haal ik uit het werk van een bekende Engelse puriteinse voorganger uit de 17e eeuw, Richard Baxter. Bij hem startte een belangrijke traditie van bezinning op en vorming in een christelijk gezinsleven. Zowel in de Angelsaksische wereld als in Nederland heeft die traditie grote invloed gehad.
Wie vandaag in de spiegel van Baxter kijkt, ontdekt met schrik hoe sterk juist het christelijke familieleven inmiddels dreigt te seculariseren. Tegelijk stimuleert Baxter ons om werk te maken van wat de Bijbel ons leert: ons familieleven dienstbaar maken aan de vorming van Christus’ nieuwe familie van de toekomst.
Gastvrijheid
Eén van de kerneigenschappen van een christelijke familie waarop Baxter wijst, is gastvrijheid. In de nadruk op die eigenschap proef je dat een christelijke familie nooit de natuurlijke banden mag verabsoluteren en zich nooit in zichzelf mag opsluiten.
Als zij echt dienstbaar wil zijn aan de vorming van Gods nieuwe familie, zal zij openstaan naar anderen van buiten de eigen kring. Zij deelt het leven dat zij van Jezus krijgt met andere leden van Gods gezin. Zij omarmt daarbij ook niet-christenen, in de hoop dat ook onder hen nieuwe broers en zussen van Jezus geboren worden.
Niet voor niets hadden de gemeenten uit de tijd van het Nieuwe Testament vaak de vorm van uitgebouwde huisgemeenschappen. Natuurlijke families dijden uit tot een geestelijke familie.
Zo wordt de geschapen structuur van de familie ingeschakeld en tegelijk getransformeerd tot een hulpmiddel voor de groeiende familie van God.
Iets daarvan herken je vandaag als christelijke gezinnen kinderen adopteren of zich laten inschakelen voor pleegzorg.
Je proeft het ook in allerlei initiatieven waarin christenen nieuwe familiestructuren vormen, bijvoorbeeld via huisgroepen in plaatselijke gemeenten die de hele gemeente bedoelen te dienen.
Een stap verder gaan zij die leefgemeenschappen stichten waar mensen in christelijke vriendschap samenleven.
Soms bestaan die uit ongetrouwde mensen, soms ook uit combinatie van getrouwden, alleenstaanden en mensen in bijzondere omstandigheden. Ook eigentijdse bewegingen als ‘emerging church’ of ‘nieuwe monastiek’ kun je in dit licht plaatsen, wat je daar verder ook nog meer van zou kunnen zeggen. Groepjes christenen vestigen zich in een geseculariseerde omgeving, bijvoorbeeld een achterstandswijk. Klein en bescheiden starten zij daar een soort groot gezin om samen de stijl van Gods komende koninkrijk te beoefenen. Zij ondersteunen elkaar in toewijding aan Christus. Tegelijk richten zij zich op hun niet-christelijke buurt, door gastvrijheid, dienstbaarheid, en getuigend spreken en optreden.
Gods nieuwe familie
Juist in onze moderne samenleving ontstaan uit een accent op Gods familie positieve neveneffecten. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de toegenomen mobiliteit. Daardoor leven natuurlijke familieleden leven vaak ver uit elkaar.
Zijn er problemen of is er intensieve zorg nodig, dan is het voor familieleden vandaag moeilijker om dat op zich te nemen dan vroeger. Hoe vaak lukt het je om je zieke vader aan de andere kant van het land te bezoeken? Niet altijd genoeg om structureel zorg te bieden.
Maar vanuit Gods familie bekeken, heeft zo’n zieke vader ineens ook heel wat broers en zussen en kinderen in zijn eigen omgeving. Tegelijk kun jij misschien een rol vervullen voor hun hulpbehoevende vaders en moeders in jouw buurt. Gods wereldwijde familie is de gemeenschap die het beste toegerust is om een antwoord te geven op moderne ontwikkelingen als mobiliteit en globalisering.
Nog sterker wordt het belang van Gods familie wanneer je natuurlijke familie gebrokenheid vertoont. Wie geen levenspartner vindt, mist meestal een gezin om zich heen. Minder dan vroeger kan je natuurlijke familie dat compenseren. Vaak leven zij elders. Wie alleenstaand is, staat vandaag meestal meer alleen dan vroeger. Denk ook aan verstoorde verhoudingen in natuurlijke families. Hoe je het ook probeert, soms blijft het onopgelost. Daarnaast bleven sommigen kinderloos, terwijl anderen ouders verloren. In veel families zijn lege plekken, door de dood of door echtscheiding. Steeds meer komt het bovendien voor dat familiebanden breken omdat iemand christen werd.
Vooral bekeerde moslims worden vaak uitgestoten.
Rond zulke vormen van gebrokenheid ontvangt de familie van God een belangrijke rol, zeker in onze geïndividualiseerde samenleving. In de gemeente kun je een nieuw thuis vinden.
Daarbij moeten we eerlijk erkennen dat de praktijk soms teleurstelt. Zeker in kerken uit de gereformeerde traditie klinken vaak zinswendingen als ‘wij en onze kinderen’, of ‘in onze gezinnen’. Zulke communicatie sluit christenen in andere omstandigheden onbedoeld uit. We suggereren onwillekeurig dat het natuurlijke gezin de norm is, en vergeten vanuit Gods nieuwe familie te denken.
Maar gelukkig kan het ook anders. Er bestaan stimulerende voorbeelden uit binnen- en buitenland. Wie rond de natuurlijke familie getroffen wordt door gebrokenheid, vindt in de gemeente nieuwe familiebanden die nooit meer stuk gaan.
Kloof
Meer oog voor Gods familie is ook nodig als toerusting met het oog op de postchristelijke tijd die voor ons ligt. Als westerse christenen zijn wij gewend aan een samenleving die als geheel christelijk is. In zo’n samenleving zijn ook families vanzelfsprekend ‘christelijke families’. Dan is het ook begrijpelijk dat christenen prioriteit geven aan gezin en familie. Ook voor de tijd na Christus lijkt die scheppingsstructuur dan voldoende. Maar vandaag kantelt dit beeld. Steeds vaker ontmoeten wij ook Westerse bekeerlingen die als enigen in hun familie christen werden. Steeds vaker ook ontstaat in onze eigen – vanouds christelijke – gezinnen en families een geestelijke kloof. Christelijke gezinnen blijken niet natuurlijk.
Christenen van buiten de Westerse wereld leefden al lang met die werkelijkheid.
Al in het Israël van Jezus’ dagen groeide zo’n geestelijke kloof in families, tussen wie wel en niet Jezus volgden.
Jezus bracht verdeeldheid tussen huisgenoten (Mat: 10:34vv) en riep op om zo nodig te breken met familieleden ter wille van Gods rijk (Luk: 14:26).
In latere missionaire contexten binnen het Nieuwe Testament blijkt dat soms de vrouw christen werd, terwijl de man ongelovig bleef. Binnen niet-christelijke huisgemeenschappen leefden bekeerde slaven die het zwaar hadden.
Hoe duidelijker christenen in een niet-christelijke samenleving verkeren, des te meer zij zullen ontdekken dat de natuurlijke familie niet hun eerste thuis is. Daarom doen wij er als Westerse christenen goed aan onze retoriek over het gezin als ‘hoeksteen van de samenleving’ te matigen. Alleen meer aandacht voor Gods familie kan ‘ons en onze kinderen’ toerusten voor een postchristelijke tijd.
Publiek
Daarbij doemt wel een risico op. Sommigen maken vanuit dit inzicht de kerk min of meer tot een kopie van de natuurlijke familie. Daarbij projecteren zij ook nog eens de romantische burgerlijke vorm van die familie op de kerk. Sinds de 19e eeuw is de familie de plaats geworden waar een mens zich terugtrekt uit de hectiek van de moderne samenleving en in de privésfeer tot rust komt. Het gezin werd (met de titel van een boek van Christopher Lasch) een ‘haven in een harteloze wereld’. Dat leidt tot een informele kerkvorm waarin alles draait om intimiteit, relaties en jezelf kunnen zijn. Veel activiteiten creëren vooral een sfeer van familiaire christelijke gezelligheid. De kerk wordt dan de plek waar je met zeskampen en barbecues op adem komt.
Dat kan betekenen dat we zonder het te beseffen precies doen wat de seculiere samenleving graag wil: onszelf als kerk terugtrekken in de privésfeer.
In de Bijbel vormt ‘familie’ slechts één van de beelden voor de kerk. Daarnaast heet zij ‘volk’, of ‘vergadering van burgers’. De kerk wijst niet alleen vooruit naar de vervulling van de natuurlijke familie, maar ook naar het ene volk waarin alle volken eens opgaan en naar de nieuwe politieke samenleving die straks alle staten aflost. Daarom gaat er iets mis wanneer wij vooral gebruikelijke familie-idealen projecteren op de kerk. We moeten die beelden samen rechtdoen, en beseffen dat Gods rijk anders zal zijn dan alle vormen van vandaag. Voor zover we de kerk inrichten als een nieuwe familie moeten we daarbij altijd Gods doel voor ogen houden. Hij geeft ons aan elkaar om die wereldwijde gemeenschap rond Christus te bevorderen. We mogen elkaar stimuleren om God publiek te eren en onze omgeving te zegenen. Het gaat erom dat we samen Jezus volgen naar Gods onvoorstelbare toekomst.
Ad de Bruijne is hoogleraar ethiek en spiritualiteit aan de TU in Kampen en redacteur van De Reformatie. Hij is getrouwd en vader van zes kinderen.