Christen-zijn in familieverband

2011-10-21
  • Jaargang 55
  • nummer 21
Wat leert het Nieuwe Testament ons wanneer we nadenken over het leven in familieverband? Om die vraag te beantwoorden, moeten we ons realiseren dat de christenen destijds leefden in de Grieks-Romeinse cultuur die erg verschilde van de onze. Terwijl onze Westerse samenleving nogal individualistisch is ingesteld, dacht men in de Bijbelse tijd veel meer collectief.

In nieuwtestamentische passages over de familie klinkt de toenmalige cultuur mee. Zicht daarop is belangrijk omdat de eerste christenen ook de kerkelijke gemeente als een soort familiegemeenschap zagen. Naar analogie van de structuur die men van huis uit gewend was, gold daarin een vaste ordening.
In deze bijdrage geven wij een beeld van de Grieks-Romeinse familie en van de manier waarop het evangelie op dat levensverband inwerkte. Wij vragen ons daarna af welke betekenis dit alles kan hebben voor christenen uit de eenentwintigste eeuw. Elders in dit nummer (pag. 56-58) bieden wij een Bijbelstudie over een passage uit Paulus’ brief aan Titus, die deze bijdrage illustreert en verder
onderbouwt.1

Familie in de tijd van het Nieuwe Testament
Als Paulus Europa intrekt om het goede nieuws over Jezus te verkondigen, is zijn boodschap: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten’ (Hand. 16:31). Die aanduiding ‘huisgenoten’ laat zien dat de familiestructuur al bij het begin van het christelijke leven in beeld was. Wie behoorden er allemaal tot een huishouden en welke plaats nam het in binnen de samenleving?
Ons woord familie is veel beperkter dan het Latijnse familia of domus (Grieks: oikos) dat hier gebruikt wordt. Naast man, vrouw, kinderen en hun partners maakten ook andere verwanten, slaven, vrijgelatenen en cliënten deel uit van de familia. Aan het hoofd ervan stond de pater familias. Hij had ruime bevoegdheden.
Hij kon bijvoorbeeld naar eigen inzicht slaven straffen en mocht beslissen over leven en dood van pasgeboren kinderen. Daar stonden grote morele verantwoordelijkheden tegenover ten aanzien van zijn uitgebreide familia: hij moest zorgen voor eten, kleding en onderdak van de familia, en voor de erfenis.
De familia was een belangrijke bouwsteen van de samenleving. Met haar verticale structuur leek zij sterk op hoe de samenleving als geheel was ingericht.
In het Romeinse Rijk kende men namelijk het patroon-cliëntmodel. De pater familias had een aantal cliënten, meestal vrijgeboren personen die om een of andere reden een contractuele verbinding met hem waren aangegaan. De cliënt moest respect en dankbaarheid betonen, bepaalde diensten verrichten en de politieke, economische en sociale activiteiten van zijn patroon ondersteunen.
Hoe meer cliënten, hoe meer status een patroon had. Maar deze verbintenis vormde slechts een onderdeel binnen een veel grotere keten. Vaak was de pater familias op zijn beurt cliënt van een hoger geplaatste patroon, tegenover wie hij weer verplichtingen had. Zo doortrok de patroon-cliëntverbinding de gehele samenleving. Iedereen, van slaaf tot aristocraat, moest respect betonen aan iemand die invloedrijker was dan hijzelf, tot aan de keizer toe.
Het patroon-cliëntmodel wierp politiek en economisch veel vruchten af. De macht berustte uiteindelijk bij enkele families in Rome die cliënten hadden in alle lagen van de bevolking. Het politieke belang van deze families was rond het begin van onze jaartelling beperkter geworden, maar sociaal en economisch bleef patroon-cliëntschap een stevige structuur.

Huisregels
Meisjes huwden doorgaans op jonge leeftijd, jongens wat later.
Het huwelijk was allereerst gericht op voortplanting: echtgenotes waren er om kinderen te baren. Het was mannen toegestaan om buitenechtelijke relaties aan te gaan, terwijl van vrouwen trouw en kuisheid verwacht werd. De zogeheten hetaerae (gezelschapsdames) boden mannen vermaak op allerlei terreinen: muziek, een intelligent gesprek en soms ook seksueel genot. Sommigen van hen waren beroepsmatige prostituees.
Hetaerae waren vaak aanwezig bij maaltijden waar echtgenotes niet toegelaten werden. Strikt genomen leefden die niet in afzondering, maar hun bewegingsruimte was wel beperkt. In het openbare leven speelde de getrouwde vrouw over het algemeen geen rol van betekenis. Het publieke forum was het terrein van de man.
In het Nieuwe Testament komt een aantal teksten voor die worden gerekend tot het genre ‘huisregels’ (Duits: Haustafeln; Engels: householdcodes. Meestal rekent men hieronder: Efeziërs 5:22 – 6:9; Kolossenzen 3:18 – 4:1; 1 Petrus 2:18 – 3:7; 1 Timoteüs 2:8 – 3:1a; 6:1-2; Titus 2:1 – 10. In deze huisregels worden wederzijdse verplichtingen van de leden
van het huishouden omschreven.
‘Onderschikking’ (het Griekse werkwoord hupotassein) vormt binnen deze teksten een belangrijke, steeds terugkerende gedachte. Vormen van het werkwoord ‘onderschikken’ worden in het Nieuwe Testament regelmatig gebruikt, en zeker in passages met huisregels, maar Paulus gebruikt het werkwoord ook wel om gelovigen op te roepen zich te onderschikken aan de overheden (Rom. 13:1) of om de relatie tussen Christus en God te beschrijven (1 Kor. 15:27,28). Het onderschikken kan een vrijwillig of gedwongen karakter hebben. In het laatste geval gaat het dan om een ‘onderworpen zijn’ zoals de schepping onderworpen is aan zinloosheid in Romeinen 8:20. Maar de vrijwillige onderschikking heeft meer te maken met ‘inschikkelijkheid’. De persoon in kwestie schikt zich onder een andere persoon of instantie door zich te gedragen in overeenstemming met de hem of haar toegemeten positie.

Onderschikking
De onderschikking in het huishouden had haar natuurlijke plaats binnen het grotere geheel van de verticale ordening die de Romeinse samenleving kenmerkte. Elke patroon was zelf ook weer cliënt. Iedereen diende op de eigen positie respect te betonen aan iemand die binnen deze ordening invloedrijker was.
Het Nieuwe Testament voert de ordening van het maatschappelijke leven op de God van Israël terug. Het algemene werkwoord tassein (‘bestemmen’, ‘vastzetten’, ‘bevelen’) werd gebruikt voor dagelijkse handelingen, zoals in Handelingen 28:35 voor het ‘vaststellen’ van een afspraak. Maar vaak is God degene die iets vastzet, beveelt of bestemt. Zo zijn bijvoorbeeld de wereldlijke machten door Hem ingesteld (Rom. 13:1).
En juist daarom dienen christenen zich aan deze wereldlijke overheden te onderschikken (Rom.13:2). Ook de onderschikking waarvan sprake is in de huisregels, blijkt nauw verbonden te zijn met de onderschikking aan God.

Een christelijke ‘familie’
Onder christenen veranderde de kijk op deze bestaande familiestructuur enigszins. In de Grieks-Romeinse wereld was de familia de normatief bepaalde plaats waar je als (opgroeiende) burger jezelf leerde schikken naar de bestaande orde. Bij christenen werd de normativiteit van de biologische familie echter gedeeltelijk doorbroken.
Dat kwam voort uit Jezus’ onderwijs: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder’ (Marc. 3:34b-35). Het volgen van Hem kreeg prioriteit boven de familieband (Luc. 9:59-62; Mat. 8:21-22). Dat herkennen we ook in Petrus’ boodschap aan vrouwen die overgingen naar het christendom terwijl hun man de christelijke boodschap niet aanvaardde (1 Petr. 3:1-2). Loyaliteit aan Christus stond voorop, al moesten zij uitdrukkelijk wel het gezag van hun man erkennen.
Die onderschikking binnen de bestaande familiestructuur kwam daarbij in dienst te staan van een nieuw, hoger doel. Zij kon worden ingezet als middel om de echtgenoot zonder woorden te winnen voor Christus! Hetzelfde gold voor slaven die een niet-christelijke meester hadden (1 Tim. 6:1).
Christenen behoorden tot een grotere familie, namelijk het ‘huisgezin van God’ (1 Tim. 3:5,15). Medechristenen werden beschouwd als ‘huisgenoten van het geloof’ (Gal 6:10). In Gods huisgezin kwamen de sociale structuren en omgangsvormen niet zomaar te vervallen, maar ze werden vanuit het toebehoren aan Christus wel op belangrijke punten gecorrigeerd. Zo werden mannen nadrukkelijk opgeroepen om hun vrouwen lief te hebben (Ef. 5:25-33). Ook mochten meesters hun slaven niet naar eigen willekeur behandelen (Ef. 6:9). De christelijke kerk was een vernieuwde familiegemeenschap.

Een nieuwe familieband in Christus
Hoe staat het met de christelijke familia in de eenentwintigste eeuw?
Onze West-Europese context verschilt op belangrijke punten van de Grieks-Romeinse.
De sterk verticale verhoudingen volgens het patroon-cliëntmodel zijn ons vreemd. Sterker nog, in toenemende mate hebben we te maken met een soort horizontalisering van de samenleving.
Noties als opvoeden en gezag liggen niet zo goed in de markt. Ook het begrip ‘familie’ heeft een andere kleur dan vroeger. Families zijn kleiner, niet alleen door een dalend aantal geboorten, maar ook omdat grootouders en kleinkinderen vrijwel nergens meer onder eenzelfde dak wonen. Er is bovendien steeds meer sprake van samengestelde gezinnen, waar tenminste een van beide partners kinderen heeft uit een vorige relatie. Ook groeit het aantal eenpersoonshuishoudens, vooral in de steden. Het belang van gezins- en familiebanden neemt schijnbaar af. We zijn immers sterker dan vroeger gericht op het individuele belang. De hele idee van inschikkelijkheid binnen een gegeven orde past niet zo in onze huidige cultuur. We kunnen niet zeggen dat het Nieuwe Testament ons een bepaald samenlevingsmodel voorschrijft. Ook destijds schikten de christenen zich naar de toen bestaande verhoudingen. Daarachter zagen zij God die zijn wereld regeert en ordent.
Tegelijk bevat die ordening van God een diepere dimensie, omdat het wel ging om de vormgeving van menselijke relaties die Hij geschapen heeft: tussen man en vrouw, en tussen ouders en kinderen. Ook als vandaag veel vormen verschillen, zou het onjuist en onwijs zijn om ons van deze diepere dimensie los te maken. Juist vandaag moeten christenen het belang van de familie hooghouden.

Christusfamilie
Dat laatste geldt vooral voor het belang van de Christusfamilie, de gemeente. Juist vandaag moeten we daar extra aandacht aan besteden. Het proces van individualisering is namelijk niet aan christenen voorbijgegaan, en daardoor dreigt de Christusfamilie op de achtergrond te raken. We binden ons graag aan Jezus Christus, maar wat minder gemakkelijk aan zijn gemeente.
Maar Christus wil ons vergaderen! In Gods huisgezin, in Christus, kunnen allerlei soorten huishoudens zich verenigen.
Ieder mag er zijn of haar unieke plaats in Gods plan met zijn schepping ontdekken. Het is God die ons aan elkaar geeft en onze onderlinge omgang heiligt in Christus. Zo is de Christusfamilie een leerschool om zijn reddende liefde in het eigen huisgezin zichtbaar te maken. En zo ook is de Christusfamilie wervend in de wereld: niet-christenen zien hoe christenen als broers en zussen met elkaar omgaan, elkaar, hoe verschillend ze ook zijn, respectvol waarderen, met oog voor gezag en in hartelijke liefde.
Een droom, de kerk als Christusfamilie in de wereld? De realiteit lijkt soms zo anders. Toegegeven, het vergt een groot vermogen tot inschikkelijkheid, en daar zijn we ‘van culture’ niet zo goed in.
Maar wanneer de christelijke gemeente zich in leer en leven door het evangelie laat leiden, is dat goed voor de geestelijke gezondheid van de samenleving.
De daarvoor benodigde Geestkracht ontvangen we van God zelf. Er is alle reden om zijn naam te verheerlijken. Immers, zoals Titus 2:11 zegt, Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen.

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij is getrouwd en vader van vier kinderen; dit voorjaar werd hij voor het eerst opa. Myriam Klinker - De Klerck is AIO Nieuwe Testament aan de TU. Zij is getrouwd en moeder van drie kinderen.

1 Onze twee bijdragen in dit nummer bevatten materiaal uit: M. Klinker-De Klerck, Als vrouwen het Woord doen. Over Schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen (TU-bezinningsreeks 9; Barneveld: De Vuurbaak, 2011) en P.H.R. van Houwelingen, Timoteüs en Titus.
Pastorale instructiebrieven (CNT; Kampen: Kok, 2009). De familia was een belangrijke
hoeksteen van de Grieks-Romeinse samenleving.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief