Het campinggevoel van Psalm 133

2011-10-21
  • Jaargang 55
  • nummer 21
Het is vakantie en je zit bij je tent met een koel biertje in de hand. De barbecue sist, om je heen badmintonnen kinderen, je vrouw maakt een praatje met de buren. Er maakt zich een ronduit gelukkig gevoel van je meester. Laten we het maar het campinggevoel noemen. Het is dit campinggevoel dat Psalm 133 van begin tot het eind doortrekt: ‘Zie, hoe goed, hoe heerlijk is het als broeders bijeen te wonen!’

Sommige uitleggers menen dat de bekende openingszin van Psalm 133 oorspronkelijk een oude spreuk was, ontsproten aan Israëls agrarische samenleving. Families woonden generaties lang al bij elkaar op de geërfde grond. Wat was het dan kostbaar als de onderlinge verhoudingen goed waren.
Dat sprak niet vanzelf. Het beeld dat de oudtestamentische verhalen van het familieleven oproept is ontluisterend: broers staan elkaar naar het leven (Kaïn en Abel; Esau en Jakob; de zonen van Lea en Jozef, de zoon van Rachel; Absalom en Amnon), zussen kunnen elkaars bloed wel drinken (Lea en Rachel), kinderen vernederen of bedriegen hun ouders en omgekeerd (Cham en Noach; Jakob en Isaäk; Saul en Jonathan; Absalom en David); menig huwelijk vertoont problematische trekken (Isaäk en Rebekka; Jakob en Lea; David en Mikal); er is herhaaldelijk sprake van incest (de dochters van Lot; Ruben met Bilha; Amnon met Tamar) en falend ouderschap (Jakob; David). De consequenties zijn niet zelden desastreus.

Buitengewoon
Gelukkig flitsen door de Bijbelse geschiedenissen ook prachtige momenten van liefde en trouw (Juda die zichzelf opoffert voor Benjamin; Jozef die zijn broers vergeeft; Elkana die de onvruchtbare Hanna verzekert dat ze hem meer waard is dan zeven zonen; Ruth die Noömi trouw blijft), maar in het algemeen moet gezegd dat het Oude Testament van het familieleven een verre van idyllisch plaatje schetst.
Vandaar die oude spreuk. Als er vrede in de familie was en bij het oogstfeest de karaf van hand tot hand ging, kwam het ‘campinggevoel’ boven en zei men dankbaar: ‘Kijk toch eens, hoe goed het is om als broers samen te wonen.’ Of deze uitleg nu klopt of niet, het is waar dat zoiets ogenschijnlijk gewoons als goede familieverhoudingen in de Bijbel buitengewoon wordt gevonden. Het ‘gewone leven’ mag er helemaal zijn, omdat daarin iets geproefd wordt van Gods doel met zijn schepping.

Flevofestival
Toch is het te kleinschalig en kneuterig om Psalm 133 in de context van de oude grootfamilie te laten. Het is een bedevaartslied en heeft de tenten van Gods volk rond Jeruzalem voor ogen. Duizenden en nog eens duizenden Israëlieten, uit alle stammen afkomstig, kampeerden rond Jeruzalem, hielden samen maaltijd en dienden God. Er is dus geen sprake van een familiefeest, maar van het in vrede en harmonie samenleven van verschillende stammen en volken rond Jeruzalem.
Dat begint in het Oude Testament bij Israël, maar krijgt in het Nieuwe Testament een uitbreiding: één kudde, één herder. Met Psalm 133 bevinden we ons niet met ons gezin, maar met onze gemeente op de camping, of met duizenden andere christenen op het Flevofestival, de Opwekkingsconferentie, of de Reveil- of New Wine-week.

Bloedband
In de Bijbel wordt het familieleven nergens tot een knus onderonsje van alleen degenen die een bloedband met elkaar hebben. Er gebeurt iets met het woord ‘broer’ in de Bijbel. Je broer, je zus is ook degene met wie je een geloofsband hebt. Niemand heeft dat zo benadrukt als Jezus Christus zelf. Als zijn familie Hem tot de orde komt roepen zegt Hij: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?
(…) Iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder’ (Marcus 3:33-35). Hij doelt daarmee op de gemeente die zich rond Hem verzameld heeft. En zijn leerlingen, die huis en haard verlaten hebben om Hem te volgen, verzekert Hij dat zij in deze tijd al broers en zussen, moeders en kinderen zullen krijgen (Marcus 10:28-30). De Heer brengt zijn volgelingen dus een ander, een geestelijk familiebesef bij.
Het is overigens wel de vraag of we dat als gemeente van Christus altijd zo beleven. De pijnlijke praktijk is dat ook binnen de kerk de geloofsband het niet zelden moet afleggen tegen de bloedband of tegen andere natuurlijke banden. ‘s Zondags zoeken familieleden elkaar op, of jonge gezinnen onderling, met als gevolg dat alleenstaanden zich wel eens buitengesloten voelen.
Helemaal pijnlijk is het als je hoort over mensen die werkelijk huis en haard omwille van Jezus verlaten hebben, bijvoorbeeld omdat ze door hun geloofskeuze buiten de eigen familie zijn komen te staan , maar die vervolgens ervaren dat er eigenlijk geen nieuwe familie voor in de plaats komt.

Beelden
Terug naar Psalm 133. Twee sprekende beelden gebruikt de psalm om dat vreedzame samenleven in Gods familie te typeren: het beeld van de olie op het hoofd, die neervalt op de baard van Aäron en zijn gewaad, en het beeld van de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Sprekende beelden? Is die olie op Aärons hoofd dan geen kliederboel? En hoe kan de dauw van de Hermon nou neervallen op de bergen van Sion? Wat moet je met deze beelden?
Ik denk dat ze ons van drie dingen bewust willen maken: hoe kostbaar het vreedzaam samenleven van Gods volk is, wat het geheim daarvan is en hoe zegenrijk gemeente-zijn naar Gods bedoeling is.

Allereerst de olie waarmee de priesters gezalfd werden. Die werd gemaakt van de fijnste specerijen en was uiterst kostbaar. Zoals tegenwoordig de fijnste parfums duizenden euro’s kosten, zo zal ook de priesterlijke zalfolie peperduur geweest zijn. Dan zullen de Israëlieten wel net zo van de geur van die olie genoten hebben als wij van een kostelijke parfum kunnen genieten. Zo’n geur verkwikt je en schept een aangename sfeer.
Nu, diezelfde sfeer wordt gecreëerd als Gods kinderen in vrede samenzijn.
Behalve dat het aangenaam is, heeft dat samenzijn ook iets gewijds, iets heiligs.
Na zijn wijding waren baard en kleding van de hogepriester dagenlang van de geur van de olie doortrokken en ieder wist: deze man is apart gezet voor Gods werk. Zo heilig is het samenzijn van de gemeente, het samenleven als Christus’ huisgezin ook.
Het beeld van de hogepriesterlijke olie wil je ervan doordringen de grootst denkbare betekenis te hechten aan het samen familie in Christus zijn. Die beeldspraak bepaalt je er ook bij hoe je over de kerk denkt en praat. Er valt heel wat op kerken en gemeenten aan te merken. Niet zelden is het een bar onheilig gebeuren. Psalm 133 nodigt uit daar doorheen te zien. De essentie is dat God een prachtig plan van samenleven van mensen en volken heeft. In de kerk mogen we op de vervulling daarvan vast een beetje vooruitlopen. Dat is iets heiligs, iets uitermate kostbaars, iets waar je je met al je krachten voor dient in te zetten.

Hart
Dan de verwijzing naar Aäron.
Het gaat in Psalm 133 over het in vrede en harmonie samenleven van de stammen van Israël. Dat krijgt gestalte in en rondom Jeruzalem, de tempelstad. Nog specifieker: rond de hogepriester, die de dienst van de verzoening bewerkte. Het samenleven van mensen in familieverband was toen al heel kwetsbaar en is dat nu nog steeds; zie de voorbeelden uit het Oude Testament die ik eerder al noemde. Wij, als vrijgemaakt en Nederlands gereformeerden kunnen er ook over meepraten. Wat kunnen goedwillende, diepgelovige mensen elkaar bezeren.
Als die verdeelde gemeente dan uit volle borst Psalm 133 zingt: ‘Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ’t als zonen, van ‘t zelfde huis als broeders samenwonen,’ zou je er cynisch van kunnen worden.
Wat is die verwijzing naar Aäron dan op zijn plaats. Aäron, de hogepriester staat bij het altaar, slacht het offer, spat het bloed dat verzoening bewerkt. Hij is een voorafbeelding van Jezus Christus en staat voor voorspraak, vergeving, genade. Ik leer hiervan dat het samenleven in familieverband en daarbuiten een hart heeft. Dat hart is het altaar van verzoening, het kruis op Golgota.
Alleen rond die plek waar mensen sterven aan zichzelf en sterven met Jezus Christus, die plek van genade, wordt het visioen van in vrede samenlevende mensen realiteit. Op de meest intense manier worden we daar als gemeente keer op keer bij bepaald door de viering van het heilig avondmaal. Het breken van het brood en het drinken van de wijn vormen het hart van het christelijke familieverband. Alleen via de maaltijd van de Heer kan het op het kampeerweekend van de kerk of de New Wineweek te Bidddinghuizen komen tot het werkelijk genieten van een gezamenlijke barbecue.

Bron
Het kunnen samenleven als familie van Christus heeft een hart, maar ook een bron. Dat kun je ook afleiden uit het beeld van de zalfolie, die van bovenaf uitgegoten wordt over de hogepriester, de representant van heel Gods volk. Dat staat symbool voor wat God wil doen door de werking van de heilige Geest. In vrede samenleven van mensen moet ons van boven gegeven worden, als een geschenk, als een vrucht van de Geest die God ons wil geven.
Je kunt als mensen vol zijn van de Olympische gedachte, spreken van ‘Peace on earth’, ‘Yes, we can!’ roepen, maar het blijft bij loze woorden als er van bovenaf geen bron vloeit waaruit je samen drinkt. God zal het ‘goed en lieflijk’ in ons en voor ons moeten doen.
Maar juist in die beweging van boven naar beneden, van God naar de mensen klinkt ook een belofte, een verzekering door. Zo zeker als de zalfolie over het hoofd van de priester druipt, zo zeker is het ook dat de HEER zijn plan zal volvoeren en zijn Geest wil geven.
Het prachtige visioen van het in vrede samenleven van de familie in het klein en Gods familie in het groot is een van ons uit onbereikbaar ideaal, maar God kan en wil het realiseren.

Vruchtbaar
En dan het derde. Wat werkt het uit als mensen bijeenkomen rond het kruis en drinken uit de bron van Gods kracht en genade? Psalm 133 zegt zo: het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op Sions bergen.
Met ‘de dauw van de Hermon’ – de Hermon is een berg in het uiterste noorden van Israël – worden de pelgrims bedoeld die zelfs daarvandaan naar Sion komen om op de bergen aldaar de hoge feesten bij te wonen. In een land als Israël staat dauw voor vruchtbaarheid.
Kortom, als Gods kinderen samen leven rond Jeruzalem, rond de hogepriester, het kruis, ontstaat er een vruchtbaar klimaat.
Niet zozeer in letterlijke zin, hoewel, ook dat misschien, maar wel op heel veel andere manieren. Mensen kunnen daar opbloeien, omdat ze er tot hun recht komen. Kwetsbare mensen voelen zich daar thuis, omdat het er veilig is.
Zondaren voelen zich niet afgewezen, omdat er een sfeer van genade heerst Zoekende mensen haken er niet meteen af, want hier is iets te vinden dat eenieder zoekt: liefde! Het beeld van de dauw staat dus voor Gods diepste bedoelingen met de kerk en met de mensheid als geheel.
Het laat op weer een heel andere manier iets proeven van hoe goed, hoe heerlijk het is als broers en zussen in Christus samen leven.

Samen familie zijn valt niet mee. Samen familie van Christus zijn evenmin.
Als één boek er de weg toe opent, is het de Bijbel wel. Psalm 133 spelt er het geheim en de zegen van.

Jan Mudde is predikant de NGK van Haarlem (Wilhelmina kerk) en maakt deel uit van deze christelijke familie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief