Geslachten gaan, geslachten zullen komen

2011-10-21
  • Jaargang 55
  • nummer 21
Familie: dat zijn de wortels waarmee ik verankerd ben in het bestaan. Een van mijn lievelingspsalmen is Psalm 92: ‘Geslachten gaan, geslachten zullen komen, wij zijn in Uw ontferming opgenomen.’ Ook de zin in de Tien Geboden: ‘Maar Ik doe barmhartigheid aan duizenden van degenen die me liefhebben en mijn geboden onderhouden,’ vind ik nog steeds bemoedigend. Als ik naar mijn kinderen en kleinkinderen kijk, worden die woorden nog waardevoller voor me.
Geloven in God was bij ons thuis zo gewoon als het brood dat door mijn vader werd gebakken. En tegelijk was daar de Here God voor wie we diep ontzag hadden. Geloven liep eigenlijk over twee sporen: God was de Schepper van hemel en aarde, voor wie we grote eerbied hadden en tegelijk was God de Vader, die aanwezig was in ons dagelijkse leven, met wie we rekening hielden alsof Hij ieder moment binnen kon komen; God de Eeuwige en God de Aanwezige.

Een paar dingen herinner ik me nog goed. Mijn vader, die na het avondeten uit de Bijbel las, kreeg juist dan opmerkelijk vaak een hoestbui. Af en toe maakte het hoesten het hem onmogelijk om verder te lezen. ‘Pap, dat is de duivel die niet wil dat wij uit de Bijbel lezen,’ verklaarde mijn oudste zusje een keer. ‘Dat zal hem dan niet lukken,’ hoestte mijn vader en overhandigde de Bijbel aan het kind dat naast hem zat. ‘Ga jij eens verder. Tot aan vers dertig.’ Hij leunde achterover en terwijl een van de zusjes las, verdween zijn hoestbui en dankte hij zonder één kuchje.
In een brief van vijfendertig jaar geleden schrijft mijn oudoom Jan, die aan kanker leed, aan mijn tante: ‘Tonnie, als ik mezelf zo zie, en als ik dan lees dat dit lichaam gelijk gaat worden aan het verheerlijkt lichaam van onze Heer, denk ik ook: daar moet dan wel erg veel aan veranderen.’ Daarna ging hij over tot de orde van de dag.

Mijn vader keek in de maanden voordat hij stierf vaak peinzend uit het raam. Op de vraag waar hij aan dacht, antwoordde hij: ‘Aan alle dingen van tijd en eeuwigheid.’ Dat kwam er net zo vanzelfsprekend uit alsof hij het over het weer had. Ik denk nog steeds terug aan de gesprekken die op zijn opmerking volgden.
Is familie belangrijk voor de manier waarop je gelooft? Voor mijwel. En ik ben er in toenemende mate dankbaar voor.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief