Het leven leren
2011-10-21
Een klein mensje wordt geboren. Verwonderd sta je te kijken. Je kunt je geluk niet op. Bij dit nieuwe leven en bij jouw geluk voelt heel de wereld bij elkaar klein en onbelangrijk. Langzaamaan zal dit kleine mensje zijn plek moeten gaan innemen in die toch wel heel grote wereld. Hoe zal het zich daarop gaan voorbereiden? - Jaargang 55
- nummer 21
God, die nieuw leven geeft, dropt dat nieuwe leven niet zomaar ergens op de aarde.
Hij geeft een context waar het leven mag beginnen en waar het veilig geleerd kan worden. Die context heet het gezin. Welk doel heeft God voor ogen voor deze startfase van het leven?
Asaf noemt in vers 7 drie verschillende doelen: vertrouwen, Gods grote daden kennen en gerichtheid op de geboden.
Dat leer je niet vanzelf. Daar heb je anderen bij nodig.
Vertrouwen
De opvoeding is gericht op het zelfstandig leren functioneren in dit leven, op jezelf kunnen redden.
Natuurlijk is dat belangrijk. Maar Asaf gaat een spa dieper. Want je redt het niet alleen. Wie alleen op zichzelf vertrouwt, komt er vroeg of laat achter dat het leven hem of haar ontglipt.
Een ankerpunt zoeken in deze aardse werkelijkheid is als het anker uitwerpen in het ruim van je eigen schip; het is zekerheid zoeken in een wereld vol onzekerheid en onbalans. Vertrouwen op God, daar gaat het om: houvast bij Iemand die los van de onmogelijk- heden van dit leven staat. Alleen als je erop vertrouwt dat er Iemand is die jou verrassend genoeg liefheeft, kun je de gebrokenheid en onzekerheid van dit bestaan overleven. Die liefde hoef je niet te verdienen. Je hoeft zelfs niet bang te zijn die liefde te verliezen. Want God is liefdevol en trouw. Hij is ons houvast, een anker in de hemel (Hebreeën 6:19).
Dat vertrouwen kun je leren door terug te kijken. Het leven en ook Gods relatie met mensen is niet bij jou begonnen. Je staat in een traditie van gelovigen. Asaf schetst die historische lijn.
Het voorgeslacht leerde vertrouwen, zocht en vond een ankerpunt. Dat geldt ook voor jouw en mijn eigen voorgeslacht.
Mijn opa doorleefde de bekende woorden van Paulus en kwam erin tot rust: mijn genade is u genoeg. Door hem kregen die prachtige woorden een heel persoonlijke klank. Het helpt mij te vertrouwen en rust te krijgen, misschien ook wel omdat ik hierin op mijn opa lijk. Juist in je voorgeslacht vind je identificatiefiguren.
Gods grote daden
Dat raakt dat tweede doel: Gods grote daden kennen. In de verzen die aan vers 7 voorafgaan, maakt Asaf duidelijk dat die grote daden doorgegeven moeten worden, net zoals ze aan jou zijn doorgegeven en ook na jou weer doorgegeven moeten worden.
Spreken over Gods grote daden: dat heb je nodig. We praten wel veel over geloof en kerk en allerlei religieuze zaken; ergens zoeken we daarin zelfs ons houvast. Ook praten we veel en graag over onze eigen grote daden; op zichzelf niet verkeerd, maar wel een valkuil, want voor je het weet sluipt in dat soort gesprekken trots en arrogantie binnen. Voor je het weet zoek je houvast in dit aardse bestaan. Houvast vind je echter alleen in God. Een gezin moet de grootheid van God ademen, de verwondering over Hem. Dat houdt je als mens nederig.
Een prachtig moment om over Gods grote daden te spreken is na een kerkdienst of na de Bijbellezing. Laat het dan echter niet draaien om ‘wat vind ik van de preek’, maar laat je gesprekken gestempeld zijn door de vraag wat je ontvangen mocht. Deel dat met elkaar.
Dan oefen je je in het doorgeven van Gods grote daden uit je leven van vandaag de dag.
En laat dat gesprek dan weer ingebed zijn in het spreken over Gods grote daden in het verleden, in jouw voorgeslacht.
Te gemakkelijk zoeken we houvast in wat we nu meemaken en ervaren.
Je leeft maar zo op het eilandje van jouw voorstellingsvermogen. Asaf opent je ogen voor de wereld die groter is dan je eigen ervaringshorizon. Leunen op wat God doet, ook als jij het even niet ziet: wat heeft een mens dat nodig.
Gods geboden
Tot slot zegt Asaf dat het doel is te leven gestroomlijnd door Gods geboden. Gaat het dan om wat mag en wat niet mag?
Niet zo boeiend, zou je zeggen. Kom daar tegenwoordig eens mee aan; je moet toch gewoon doen wat je een goed gevoel geeft?
Toch laten juist Gods geboden iets zien van het nieuwe leven: je leeft niet langer voor jezelf maar voor God en zijn toekomst. Waarom zou je aarzelen om dat te laten zien? God geeft je door zijn genade deel aan een compleet nieuwe wereld, oneindig mooi.
Als Hij je ankerpunt is en je in diepe verwondering daarover leeft, dan groeit je verlangen dicht bij Hem te leven. Dan wil je zijn grootse daad van redding nooit, maar dan ook nooit meer vergeten.
Het verlangen om Hem te volgen en naar Hem te luisteren groeit, en daarmee het verlangen om het goede, mooie, door God ontworpen leven te leven.
Psalm 78 is een fraai lied met een terugblik op de historie van Israël. Bewijzen van Gods grootheid liggen voor het oprapen.
Het voorgeslacht zocht en vond een weg met God. God liet zijn sporen na in hun leven. De schets van de historie wordt afgesloten met David: ‘… een herder met een zuiver hart, met vaste hand heeft hij hen geleid’ (vers 72). Plotseling is het lied uit. Het lijkt wel een open einde: ‘Met vaste hand heeft hij hen geleid.’ Punt. Maar waarheen dan?
Het lied trekt je verder de geschiedenis van Israël in. Het laat je ontdekken dat het Oude Testament nog veel meer laat zien over die God van grote daden.
Tegen alle verwachting in heeft Hij zondige mensen vastgehouden. Het gaat in dit vers over de hand van David. Maar ergens klinkt erin door dat het Gods hand was die ook David verder heeft geleid. Het beeld van de herder wordt dan ook terecht toegepast op de Zoon van God, Davids grote Zoon.
Dit open einde doet je verlangen naar meer, naar beter, naar nog meer grote daden van God. Het nodigt uit verder te kijken hoe die Zoon van God en Zoon van David nog steeds grote daden doet.
Hoe Hij te vertrouwen is. Hoe Hij je leven richting geeft met het liefdegebod.
Wat geef jij je kinderen mee? Wat zijn de opvoedingsdoelen die jij bewust vorm geeft? Wat gaat er zonder woorden van jouw manier van leven uit?
Het gezin is een geschenk van God, de plaats waar je als klein mensje vol vertrouwen mag leren leven in de grote wereld, vol vreugde omdat je God mag kennen en actief omdat je in elke dag het nieuwe wilt uitleven.
Dat doe je samen: je hebt elkaar nodig.
In het gezin leer je met en zonder woorden het leven met God. Maar het perspectief is groter: kijk ook naar je voorgeslacht. Heb je oog voor Gods trouw aan hen en voor zijn grote daden in hun leven?
Jaap van den Bos is predikant van de GKv te Hengelo.
Hij is getrouwd en vader van twee kinderen.